De lucht was bij het licht worden weer stralend blauw maar wel fris. De nachtrust had dankzij de zelfopblaasbare matjes en de donzen slaapzakken niet onder de hardheid en het koud optrekken van de betonnen vloer geleden. De spullen waren voor zover al nat geweest weer snel keurig droog, dus wat was er nog meer te wensen. Slechts elektriciteit om de foto’s in de PC uit te laden maar generators in Nepal zijn niet in één nacht gerepareerd.
Het ontbijt was ongekend. Niet alleen vanwege het geserveerde maar mede door het eerste en tegelijkertijd verpletterend uitzicht op de Annapourna. Een niet te beschrijven beeld van sneeuwbedekte toppen, gletsjers, puinhellingen, couloirs, graten e.d. Het leek onvoorstelbaar dat wij daar over een paar dagen zouden rondhuppelen.
Intussen had wat jeugd de plaats ingenomen van de marketentsters van gisteren. Geduldig bekeken zij vanaf een rots het hele gebeuren dat voor hen iets van een andere planeet moest zijn.
Na het ontbijt was het al heerlijk warm en leek het een zomerwandeling te worden. Vrij snel bereikten wij Sikles, een prachtig, in terrassen gebouwd Gorung dorp.
Langs een wirwar van straatjes van drie plavuizen breed daalden wij naar beneden, begeleid door een kinderkoor van "namasté" en "sweet Sir". Het eerste is de vriendelijke groet, het tweede is de bedelbeschaving die wij als toeristen gebracht hebben. Na Sikles bleef het dalen en werd het weer subtropisch warm en vochtig.
De afdaling langs het glibberige pad was geen pretje. Het vele uitglijden was tot daaraan toe, maar de bloedzuigers die dit gebruikte om een lift te krijgen waren vervelender. Met het glijden sneuvelde als klap op de vuurpijl nog één van Ton’s twee stokken. Een gemis voor hem als dubbelstokloper.
Maar aan alles komt een eind en uiteindelijk kwamen we op het laagste punt bij de rivier Madi Khola met bij de hangbrug het generatorhuisje met het ongetwijfeld nog steeds kapotte apparaat. Daarna ging het langs een goed te belopen pad rap omhoog in de drukkende hitte. De lunchpauze brachten we door op een grote rots met daarover een zeil voor de bloedzuigers. In deze sauna ontdekte we dat Otto ongesteld was geworden. Een bloedzuiger had zich tussen zijn bilspleet genesteld en was daar na een goed maal fijngewreven. Mingma grijnsde vrolijk dat Otto “a girl” was geworden. Gelukkig had hij verder ook een scherp oog voor bloedzuigers op het pad. Zijn aanpak voor deze schepsels was Boedisties vredelievend, je maakt ze niet dood maar je legt ze in de zon zodat ze uitdrogen.
Na de lunch werd het klimmen en klimmen langs een steile helling. Wat we ’s morgens gedaald waren moesten we nu weer omhoog. Aanvankelijk lagen her en der nog wat boerenhutjes verscholen en hoorden we nog wat stemmen en diergeluiden. Later werd het echt hellingbos. Somber, met hier en daar wat open plekken. De kampplaats zou op 2730 m liggen maar eerder dan gedacht stopten we al op 2370 m. Kennelijk een 7 D 3 omkering in het programma die ons wel te pas kwam.
De kampplaats bleek een modderige waterpoel op een met sombere bomen omzoomde bergweide te zijn. Deze bleek al bezet door een door een hond begeleide kudde karbouwachtige koeien. De bergweide was navenant gestoffeerd. Het was even zoeken om tussen de gelukkig wat harder van substantie zijnde koeienvlaaien (zeg maar koeiendrollen) een plekje te vinden.
Ook werd ingespeeld op de vrees voor nachtelijke regens uit de intussen weer dichtgetrokken en kil geworden lucht. Het zette ons aan tot een verwarmend Hollands graven van dijkjes en afwaterkanalen. Daarna werd gewerkt aan Ton zijn stok. Uiteindelijk was het Kami die met een “houten insert” de twee helften weer tot één geheel maakte.
Het buiten eten was voor ons nog net te doen met het verwarmend gaslicht in de buurt. Maar al snel werd de nachtrust gezocht. De crew had kennelijk geen last van vermoeidheid en de kilte want zij keuvelde nog lange tijd voort. Al met al was onze rust welverdiend want volgens de GPS hadden wij toch ons best gedaan.