De 1e nacht op hoogte is wat onrustig. Raar, wat benauwd dromen, veel wakker schrikken vanwege het ongewoon diepe ademhalen en veel “pipi” door de voor de hoogte noodzakelijke “big pots black tea”. Tijdens zo’n sanitaire stop zag ik tot mijn grote verrassing buiten sneeuw liggen en dat verklaarde het druppelen zonder regen dat ik eerder die nacht hoorde. De gedachten over hoe de tocht verder in de sneeuw zou moeten gaan bevorderden de verdere nachtrust niet echt. Dit temeer omdat de het zuurstofgebrek sowieso tot wat onaangename gevoelens leidt.`s Morgens bleek het ernst. Het sneeuwde nog steeds en er lag al een pak van ca 20 cm droge sneeuw op de nog warme grond. El niño werd ook door de Nepali aangedragen als de oorzaak van deze veel te vroege inval van Maharadja Winter. In ieder geval was het zodanig koud in de “Kala Pattar Lodge” dat er geen water meer uit het kraantje van dat ene pietepeuterige wasbakje meer kwam. Verder was in de natuur de herfst van gisteren abrupt overgegaan in de winter.
Op zich was de sneeuw geen ramp omdat we toch twee dagen in en rond Namche Bazar hadden uitgetrokken voor de hoogte-acclimatisatie. Maar er moest wel wat gedaan worden en liefst in opwaartse richting. We besloten om naar het boven Namche gelegen Sherpa museum (The Sherwi Khangba Centre) te gaan maar Lal wist niet precies waar het lag. Na enig vragen en zoeken vonden we het, achter een camping, hoog boven Namche diep in de sneeuw liggen. Door een prachtige poort, langs een stupa en daar was het open en wel.
Het bestond feitelijk uit drie delen, een Sherpa woning woning, een fototentoonstelling van beklimmers van de Everest, een bibliotheek en een mooie lodge met zelfs een TV! (Geen ontvangst; wel video).
Prachtig wat de Sherpa’s uit vooral wol, hout, leer, koper en gras konden maken. De indeling yak-stal, huiskamer/keuken, gebedsruimte en toilet. Het doortrekken van het toilet door bladeren te strooien en het op de muren geplakte yak-stront “brandhout” maakte daarbij een bijzondere indruk. Hoezo vies ?, yak-stront is net turf, het ruikt niet en geeft maar een beetje bruin af.
Na Spaghetti Bolognese met uien als substituut voor tomaten en een optimistische perceptie van een afnemende sneeuwval besluiten we naar Khumjung te lopen. Het wordt een aparte tocht door de jagende sneeuw in een winters berglandschap. Er zijn veel tegenliggers “going down” en opeens spreekt een gids ons in het Nederlands aan. Later bleek dit de eerste kennismaking met Nuri Sherpa.Naar Khumjung gaan was lastiger dan gedacht.
Na drie keer vragen vonden we een vaag pad door het besneeuwde bos omhoog waar gelukkig wat Nepali naar beneden kwamen en zo een spoor trokken. Het is trouwens heel apart om in een winters bos van Rododendrons te lopen. Khumjung bleek een diep ondergesneeuwd en schijnbaar verlaten dorp te zijn, gestoffeerd met wit besneeuwde yaks. Dat schijnbaar gold niet voor de beroemde bakkerij want die was echt dicht.
Na veel vragen vonden we de weg naar Namche Bazar. Deze leek echter (s)no(w)where dood te lopen zodat goede raad eerst duur leek maar later goedkoop uitviel. Uit de sneeuw doemde namelijk als een Gods- of Boeddha-geschenk een boer op die ons vriendelijk met de blote voeten in slippers op sleeptouw nam. Hij sleurde ons met een noodgang omhoog naar een soort pas met een Stupa, om ons vervolgens met een onwaarschijnlijke snelheid naar beneden Namche Bazar in te laten rollen. We hebben hem iets van 200 roepies (een goed dagloon) gegeven en hem heel erg bedankt want zelf hadden we het niet gevonden. Dit temeer omdat Ton, hoe onvoorstelbaar ook, zijn kaart niet had meegenomen.
Geldgeven
Geld geven in Nepal is een lastig probleem. Bedelaars een aalmoes geven is een deugd die het niveau van reincarnatie opkrikt. Iemand belonen voor een dienst is normaal. Beiden zijn een zaak van maathouden. Voor ons is fl. 4,- van 5 man natuurlijk niets maar voor de Nepali is het onthutsend veel. Dat betekent dat (te) veel geven enerzijds de verhoudingen in de gemeenschap daar verstoort en anderzijds je opzadelt met een onaangenaam koloniaal gevoel. Verder is het zo dat je kan blijven geven omdat iedereen aardig is en het bovendien goed kan gebruiken.Nat en toch wat koud komen we in de lodge terug. Ton spant de kroon, zijn jas was niet alleen doornat maar ook in de zakken staan vol water met zijn bandrecorder drijvend daarin. Later bleek dit echt een wonder van techniek want het was, met inbegrip van de tape, nog waterbestendig ook. Bij de thee voor het eten wervelt plots Nuri Sherpa binnen en begint onmiddellijk alles te regelen tot en met het drogen van Ton zijn jas toe. Hij plaatst zodoende Lal wat op de achtergrond maar deze laat dit rustig over zich heen gaat. Nuri is zo blijkt bezig met ons en de groep die hij na morgen voor de terugtocht overdraagt aan Lal. Nuri spreekt gelijk het reisplan door.
Verder informeert hij of en wat wij hebben afgesproken ingeval van tegenslag met het weer of met de gezondheid van de individuele groepsleden. Dat is belangrijk want een uitval van één op vijf is realistisch zo vertelt hij. Zijn aanpak boezemt ons veel vertrouwen in en zijn kennelijk altijd goede en humoristische humeur lijkt een zekere garantie voor een prettige samenwerking.