Het distributiekantoor was gevestigd in een voorm. schoolgebouw (foto hierboven) aan de Vloeddijk. Links de nieuwe telefooncentrale van de PTT, uit de jaren 1950.
Eén van de belangrijkste overheidsdiensten tijdens de oorlog was de distributiedienst. De eerste producten kwamen al in de zomer van 1940 op de bon en dat bleef zo tot in de jaren 1950, wegens schaarste aan producten.
voedselbonnen
Ambtenaren op de distributiekantoren verzorgden de uitgifte van voedselbonnen: zonder bonnen geen eten. Voor onderduikers hadden onderduikadressen extra bonnen nodig. Via medewerkers van distributiekantoren werd hierin voorzien. Dat ging in deze regio zo goed, dat er voedselbonnen aan andere delen van het land konden worden doorgegeven. Dat landelijke contact verliep via ''de beurs'', een bijeenkomst waarop de overtollige voedselbonnen tussen de regio's werden uitgewisseld. ''De Beurs'' werd met enige regelmaat gehouden in een bijgebouw van de Zuiderkerk in Zwolle. Samenscholen was immers verboden, maar kerken vormden een uitzondering. De voedselbonnen werden vervolgens door leden van het verzet naar de verschillende onderduikadressen gebracht.
Maar daarmee was het verhaal nog niet klaar. Bij de eigen bakker, slager of melkboer kond iemand niet opeens twee keer zo veel bonnen inleveren. Voedselbonnen werden tijdens de looptijd van de bon op wisselende adressen verspreid over de hele stad of het hele dorp ingeruild voor eten. Dat was vooral een taak van de vrouwen in de gezinnen. Zij zorgden ervoor dat de voedselbonnen werden ingeruild voor voedsel en dat dit zo onopgemerkt mogelijk gebeurde.
Voor het voeden van onderduikers was de medewerking van ambtenaren bij de distributiediensten cruciaal. Ook in Kpn drukten medewerkers van de dienst voedselbonnen achterover. Geen wonder dat op 1 maart 1944 meerdere medewerkers van de Kpr distributiedienst werden vastgezet. Het betrof vier mannen en één vrouw. De vier mannen gingen via kamp Amersfoort naar Duitsland, waar één van hen bezweek. Wij zoemen in op het lot van de enige opgepakte vrouw: Nellie van Helden.
Neeltje Ida (Nellie) van Helden
In 1944 is Nellie van Helden 19 jaar oud en werkt op het distributiekantoor in Kampen. Op dat moment heeft zij al lange tijd bonkaarten weggenomen en vervalst. Dan valt de Grüne Polizei het ouderlijk huis aan de St. Jorisstraat in Brunnepe binnen. Er volgt een eerste verhoor op het politiebureau in Kampen. De volgende ochtend gaat zij door naar Arnhem. In haar handtasje zitten dan nog 200 valse bonkaarten, die Nellie op advies van een medegevangene opeet. Omdat zij bij verhoren niet meewerkt, wordt Nellie uitgehongerd. Na drie maanden, zonder namen te noemen, gaat Nellie door naar kamp Vught. Daar wordt ze als enige vrouw tussen 35 mannen gevangen gezet. Na maanden in Vught gaat Nellie met een groep van 80 vrouwen peer trein en in een veewagen naar vrouwenkamp Ravensbrück. Onder hen ook Selma van de Perre, een Joodse, maar dat weet op dat moment niemand. De reis naar Ravensbrückduurt twee dagen. In Ravensbrück moeten de vrouwen zware dwangarbeid verrichtten. Vergeleken met Ravensbrück was Kamp Vught een kuuroord. De Nederlandse vrouwen hielden het uit door elkaar te steunen.
Met een groepje van drie weet Nellie te ontsnappen. Wanneer de drie uitrusten bij een Duitse boer, worden ze verraden door één van hun mede-ontvluchters. Als straf wordt Nellie in Kamp Horneberg te werk gesteld als seksslavin voor van het front teruggekeerde SS-ers, 80 – 100 man per dag. Daar dreigt zij aan onder door te gaan, maar een Aufseherin grijpt in en Nellie keert na 3 maanden terug in Ravensbrück.
Rode Kruis, 24 april 1945
Dan verschijnt in de hel van Ravensbrück opeens het Zweedse Rode Kruis om nog tijdens de oorlog Nederlandse en Belgische vrouwen op te halen. Het wordt een vreselijke tocht, waarbij zij, ondanks de rode kruizen op de daken van de vrachtwagens, beschoten worden door geallieeerde jagers. Meerdere mensen komen om. Er volgt opvang in Zweden, Nellie verblijft 3 maanden in Göteborg. Maar hoe goed bedoeld ook, Nellie wil naar huis.
verstekeling aan boord KNSM-boot Bonaire
In de haven van Göteborg ligt een Nederlands schip, dat eerst nog moet laden in Gävle, een havenstad aan de Oostzee boven Stockholm. Nellie reist het schip na en verstopt zich als verstekeling aan boord bij de KNSM-boot ''Bonaire''. Zo komt Nellie aan in Amsterdam, waar zij met een roeibootje aan wal wordt gebracht. Vanaf Amsterdam lukt haar een lift te krijgen van een vrachtwagenchauffeur. Die rijdt over de Afsluitdijk en via Zwolle. Bij Zwolle wordt Nellie uit de vrachtauto gezet. Het is tegen 23.00 uur, ze is bekaf en heeft een koffer bij zich. Nellie besluit bij een huis met buiten licht aan te bellen en te vragen of zij naar Kpn mag telefoneren. Boven haar gaat een raam open en wordt haar toegeschreeuwd ''wat haar bezield om midden in de nacht aan te bellen''. Daarop pakt Nellie haar koffer, loopt Zwolle in en meldt zich bij het politiebureau. De nachtwaker vertrouwt het allemaal niet, maar neemt toch de moeite om het politiebureau in Kpn te bellen. Daar is de reactie heel anders, ''Nellie van Helden zeg je, ik kom er aan''. Nellie wordt door een Kpr politieman per auto opgehaald. Voordat zij het politiebureau in Zwolle mogen verlaten, moet eerst nog voor het telefoontje betaald worden.
Berend van Helden (Stadskanaal 1920-1942 Sachsenhausen)
Berend, de blonde, was de broer boven Nellie. Ook Berend zat in het verzet. Van beroep was hij machinist en kon dus beroepshalve het hele land doorreizen. Voor de geallieerden spioneerde Berend. Daarbij werd hij op 14 mei 1941 betrapt en opgepakt door de Duitsers.
Op 12 oktober 1942 werd Berend van Helden in Oranienburg gefussilleerd. Zijn overlijden werd op 5 april 1951 aangegeven door het Min. Van Justitie.
Da familie Van Helden was bekend met het verzetsverhaal van Berend, maar kon zich zonder steun van de Stichting 1940-1945 financieel redden.
afkomst Berend en Neeltje Ida van Helden
Berend en Nellie waren kinderen van Pieter van Helden (†Harderwijk 1968) en Jantje Klokker († Kampen 1959). Pieter en Jantje waren afkomstig uit arbeidersgezinnen in Drente. Zij trouwden in 1915 in Smilde. Pieter is de eerste jaren van hun huwelijk werkzaam als arbeider. In 1916 wordt in Smilde hun oudste zoon Karel geboren. Hij werd militair en overleed in 1964 in Ermelo op de nog vrij jonge leeftijd van 48 jr. Daarna volgen Berend (1917) en Neeltje Ida (1919) in Hijkerssmilde. Deze Berend en Nellie overlijden allebei in sept. 1919 binnen 4 dagen van elkaar: Berend van 2 jr op 7 sept. en Nellie van 5 mnd op 11 sept.. Het gezin woonde toen in Wildervank. Waarschijnlijk was er sprake van een besmettelijke (kinder-)ziekte. Vader Pieter is inmiddels werkzaam als spoorwegarbeider.
In 1920 wordt in Stadskanaal opnieuw een zoon geboren, hij krijgt weer de naam Berend. Deze Berend wordt in oktober 1942 doodgeschoten in kamp Oraniënburg. In jan.1922 volgt in Stadskanaal een meisje, dat opnieuw Neeltje Ida wordt genoemd. Zij wordt later verzetsvrouw. In nov. 1922 volgt in Stadskanaal nog een levenloos geboren kind. Vader Pieter is nu opgeklommen tot spoorbeambte.
Ergens in de volgende 20 jaar verhuisde de familie Van Helden van Stadskanaal naar Kampen, waar vader Van Helden ook werkzaam was als spoorbeambte.
na de oorlog
Aanvankelijk gaat Nellie na thuiskomst op 14 aug. 1945 weer aan het werk bij de Distributiedienst. Zij kon zich financieel zelf redden. In 1948, Nellie is inmiddels 26 jaar oud, gaat het niet goed met haar. Nellie wordt ziek en krijgt ook psychische problemen. De klachten bleken gerelateerd aan het vrouwenkamp Ravensbrück, waaruit zij als wrak was teruggekeerd. Stichting 1940-1945 greep in. In samenspraak met haar huisarts werd voor Nellie een plek gezocht waar zij kon herstellen.
Nellie heeft uiteindelijk Kpn verlaten. Mogelijk vestigde zij zich in de buurt van haar broer Karel, die in 1964 in Ermelo overleed. Enkele jaren later overleed vader Pieter in Harderwijk. Nellie van Helden was de langst levende van de kinderen Van Helden. Zij overleed in 2000, 77 jr oud.
In 2020 publiceerde Selma van de Perre haar oorlogservaringen in: Selma van de Perre, Mijn naam is Selma, Thomas Rap Amsterdam 2020. Zij verhaald in het boek over 3 medegevangen, die via een wc-raam ontsnappen en na verraad weer terugkeren in het kamp. Selma noemt geen namen.
© cultuurZIEN 2026