Om 9.30 h. staan de busjes voor. Er zijn geen berichten over vertragingen dus is vroeg zijn verstandig. De stemming is wat katterig, het is voorbij en nu moet de terugreis maar snel gedaan zijn. Nuri neemt, nadat we hem verblijd hebben met een wat ons betreft welverdiende fooi, blijmoedig afscheid van ons. Wij krijgen allemaal een zijden sjaaltje met gebedsspreuken voor een goede terugreis van hem. Wat ons betreft hebben we fijn met hem rondgereisd en het lijkt dat hij dat omgekeerd ook zo heeft ervaren. Ton neemt natuurlijk apart afscheid van Kamei die hij zeker als gids/drager zal willen hebben bij zijn herkansingstocht die hij al voorzichtig aan het plannen is. De tocht naar het vliegveld is intussen gesneden koek. Alleen verrassen de chauffeurs ons weer met het vragen naar het geld dat Mr. Amar allang aan hun betaald heeft. Ach ja misverstand en niet geschoten is altijd mis. Het inchecken en de douane verloopt voorspoedig voorzover je de rij van ambtenaren die doelloos maar uitgebreid in je paspoort staan te neuzen voor lief neemt.
Daarna begint het grote wachten dat door onze vroegtijdige komst gepland lang duurt en tot onze verbazing eindigt in de punctuele aankomst van Biman Air met DC 10 die ons via Dahka en Dehli naar Brussel moet vliegen. Bij het instappen blijkt er al een hoog Benelux gehalte aanwezig te zijn. Het lijkt wel een reünie van alle mensen die we op de heenreis en onderweg gezien hebben. Alleen maakt iedereen nu een wat uitgewoonde indruk.
De vlucht naar Dahka verloopt volgens schema want we landen daar na een vliegtocht van 1.05 h. om 14.35. Dit met visioenen van een korte tussenstop en dan gelijk maar door naar Brussel. Nou vergeet het maar want het ritueel van de heenreis wordt weer uit de kast gehaald. Gelukkig zijn we nu ervaren. Gelaten geven we alles af, stappen onbekommerd in de klaarstaande bussen en om ons weer in Hotel Purbani te laten inchecken. Tijdens dit gebeuren komen we in gesprek met een opgewekte oudere heer die onze nieuwsgierigheid naar zijn groot pakket met daarin naar zijn zeggen een masker aftroeft door 100 roepies voor het kijken te vragen. Tijdens de rit naar het hotel vermaakt hij ons verder met zijn humoristische opmerkingen over het gehele gebeuren.
Aangekomen in het hotel om 15.30 h. wordt ons informatie bij de thee beloofd maar het enige wat we er bij krijgen is een stukje droge cake. Na wat uitrusten op de hotelkamer en een kort verblijf in de nog steeds peperdure bar krijgen we later op de avond weer het bekende “dinner” dat naar niet veel smaakt maar wel aangenaam van gezelschap is. Zo treffen wij een oud-Philipsman, een researcher die ondanks zijn zeventig jaren al vrolijk en wel voor de derde keer Nepal bezoekt.
Verder treffen we een meisje (Admiraal) uit Sweikhuizen dat een jaar les heeft gegeven in Nepal, na haar werken in de Heerlense inrichting “Windesheim”. Zij woont in de Bergstraat en kent nota bene Oda. Op reis heeft zij een Brusselse vriendin opgedaan die jammer genoeg rookt zodat ik met een dubbele Kuhmba kuch van tafel moet rennen. Dan opeens komen er tegen tien uur weer bussen want kennelijk gaat de vlucht volgens schema door. De verwarring bij het inchecken omzeilen we omdat we als eerste aan de balie staan. Verrassend snel zijn we in de vertrekhal om maar daar weer met het grote wachten te beginnen. Maar ook dat gaat snel, eerder dan we gedacht moeten we via de controle naar de boarding room.