The Price of American Authoritarianism, What Can Reverse Democratic Decline?
by Steven Levitsky, Lucan A. Way, and Daniel Ziblatt
Foreign Affairs January/February 2026, published december 11, 2025
Het artikel "The Price of American Authoritarianism: What Can Reverse Democratic Decline?" door Steven Levitsky, Lucan A. Way en Daniel Ziblatt, gepubliceerd in Foreign Affairs van januari/februari 2026 (gedateerd 11 december 2025), analyseert de snelle en verreikende neergang van de Verenigde Staten naar een competitief autoritarisme tijdens de tweede ambtstermijn van Donald Trump, en stelt dat deze achteruitgang nog steeds omkeerbaar is.
Na de herverkiezing van Trump in november 2024 is de VS volgens de auteurs afgegleden naar een regimevorm waarbij partijen deelnemen aan verkiezingen, maar zittende machthebbers routinematig misbruik maken van hun positie om critici te straffen en het speelveld tegen de oppositie te kantelen. Dit patroon is vergelijkbaar met dat in landen als Venezuela (onder Hugo Chávez), Turkije (onder Recep Tayyip Erdogan) en Hongarije (onder Viktor Orbán), maar de Amerikaanse autoritaire wending verliep sneller en ingrijpender in het eerste jaar.
Het wapenen van de staat
De regering-Trump volgde het autoritaire draaiboek, vergelijkbaar met dat in Hongarije, Polen en Turkije, door staatsinstellingen snel te zuiveren en te bevolken met loyalisten. Professionele ambtenaren werden verwijderd bij onder andere het ministerie van justitie en de FBI, en vervangen door meegaande figuren.
Deze gewapende staatsinstellingen werden ingezet tegen politieke tegenstanders:
Vervolging van critici: Tientallen publieke figuren en critici werden geconfronteerd met (dreigende) onderzoeken op basis van kleine overtredingen, waardoor de wet een wapen werd dat selectief werd toegepast.
Bescherming van bondgenoten: Tegelijkertijd werden bondgenoten van de regering beschermd tegen vervolging en kregen deelnemers aan de aanval op het Capitool op 6 januari 2021 amnestie, wat een duidelijk signaal uitzond dat illegale acties namens de president werden getolereerd.
Aanvallen op maatschappelijk middenveld: Doelwitten waren onder meer actiegroepen, fondsenwervingsplatforms van de Democratische Partij (zoals ActBlue) en onafhankelijke media (rechtszaken en FCC-onderzoeken).
Militaire en wettelijke overtredingen
De regering-Trump zocht ook naar een politisering van de strijdkrachten, onder meer door de transformatie van Immigration and Customs Enforcement (ICE) in een paramilitaire eenheid en het inzetten van de nationale garde in steden op basis van 'flinterdunne voorwendselen'. Trumps taal over een "oorlog van binnenuit" tegen een "vijand van binnenuit" is volgens de auteurs zorgwekkend.
Bovendien ondermijnde de regering routinematig de wet en de grondwet, onder meer door de bevoegdheden van het Congres over te nemen (zoals het bevriezen of annuleren van toegewezen uitgaven en het opleggen van tarieven zonder wetgevende goedkeuring). De meeste van Trumps beleidsinitiatieven in 2025 werden illegaal uitgevoerd.
Onderschatting van de bedreiging
De auteurs stellen dat veel Amerikanen de autoritaire verschuiving onderschatten en het gedrag van de regering-Trump zien als 'politics as usual'. Sinds de hervormingen van de jaren zeventig heeft echter geen enkele Amerikaanse regering, Democratisch of Republikeins, zich beziggehouden met zulke gepolitiseerde aanvallen op critici. Trumps voorgangers deden juist hun uiterste best om de schijn van politieke inmenging in de justitie en het leger te vermijden.
De autoritaire opmars van Trump heeft het Amerikaanse politieke leven veranderd. Organisaties en individuen passen hun gedrag aan uit angst voor represailles, wat leidt tot een kanteling van het politieke speelveld:
Zelfcensuur in de media: Belangrijke media-uitingen hebben hun redactionele lijn gewijzigd, programma’s van critici geannuleerd en hun verslaggeving afgezwakt.
Media-overnames: Met steun van de regering nemen pro-Trump-bondgenoten (zoals de Ellison-familie) de controle over grote nieuwszenders (zoals CBS) en mogelijk CNN, waardoor een aanzienlijk deel van de media in handen komt van pro-Trump-miljardairs.
Terugtrekking van donoren: Rijke donoren van de Democratische Partij en progressieve doelen houden fondsen achter uit angst voor onderzoeken door justitie of de IRS.
Verzwakking van juridische verdediging: Grote advocatenkantoren beperken hun pro-bono-werk tegen de regering, waardoor tegenstanders moeite hebben met het vinden van adequate juridische vertegenwoordiging.
Academische en maatschappelijke capitulatie: Universiteiten ontmantelen diversiteitsprogramma’s en beperken het demonstratierecht. Ook journalisten werden geschorst of ontslagen voor kritiek op de regering.
De auteurs benadrukken dat er, ondanks de alarmerende ontwikkelingen, geen sprake is van fatalisme. De VS bevindt zich in een autoritair moment, maar de situatie is nog omkeerbaar. De gevaarlijkste bedreiging is niet onderdrukking, maar demobilisatie: dat burgers en elites zich terugtrekken uit de strijd.
De kracht van de oppositie
Het competitieve autoritarisme wordt gekenmerkt door het bestaan van institutionele arena's (zoals verkiezingen) waar de oppositie de macht kan betwisten. De oppositie in de VS geniet bovendien verschillende voordelen ten opzichte van soortgelijke regimes:
Sterke institutionele bolwerken: De onafhankelijke rechterlijke macht, de geprofessionaliseerde strijdkrachten, het robuuste federalisme en het levendige medialandschap vormen belangrijke barrières.
Rijk maatschappelijk middenveld: De VS beschikt over enorme financiële en organisatorische middelen (miljardenbedrijven, stichtingen, universiteiten) om weerstand te bieden.
Verenigde oppositiepartij: De oppositie staat verenigd achter de goed georganiseerde Democratische Partij, in tegenstelling tot gefragmenteerde opposities in veel andere regimes.
Trumps beperkte populariteit: Trumps goedkeuringsrating ligt in de lage 40%, veel lager dan die van succesvolle autocraten elders, wat zijn pogingen om autoritarisme te consolideren belemmert.
De verkiezingen in 2025 toonden aan dat de democratische strijd nog steeds levendig is. De oppositie moet op alle fronten strijden: bij de stembus, in de rechtbanken en op straat.
De meest waarschijnlijke uitkomst op middellange termijn is regime-instabiliteit: een langdurige strijd die heen en weer slingert tussen disfunctionele democratie en onstabiel competitief autoritarisme, afhankelijk van welke partij de nationale macht in handen heeft. Amerikanen moeten het dubbele inzicht behouden: ze staan tegenover autoritarisme én de kanalen voor democratische strijd zijn nog open. De uitkomst hangt af van de bereidheid van de burgers om in actie te blijven komen.