Wat is de etymologie van het woord krijg (in krijgsmacht)? Wat is het verschil en overeenkomst tussen krijg en het Duitse Krieg? Welke betekenissen kan het woord krijg (krijgsmacht, krijger etc.) hebben?
Zo ken ik bijvoorbeeld de functie Inspecteur Generaal der Krijgsmacht. Zijn er meer benamingen, aanduidingen en gelegenheden waar in het kader van Defensie het woord krijgsmacht gebruikt wordt? Vergelijk het gebruik van het woord strijdkrachten.
ANTWOORD
Het woord 'krijg' heeft een fascinerende geschiedenis die veel verder gaat dan alleen 'oorlog'. Het voert ons terug naar de kern van menselijke interactie: het streven en het bemachtigen. Hieronder duiken we in de herkomst, de vergelijking met onze oosterburen en het gebruik binnen Defensie.
De wortels van het woord krijg liggen in het Oudnederlands en Oudhoogduits (kreg of kriec).
Oorspronkelijke betekenis: In de basis betekende het woord 'inspanning', 'streven' of 'zich teweerstelling'. Het hield verband met het koppig vasthouden aan iets of het proberen te bemachtigen van een object.
De verschuiving: Via de betekenis "moeite doen om iets te krijgen" verschoof de focus naar "het gewapenderhand verkrijgen". Zo werd de fysieke inspanning om iets te bezitten synoniem met de strijd zelf.
Verwantschap: Ons werkwoord 'krijgen' (ontvangen/verkrijgen) is direct familie. Vroeger betekende 'krijgen' letterlijk 'bevechten' of 'veroveren'. Als je iets 'kreeg', had je er dus waarschijnlijk voor gevochten!
Hoewel de woorden dezelfde oorsprong hebben, worden ze in de moderne taal anders ingezet.
Nederlands: krijg
Primaire betekenis: verouderd/formeel voor oorlog.
Dageljks gebruik: komt vooral voor in samenstellngen.
Gevoelswaarde: plechtig, historisch, organisatorisch.
Duits: Krieg
Primarie betekenis: het standaardwoord voor oorlog.
Dagelijks gebruik: wordt altijd gebruikt (bijv. Weltkrieg).
Gevoelswaarde: feitelijk, beschrijvend.
Overeenkomst: Beide stammen af van het begrip 'hardnekkig streven/strijden'.
Het woord 'krijg' is tegenwoordig een archaïsme. We gebruiken het zelden los ("Wij voeren krijg"), maar het leeft voort in specifieke vormen:
Krijger: Iemand die de krijg beoefent. Dit roept vaak een beeld op van individuele eer of historische context (een 'Maasai-krijger'), terwijl een 'soldaat' meer geassocieerd wordt met een moderne organisatie.
Krijgshaftig: Een karaktertrek; moedig, strijdbaar of dapper.
Krijgskunst: De tactiek en techniek achter het vechten (denk aan The Art of War van Sun Tzu).
Krijgsgevangene: De juridische term voor een militair die in handen van de vijand valt.
In Nederland gebruiken we beide termen, maar ze hebben een andere 'kleur'.
Dit is de staatsrechtelijke en formele term. De Grondwet spreekt bijvoorbeeld over "de krijgsmacht". Het duidt het instituut aan als geheel.
Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK): De onafhankelijke ombudsman en adviseur.
Krijgstucht: Het specifieke rechtssysteem binnen defensie (Wet militair tuchtrecht).
Krijgsraad: De historische term voor de militaire rechtbank (tegenwoordig de militaire kamer bij de rechtbank Arnhem).
Krijgsplan: Een formeel strategisch plan voor een operatie.
Dit is een meer beschrijvende en dynamische term. Het duidt op de eenheden die daadwerkelijk de strijd aan kunnen gaan.
Vergelijking: Je zult sneller horen dat "de strijdkrachten worden gemoderniseerd" (het materieel en de mensen), terwijl "de krijgsmacht" vaker wordt gebruikt in wetten, eden en ceremoniële contexten.
Wist je dat? De koning is als staaatshoofd geen bevelhebber, maar de regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
Wordt het woord strijdkrachten ook gebruikt om de verschillende defensieonderdelen of het geheel daarvan te benoemen, dus land-, lucht- en zeestrijdkrachten? Marechaussee is geloof ik een vierde eenheid. Welke van deze eenheden zijn er en hoe heten ze officieel? Heet de hoogste (overkoepelende) militair de Commandant der Strijdkrachten?
ANTWOORD
Waar krijgsmacht vaak het abstracte instituut is, wordt strijdkrachten veel gebruikt om de verzameling van de verschillende operationele onderdelen aan te duiden.
Hieronder de officiële namen en de rol van de hoogste militair.
Nederland heeft officieel vier krijgsmachtdelen (ook wel defensieonderdelen genoemd). Sinds 2005 zijn deze bestuurlijk samengevoegd, maar ze behouden hun eigen tradities en namen. Dit zijn de officiële benamingen:
Koninklijke Marine (KM): De zeestrijdkrachten, inclusief het Korps Mariniers.
Koninklijke Landmacht (KL): De landstrijdkrachten.
Koninklijke Luchtmacht (KLu): De luchtstrijdkrachten.
Koninklijke Marechaussee (KMar): Dit is de vierde eenheid. Het is een organisatie met een militaire status (een politieorganisatie op militaire leest) die zowel civiele als militaire politietaken uitvoert. Hoewel de Marechaussee onderdeel is van de krijgsmacht, vallen ze voor hun politietaken vaak onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid of het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De hoogste militair van Nederland heet de Commandant der Strijdkrachten (CDS).
De rol: De CDS is de hoogste militaire adviseur van de Minister van Defensie en de hoogste operationele bevelhebber. Hij stuurt de commandanten van de vier onderdelen aan.
De term: Hier zie je precies het verschil in naamgeving. Hij heet de Commandant der Strijdkrachten omdat hij de feitelijke leiding heeft over de inzetbare eenheden (de 'forces').
De rang: De CDS is een viersterrengeneraal (Generaal of Luitenant-Admiraal). De functie roteert meestal tussen de Marine, Landmacht en Luchtmacht.
Naast de vier bekende 'strijdkrachten' zijn er nog twee ondersteunende onderdelen die essentieel zijn voor het functioneren van de hele club:
Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO): Zij regelen de IT, de catering, de brandstof, de opleidingen en de gezondheidszorg.
Commando Materieel en IT (COMMIT): Zij zorgen voor de inkoop en het onderhoud van al het materieel, van gevechtsvliegtuigen tot sokken.
Het is opvallend dat de hoogste baas de CDS (Strijdkrachten) heet, terwijl de onafhankelijke toezichthouder de IGK (Krijgsmacht) heet. Dat benadrukt nogmaals dat de een over de operatie gaat en de ander over het instituut en de mensen.