Het is 11 mei 1940 en het is doodstil in de stad. De Nederlandse troepen hebben zich teruggetrokken op Amersfoort, de Duitse bezetter is nog niet aanwezig. Wie heeft het gezag en wat doet dat gezag? Met behulp van enkele burgers verdwijnen de achtergelaten spullen van de Nederlandse troepen.
Gerrit Van der Drift, tweede zoon van de politiecommissaris, Hendriekus Jacobus van 't Oever, later tandarts in IJsselmuiden, en Henk Brunt gaan aan de slag om de achtergelaten materialen en voorraden van het leger in veiligheid te brengen:
vuurwapens en munitie worden in de Ijssel of in diepe kolken gegooid
uniformkleding en stafkaarten verbrandt
gebruiksgoederen als lijf- en beddengoed gaan naar het Rode Kruis en naar het ziekenhuis
de groene militaire rijwielen worden snel zwart gelakt en aan iedereen, die een eigen rijwiel heeft ingeleverd, meegegeven
paarden bij boeren ondergebracht
in de Stadsgehoorzaal wordt suiker en meel opgeslagen, waardoor er tot 20 mei geen voorstellingen meer kunnen plaatsvinden Beheerder Van Deinum kreeg f 300 schadevergoeding
drankvoorraden laten weglopen op bevel van de burgemeester (geen feestende Duitsers)
duiven gedood (enkele honderden).
Pas op 14 mei arriveren via de Kamperstraatweg en langs houthandel Cramer bij korenmolen d' Olde Zwarver de eerste Duitsers in Kampen.
© cultuurZIEN 2025