Op een grote savanne in Afrika leefde een machtige leeuw. Hij was heerser van zijn rijk en liet zich verzorgen als een god door alle dieren.
De leeuw sprak wekelijks tot zijn onderdanen vanaf zijn koninklijke rots. Hij vertelde verhalen over gevaren, rivieren die overstroomden, rotsen die instortten en monsters van heinde en verre. Al die gevaren hield hij tegen. Hij beschermde de dieren in ruil voor een luizenleventje.
Aan de andere kant van de rivier was er een mensendorp. Geen groot dorp maar wel vredelievend. Iedereen hielp elkaar en zorgden ervoor dat het leven goed en rustig verliep. In een van de hutjes leefde een sjamaan. Hij was de oudste en de wijste maar nooit zou hij iemand anders zijn klusjes laten opknappen. Als hij water moest halen dan strompelde hij naar de rivier. Kreeg hij honger dan ging hij zelf op jacht. De mensen vonden hem edelmoedig en vonden het geen probleem om hem wat werk uit handen te nemen. Ten slotte vertelde hij tijdens het eten ook altijd de mooiste verhalen en had hij al die jaren voor ieder ander mens in het dorp gezorgd.
De olifanten en gazelles die aan de rivier woonden zagen elke dag hoe de mensen in liefde met elkaar samen leefden. Ze zagen ook elke dag hoe de leeuw alle dieren voor zijn karretje spande.
Toen er een droogte uitbrak verdween al het water uit de rivier. Er was geen druppel meer te bekennen. En alle dieren in het rijk van de leeuw kregen dorst. Maar de leeuw dronk alles alleen op. De dieren werden zwakker en toch wilde de leeuw niet delen. Omdat er geen water meer te vinden was trokken de dieren weg. Alle dieren behalve de leeuw, hij bleef liggen op zijn koninklijke rots.
Ook in het dorp was er nog maar weinig water. Toch bleven de mensen delen en hielpen ze elkaar om de droogte te overleven. Op een avond ging de sjamaan naar de plek waar de rivier hoort te lopen. Het laatste water stopte hij in een schaaltje. Nu was alles op. In de verte zag hij de leeuw komen aanstrompelen. Hij was verzwakt omdat hij al dagen niet had gedronken omdat hij niks van zijn voorraad water had bewaard.
De sjamaan keek. Hij wachtte tot de leeuw vlak voor hem stond en schonk zijn laatste water aan de leeuw. De leeuw dronk het op en keek naar de oude zwakke sjamaan hoe hij naar het dorp terug sjokte. De leeuw wist dat hij iets moest doen om hem te bedanken voor zijn gulle gift. Hij liep naar de sjamaan toe en tilde hem op zijn rug. Samen gingen ze terug naar het dorp.
De mensen wisten niet wat ze zagen toen de twee kwamen aanlopen. De leeuw deed eindelijk iets om iemand anders te helpen en de sjamaan nam de hulp aan.
Heb je de tekst goed gelezen & begrepen?
Dan krijg je nu de kans om dit te tonen.
Klik hier voor de vraagjes.
Om het jou wat makkelijker te maken, kan je hier de leestekst ook beluisteren.