Is Israel’s genocide economy on the brink?
Amos Brison, +972 Magazine 16-12-2025
Economist Shir Hever explains how the Gaza war mobilization propped up a ‘zombie economy’ that appears to function but lacks any future horizon.
Dit artikel schestst een somber beeld van de Israëlische economie door de ogen van econoom Shir Hever. Hij stelt dat de economie is veranderd in een "zombie-economie": een systeem dat uiterlijk nog functioneert, maar van binnen uitgehold is en geen toekomstperspectief meer heeft.
Hever beargumenteert dat de Israëlische economie enkel blijft bewegen door massale militaire uitgaven en buitenlandse kredieten.
Gebrek aan toekomsthorizon: Een gezonde economie draait op investeringen voor de lange termijn. In Israël is de begroting losgekoppeld van de werkelijkheid en vertrekken hoogopgeleide burgers (brain drain), wat de basis voor toekomstige groei vernietigt.
Oorlog als economische activiteit: De grootste "bouwprojecten" zijn momenteel de vernietiging en controle van Gaza (gebruik van brandstof, beton en voertuigen). Dit creëert activiteit, maar produceert geen waarde voor de samenleving.
Ondanks de crisis zijn de beurskoersen hoog en is de sjekel stabiel. Hever verklaart dit door drie factoren:
Reservistensalarissen: Reservisten krijgen extreem hoge vergoedingen (vaak meer dan het dubbele van een gemiddeld loon). Omdat zij aan het front hun geld niet kunnen uitgeven, vloeit dit kapitaal naar beleggingen, wat de beurs kunstmatig opstuwt.
Interventie van de Centrale Bank: De bank verkoopt dollars om de sjekel te stutten, wat een valse indruk van stabiliteit geeft aan internationale investeerders.
Mediacompliciteit: Hever stelt dat internationale financiële media en kredietbeoordelaars feiten negeren uit angst om voor "anti-Israël" te worden uitgemaakt, waardoor de kredietstatus van het land kunstmatig hoog blijft.
Israël stevent af op een langdurige economische crisis door een samenloop van factoren:
Productiviteitsverlies: 300.000 reservisten zijn uit het arbeidsproces gehaald. Tienduizenden gezinnen zijn ontheemd, wat de lokale economieën in het noorden en zuiden heeft verwoest.
Faillissementen: Bijna 50.000 bedrijven zijn inmiddels failliet gegaan.
De schuldenval: De staatsschuld zal in 2025 naar verwachting 70% van het BBP bereiken. Israël dreigt in een situatie te komen waarin het nieuwe leningen moet afsluiten om enkel de rente op oude schulden te betalen.
Hoewel er nog grote "exits" (verkopen van tech-bedrijven) plaatsvinden, ziet Hever dit niet als een teken van kracht:
De opbrengsten van deze verkopen vloeien nauwelijks naar de schatkist.
Werknemers die rijk worden door deze deals, nemen hun kapitaal mee naar het buitenland omdat ze emigreren.
In feite is de tech-sector bezig met een stille uittocht uit het land.
De oorlog heeft een diepe impact op de dagelijkse levensstandaard:
Voedselonzekerheid: Meer dan een derde van de kinderen leeft in voedselonzekerheid.
Stijgende kosten: De oorlogskosten per huishouden worden geschat op ongeveer $34.000.
Verlies van diensten: Overheidsgeld gaat naar defensie, waardoor onderwijs, zorg en transport snel verslechteren.
Hever concludeert dat het model van "Militair Keynesianisme" (economische groei stimuleren via militaire uitgaven) in de 21e eeuw niet werkt. Kapitaal is te mobiel en Israël is te afhankelijk van internationale handel.
Isolatie: Het merk "Israël" is toxisch geworden; zakenpartners trekken zich terug en sancties nemen toe.
Militair verval: Door de economische en morele crisis brokkelt de discipline in het leger af, wat de overleving van de staat op lange termijn in gevaar brengt.