herstel van de gasleiding en telefoonverbinding, Marinus Koopman is één van de werkmannen (petten) in het bootje.
Het tijdpad
Ca. 03.00 uur burgemeester Oldenhof wordt wakker gebeld.
De bewoners in de nabijheid van de brug moeten gewaarschuwd worden. Burgemeester Oldenhof stuurt zijn zoon Piet tegen 05.00 uur langs de huizen aan de Ijsselkade. Ook de bemanningen van de schepen aan de Ijsselkade moeten gewaarschuwd worden.
Piet Oldenhof, toen 10 jr: Mijn vader, die burgemeester was, kwam mijn kamer in en zei: ''Kleed je aan Piet, het is oorlog. Straks wordt de Ijsselbrug opgeblazen. Pak je fiets en bel aan bij de mensen op de Ijsselkade en vraag hen de ramen open te doen. Dat geeft minder schade.''
Dit blijft een wonderlijk verhaal. Ze wisten al jaren dat de Stadsbrug opgeblazen zou worden in geval van oorlog. Waarom dan geen professioneler waarschuwingssysteem? Of was dat er wel en werd Piet voor de zekerheid en nog eens extra langs de huizen gestuurd? Het feit dat de families Ten Hove (begin De la Sablonierekade) en Helleman (Oudestraat) ook wisten van het opblazen, zou er op kunnen wijzen dat er zo 'n waarschuwingssysteem was.
05.00 uur: Jan Dolleman, commandant Kampen, ontvangt op zijn commandopost het bericht ''Binnen 10 minuten springen''. Kolonel Snijders informeert burgemeester Oldenhof van Kampen en burgemeester Quarles van Ufford van Ijsselmuiden.
05.15 uur: de OLZ (= generaal Winkelman) geeft last de bruggen over de Ijssel te doen springen. De laatste voorbereidingen voor het laten springen van de Stadsbrug worden uitgevoerd.
Paul ten Hove, toen 8 jr: '' Mijn moeder maakte ons wakker en samen met mijn broer liep ik naar beneden. In de kamer stonden de ramen open. ''Straks ook je mond open doen hoor, zei mijn moeder, anders gaan je trommelvliezen kapot van de knal. En zo stonden wij te kijken en te wachten. ''
Wim Helleman, toen 12 jaar: ''Voor ons begon de oorlog met het roepen van vader onderaan de trap, dat we allemaal moesten opstaan, de ramen wijd open zetten en met onze kleren naar de werkplaats gaan''.
Wims broer Co (1929) weet nog dat moeder met zusje Renata (1939) op de arm op de trap onderweg naar beneden was, toen de explosie al plaats vond en de glazen lichtkap van het kantoortje naar beneden kwam.
05.30 uur: de beweegbare klappen van de IJsselbrug worden opgeblazen.
Resultaat: veel meer schade in de stad dan voorzien, maar de klappen van de brug bleven gedeeltelijk hangen op de borgkettingen.
Voor de wal lag het passagiersschip ''Directeur-Generaal Jhr von Gesau'' afgemeerd. Dit schip van de Eerste Urker Stoomboot Maatschappij (EUSM) onderhield een dagelijkse verbinding van Kampen via Urk naar Enkhuizen. Aan boord was hofmeester Jan ten Napel: ''Ineens zag ik de torentjes van het middelste gedeelte van de brug als een dronkenman wankelen. Direct gevolgd door een doffe, zware knal. Er kwam een zware druk tegen mij aan en plotseling begon de boot te schommelen en ging aan de meertouwen rukken. Binnen een paar seconden zag ik een stuk brugdek in het water tuimelen.''
Wim Helleman: ''De winkelruit was door de drukgolf in zijn geheel uit de sponning gedrukt en lag aan scherven op straat, zoals alle etalageruiten uit de buurt. Mijn broer Dick (1931) herinnert zich dat je het glas als sneeuw op grote bergen kon schuiven.''
Fré Scheltens, toen 9 jr: ''Ik rende de straat op. Wat een glas lag daar van al die winkelruiten! Snel rende ik een steegje schuin tegenover ons huis door naar de Voorstraat en langs de Synagoge naar de Ijsselkade. Daarvandaan was de brug te zien. Het was een vreselijk gezicht, een brug die geen brug meer was. Ik heb toen een stuk steen meegenomen naar huis. De steen was nog warm''.
09.30 uur: de klappen van de brug worden definitief opgeblazen met het hieraan grenzende gedeelte van de brug aan de stadszijde.
Het opblazen van de Stadsbrug roept vragen op. Bij de meeste bruggen is in het ontwerp al voorzien in de mogelijkheid van opblazen in geval van oorlog. De Kamper stadsbrug was ontworpen door een ingenieur, die zijn opleiding in het leger had gehad. Er zal dus een voorziening zijn geweest om de brug op te blazen. Gezien de schade was er erg veel dynamiet gebruikt, maar de klappen bleven gedeeltelijk op de borgkettingen hangen. Borgkettingen zijn een noodvoorziening om erger te voorkomen, wanneer de klappen onvoorzien tijdens normaal gebruik naar beneden slaan. Bij opblazen hadden de borgkettingen losgemaakt moeten zijn.
Veel schade aan de stad
Duizenden ramen waren gesneuveld, scheuren in muren van huizen tot aan de Synagoge, stukken ijzer van de brug vlogen honderden meters in het rond, waarbij gelukkig niemand gewond raakte, het stadhuis was zwaar beschadigd, gasleidingen en telefoonverbindingen langs de brug vernield.
Door het opblazen van de brug werd niet alleen het verkeer met de overzijde onmogelijk gemaakt, maar ook de scheepvaart was geheel gestremd. De eerste dagen werd de verbinding met de overzijde van de rivier onderhouden met roeibootjes. Al snel werd gebruik gemaakt van een veerpont, voortgestuwd door een motorboot. Enkele dagen later werd een tweede pont ingelegd, vanaf de Koornmarktspoort naar een aan de overzijde gemaakte aanlegsteiger. Ook werd voor het overzetten gebruik gemaakt van een tweetal motorschepen.
De ravage in het stadhuis was zo groot, dat voortzetting van de werkzaamheden in het gebouw niet mogelijk was. De secretarie werd daarom op 10 mei naar zalen naast de Burgwalkerk overgebracht, waar zij gedurende een achttal dagen bleef gehuisvest.
Door het opblazen van de telefoonverbinding langs de brug was er geen contact meer mogelijk met kazemat Kampen-noord. Sergeant Lucassen en zijn mannen waren verstoken van elk bericht en elke verbinding.
© cultuurZIEN 2025