Werkwoorden in de verleden tijd...
De verleden tijd is een werkwoordstijd die we gebruiken om te zeggen dat er iets in het verleden (gisteren) gebeurd is.
Het is voorbij.
Bijvoorbeeld: De leerling tekende vorige week een kasteel. Ik las (zopas deze zin). Keek jij (gisteren naar de televisie)? Wisten jullie het antwoord? Wij maakten voor de speeltijd die oefeningen.
Oefeningen
Regelmatig zal je in het contractwerk een opdracht krijgen die je hier terug vindt.
Om dan de juiste oefening te selecteren, vind je hieronder een lijst van beschikbare oefeningen.
Zoals gebruikelijk in het contract zijn ook hier de meeste opdrachten in zo'n oefening voorzien van * / ** / ***.
Hoe ga je te werk?
1) Je maakt EERST de ONLINE oefeningen.
2) Daarna maak je in het contractwerk de opdracht op een bijbehorend en passend werkblad.
Het schema om werkwoorden correct te vervoegen in de verleden tijd!
Wij wensen jou leuke oefenmomenten.