Vóór je echt begint met het lezen (beluisteren) van de volledige tekst...
Wat of waaraan denk je bij het lezen van de titel?
Waarover zou de tekst volgens jou kunnen gaan?
Weet je hier al iets over? Heb je hierover ooit al iets gehoord / gelezen?
Zo ja, wat weet je er nog van?
Misschien heb je nu al een vraag of vragen waarvan je hoopt een antwoord of antwoorden te vinden in de tekst!
Om de tekst te beluisteren...
Het zwaard van Damocles
(*)
Lang, heel lang geleden, in het oude Griekenland, leefde een machtige koning. Zijn naam was Dionysius, en hij heerste over de stad Syracuse.
Dionysius had een prachtig paleis, met muren van marmer en vloeren van glanzend mozaïek. Overal stonden beelden van goden en helden.
Dienaren liepen af en aan met eten, wijn en geschenken. Iedereen dacht dat de koning het beste leven van de wereld had.
Maar… dat was niet helemaal waar.
Want Dionysius was niet gelukkig. Hij was voortdurend bang dat iemand hem wilde doden om zijn kroon te stelen. Daarom liet hij zich dag en nacht bewaken door soldaten. Zelfs als hij sliep, stond er iemand voor zijn deur. Hij vertrouwde bijna niemand.
Op een dag kwam er een man naar hem toe, genaamd Damocles. Damocles was een hoveling — iemand die aan het hof van de koning werkte.
Hij wilde indruk maken op Dionysius.
“O koning,” zei hij, “wat moet het heerlijk zijn om u te zijn!”
“U bent zo rijk, zo machtig, zo bewonderd!”
“U hebt alles wat een mens zich maar kan wensen!”
De koning keek hem een tijdje aan en glimlachte.
“Denk je dat echt, Damocles?” vroeg hij langzaam.
“Ja zeker, majesteit!” antwoordde Damocles enthousiast.
“U bent de gelukkigste man van de wereld!”
Dionysius leunde achterover in zijn troon.
“Als je dat denkt,” zei hij, “wil je dan voor één dag met mij van plaats ruilen?”
Damocles keek verbaasd.
“U bedoelt… dat ik koning mag zijn?”
“Precies,” zei Dionysius met een glimlach.
“Je mag genieten van al mijn rijkdommen. Eet, drink, geef bevelen, ontvang lof —alles wat je wilt.”
Damocles kon zijn geluk niet op. Hij boog diep. “O koning, wat een eer! Natuurlijk wil ik dat!”
De volgende ochtend nam Damocles plaats op de troon. Dienaren brachten hem kostbare kleding, gouden ringen en een prachtige kroon. Muziek klonk, dansers traden op, het eten was heerlijk. Damocles lachte en dacht: Wat een heerlijk leven! Iedereen boog voor hem. Hij voelde zich belangrijk, machtig, bijna als een god.
Maar toen hij een hap van zijn maaltijd nam, keek hij omhoog. En plotseling verstijfde hij van schrik. Boven zijn hoofd hing een groot, blinkend zwaard.
Het zwaard hing aan één enkele paardenhaar! Eén dun draadje hield het zware, scherpe wapen op zijn plaats. Als dat haar zou breken… zou het zwaard recht op hem vallen.
Zijn handen begonnen te trillen. Zijn hart bonsde in zijn borst. Hij kon niet meer lachen, niet meer eten, niet meer genieten.
“Wat betekent dit?” vroeg hij met trillende stem aan Dionysius, die hem rustig aankeek.
“Dat, Damocles,” zei de koning, “is het zwaard van Damocles.”
“Zo voelt het om koning te zijn.”
“Iedere dag hangt er gevaar boven mijn hoofd.”
“Iedereen ziet mijn rijkdom, maar niemand voelt mijn angst.”
Damocles durfde nauwelijks te bewegen. Hij keek nog eens naar het dunne haar waaraan het zwaard bungelde. Elke ademtocht leek het te laten trillen.
“Majesteit,” stamelde hij, “mag ik… alsjeblieft… van plaats ruilen?”
Dionysius glimlachte en knikte.
“Zie je nu, Damocles, dat macht niet alleen plezier betekent?”
“Wie hoog klimt, kan diep vallen.”
“En wie alles heeft, heeft vaak ook veel te verliezen.”
Damocles stond snel op en rende de troonzaal uit. Zijn gezicht was bleek, zijn handen klam. Hij had genoeg gezien.
(**)
Sinds die dag sprak hij nooit meer over hoe gelukkig de koning moest zijn. Hij begreep eindelijk dat rijkdom en macht ook gevaar en zorgen brengen. Na die dag bleef Dionysius nog steeds koning. Maar hij wist dat Damocles iets belangrijks had geleerd. En misschien, diep van binnen, voelde hij zich opgelucht dat iemand het begreep. Want macht kan glanzen als goud, maar voelt soms zwaar als lood.
In het dorp sprak iedereen over wat er gebeurd was.
Sommigen zeiden: “Ach, die Damocles, hij had beter moeten weten.”
Anderen zeiden: “Ik snap hem wel. Wie wil er nu niet één dag koning zijn?”
(***)
Een oude vrouw knikte wijs.
“Ja, maar,” zei ze, “niet alles wat blinkt is goud.”
“En wie hoog vliegt, kan diep vallen.”
“De koning heeft misschien een troon van marmer, maar hij slaapt niet rustiger dan wij.”
De kinderen luisterden met open mond.
“Zou jij durven, oma?” vroeg een jongen.
De oude vrouw lachte. “Nee hoor, ik ben blij met mijn eigen stoel.”
En zo werd het verhaal verder verteld, van ouder op kind, van leraar op leerling. Tot vandaag kennen we het nog steeds. Want soms lijkt iemand gelukkig, rijk of machtig, maar diep van binnen hangt er misschien een onzichtbaar zwaard boven zijn hoofd.
Enkele begrippen uit de leestekst!
machtige
→ Iemand die veel macht heeft.
heerste
→ De baas zijn over een stad of land.
paleis
→ Groot, prachtig en luxueus huis van een koning(in).
majesteit
→ Een ander woord voor koning(in), gebruikt als een eerbiedige aanspreekvorm.
marmer
→ Harde, dure steensoort.
mozaïek
→ Vloer of muur met kleine steentjes.
dienaren
→ Mensen die werken voor de koning.
voortdurend
→ Altijd, zonder stoppen.
kroon
→ Hoofddeksel van een koning.
bewaken
→ Beschermen, in de gaten houden.
bevelen
→ Zeggen wat iemand moet doen. Een baas geeft bevelen.
vertrouwde
→ Iemand geloven.
hoveling
→ Iemand die aan het hof van een koning(in) werkt of leeft.
indruk maken
→ Zorgen dat iemand je bewondert.
kostbare
→ Zeer dure.
verstijfde
→ Kon niet meer bewegen van schrik.
bungelde
→ Losjes hangen, heen en weer bewegend
paardenhaar
→ Haar van een paard, heel dun.
bonsde
→ Snel en hard kloppen.
stamelde
→ Moeizaam spreken van angst.
klam
→ Vochtig door spanning of angst.
bleek
→ Een kleurloos gezicht, meestal omdat iemand bang of geschrokken is.
Uitdrukkingen en spreekwoorden
Het zwaard van Damocles
→ Er is altijd gevaar, ook al lijkt alles goed.
Wie hoog klimt, kan diep vallen
→ Wie veel heeft, kan veel verliezen.
Niet alles wat blinkt is goud
→ Mooie dingen zijn niet altijd goed.
Enkele afbeeldingen ter verduidelijking...
Ligging van Griekenland
Ligging van Syracuse
Koning Dionysius
(4de eeuw v. Chr.)
Troon
Paardenhaar
Mozaïeken vloer
Marmer = Grieks voor 'glanzende steen'