4 mei wandeling
Van Knipmeijer tot Kroeze
2 mei 2026, samenvatting
Van Knipmeijer tot Kroeze
2 mei 2026, samenvatting
impressie van het werkkamp aan de Zwartemeerweg
inleiding
Tijdens het onderzoek naar wo2 is er veel vergeten of onbekende informatie naar boven gekomen. Daarom een extra wandeling vlak voor 4 mei. De nadruk ligt op mensen die de bevrijding niet meer mee hebben gemaakt, terwijl start en einde gaan over verzetsmensen die probeerden te voorkomen dat de mannelijke bevolking werd weggevoerd voor de Arbeitseinsatz in Duitsland
De polderdirectie van de NOP
De ringdijk rond de NOP werd op 13 dec. 1940, om 13.52 uur gesloten nabij Schokkerhaven, Ndl is dan al een half jaar bezet en aan dit bijzondere feit wordt daardoor weinig aandacht besteed. Een maand later, op 17 jan 1941 droeg de gem. Kampen de gebouwen aan de Molenstraat (het voorm. Pesthuis/Stadsziekenhuis) over aan de polderdirectie van de NOP. Het werd het onderkomen van verschillende bureau's en laboratoria. Eerder zaten deze instellingen in Zwolle, maar Kpn lag nog dichter bij de NOP (één van de weinige keren dat de ligging van Kpn een voordeel was tov van Zwolle). De Rijksdienst voor de Ijsselmeer Polders (RIJP) verbleef in Kpn tot 1970, daarna verhuisd naar Lelystad.
Wanneer op 9 sept. 1942 de polder eindelijk is drooggemalen, kan de ontginning beginnen. De Duitsers willen de ontginning voortzetten, omdat de polder kan dienen als graanschuur voor het Duitse leger. De polderdirectie krijgt alle ruimte voor haar werkzaamheden. Maar het grondwerk (met de schop vaarten en sloten graven in zeeklei) is een zware en slecht betaalde baan, waarin weinig mensen zin hebben. Dat verandert wanneer de bezetter op 29 apr. 1943 de Ndlse millitairen opdraagt terug te keren in krijgsgevangenschap om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. Een dag later breekt de april/mei-staking uit, die door de bezetter met harde hand wordt neegeslagen. Daarna komt een stroom mannen opgang, waaronder militairen, joden en verzetsmensen, die willen ontkomen door het als grondwerker in de NOP te ga an werken.
Politietoezicht op de NOP werd uitgeoefend door de Kpr korpschef en NSB-er Johan Boesveld. In de gehele NOP waren politieposten, ook bij Ramspol. Voor toegang tot de polder was een toegangsbewijs van Boesveld nodig, het zgn Boesveld-ausweis. Het was Bert Knipmeijer, hoofd personeelsdienst voor de NOP, die deze Ausweisen verstrekte, hoewel dat eigenlijk niet tot zijn takenpakket behoorde. Knipmeijer was ook door verzetsman Izaak (Jacques) van der Horst (1909-1944) benaderd met de vraag of hij onderduikers in de polder kon opvangen. Daaraan werkte Knipmeijer graag mee. Met de verschillende verzetsgroepen sprak hij wachtwoorden af, waarmee zij onderduikers konden sturen. Door het vervalsen van Ausweisen, het aannemen van polderwerkers zonder naar referenties te vragen en het zorgvuldig in eigen hand houden van alle administratie, kon Knipmeijer lang zijn gang gaan. Het betekent ook dat wij nooit zullen weten wat er precies gebeurde in NOP en hoeveel mensen door Knipmeijer (foto) zijn gered.
De la Sablonièrekade 16: Theodorus (Theo) Spaans
Het is 17 november 1944 en de NOP is hernetisch afgesloten door 3000 Duitse militairen. In de werkkampen in de polder, waar mannen en jongens verbleven om de polder te ontginnen, pakken zij ca. 1800 mannen op. De meesten van hen verblijven in de NOP om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Nu worden zij opgepakt om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. Eerst gaat de groep mannen lopend naar station Meppel. Vanaf Meppel gaat het met de trein naar diverse plekken in Duitsland. Onder deze 1800 mannen en jongens is Theo Spaans (A'dam 1925) uit Kampen, een medewerker van de directie NOP.
Theo werkte bij de voorlichtingsdienst van de NOP, een jongen met blond haar en blauwe ogen, een gaaf gebit, ca. 1.70 m lang en duidelijk van goede komaf. Theo droeg bij zijn aanhouding een kort bruin leren jasje, een bruin colbert met een rijbroek en blauw overhemd met daarover een eigen gebreide blauwe trui, hoge zwarte schoenen en eigen gebreide kousen in grijs of blauw. Aan zijn ondergoed was een washandje vastgespeld met wat geld erin.
Vanuit Meppel werd Theo eerst naar Biene gebracht, waar hij op 19 nov. aankwam. Nabij Biene werkten honderden mannen aan de aanleg van de "Emsstellung", een systeem van antitankgrachten ten westen van de Eems. Theo weigerde daar de barak te verlaten om te werken, omdat hij ziek was. Voor straf werden 18 mannen naar Hamburg overgeplaatst. Waarschijnlijk was de werkweigering in Biene geen 1-mans actie. Van Theo. Theo Spaans bevond zich op 22 mrt 1945, om 04.10 uur op de scheepswerf in Hamburg-Harburg, toen hij omkwam bij een geallieerd bombardement, pas 19 jr oud. Theo werd op vrijdag 13 oktober 1951 herbegraven op begraafplaats De Zandberg.
Plantsoenstr: Johannes (Jan) Korteschiel
Onder de 1800 mannen en jongens die tijdens de razzia van 17 op 18 nov. 1944 werden opgepakt was ook Johannes Korteschiel (Kpn 1916), grondwerker.
Jan, een blonde man van ca 1.75 lang, was werkzaam als grondwerker in de NOP. Werk dat officieel als ''onmisbaar'' te boek stond, aangezien de NOP een graanschuur voor de Duitsers zou kunnen worden. Dat leek allemaal goed te gaan tot de grote razzia van november 1944. Toen Jan opgepakt werd, droeg hij nog zijn werkkleding: een bruine manchester broek, zwarte sokken en schoenen. Jan kwam in Hamburg-Wilhelmsburg terecht, een wijk op een eiland in de Elbe. Wegens uitputting lag hij tijdens het bombardement van 22 maart 1945 in het ziekenhuis, hij werd 28 jr.. Jan Korteschiel kwam dus tijdens het zelfde bombardement op Hamburg om als Theo Spaans van De la Sablonièrekade. Beiden hadden een gewoon dienstverband met de directie NOP.
Jan werd later op kosten van de oorlogsgravenstichting herbegraven op het Nederlandse ereveld Neuer Friedhof in Hamburg-Harburg. Zijn moeder, inmiddels weduwe, woonde toen aan de Nieuwe Markt (nr 10). Zij had een inkomen vanuit de Noodwet, aangezien Jan de kostwinner van het gezin was. De Noodwet Ouderdomsvoorziening /Noodwet-Drees trad in 1947 in werking en was een uitkering voor ouderen (mannen en alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder) die na de oorlog in geldnood zaten. Het was een tijdelijke voorziening, die uiteindelijk in 1957 werd vervangen door de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Plantsoenstr 39 (bestaat nu niet meer): Johannes Lambertus (Jan) Kuiper
Jan (Kpn 1922) was sigarenmaker in een sigarenfabriek. Wanneer de sigarenfabriek medewerkers moet afstaan voor de Arbeitseinsatz, dan wordt ook Jan aangewezen (want jong en ongehuwd?). Hij werkt dan een tijdje in Duitsland, keert weer terug en duikt onder. Jan werd op 8 sept. 1941 gearresteerd met 6 leeftijdsgenoten. Tijdens een wandeling door het plantsoen had de leraar klassieke talen van het Stedelijk lyceum en NSB-er, de jongens aangespoort om in Duitsland te gaan werken. Na een woordenstrijd, pakten de jongens de leraar op, werkten hem over de leuning van de brug en hingen hem met zijn voeten in het water van de stadsgracht. Eerst zit Jan enkele maanden in het Huis van Bewaring in Zwolle en daarna verbleef hij enkele maanden in kamp Amersfoort. Als Jan weer 14 dagen op vrije voeten is, wordt hij bij een razzia opgepakt en op transport naar Duitsland gesteld.
Via Den Haag komt het bericht binnen dat Jan Kuiper op 24 juli 1943 in Premnitz (Brandenburg) overleden is, hij werd net 21 jaar oud. In Premnitz stond een chemiefabnriek van IGfarben. Jan Kuiper is herbegraven op het Ndlse ereveld te Loenen.
Houtwijk 1: Hendrikus (Hein) Boer, oorlogsslachtoffer in vredestijd
Vanwege verzetswerk belandde Hein via kamp Amersfoort op het Duitse waddeneiland Wangerooge. De dwangarbeiders uit kamp Amersfoort hadden binnen het kamp de laagste status, net als de Polen. De dwangarbeiders werkten aan verdedigingswerken van de Atlantikwall. Tijdens de laatste oorlogsjaren was er voor de gevangenen alleen nog brood en verdunde erwtensoep of koolsoep beschikbaar. Op dit karige rantsoen moesten de mannen van acht uur `s morgens tot vijf uur `s middags werken. Dit werk was fysiek zwaar. Het bestond vooral uit graaf- en sjouwwerk, betonijzer vlechten en beton storten.
Op 25 april 1945, 17.00 uur werd het eiland zwaar gebombardeerd. Het was de laatste grote geallieerde luchtaanval op Duits grondgebied. Onder de dwangarbeiders vielen 121 slachtoffers, waaronder 48 Nederlanders. De overlevende Nederlanders wilden zo snel mogelijk van het eiland weg. Enkele van hen liepen naar het haventje waar een viertal Nederlandse schepen lag. Zij vonden de kapiteins van deze schepen bereid om zoveel mogelijk van hen naar Delfzijl te brengen. Met Delftzijl in zicht liep de ''Joanna'' op een zeemijn. Van de 46 opvarenden kwamen er 39 om. Onder hen Hein Boer, 19 jaar, uit Kampen. Hein werd herbegraven op 16 aug.1945 op De Zandberg. Graf gekocht door zijn moeder, seen geplaatst door de Ooorlogsgravenstichting.
Cellebroedersweg 16: dr. Maurits Theodoor (Theo) Hillen
Theo Hillen was de docent klassieke talen, die door het clubje jongens in het plantsoen werd aangpakt. Vanaf 1928 woonde het echtpaar Hillen in Kampen, waar Theo leraar klassieke talen en tussen 1932 en 1936 conrector van het Stedelijk Gymnasium was. Lees meer over Hillen door op zijn naam te klikken.
2e Ebbingestr 4, Willem Frederik Oscar van der Drift (Wormerveer 1890-1954 Kpn)
Eén van de hoofdrolspelers in de eerste oorlogsjaren in Kpn was Willem van der Drift. Hij begon in 1913 als 22-jarige bij de politie in Kampen, eerst als adjunct-inspecteur en vervolgens als inspecteur. In 1939 werd hij bevorderd tot commissaris. Volgens burgemeester Oldenhof had Van der Drift alle goede eigenschappen voor dit werk: doortastendheid, scherpzinnigheid, zelfstandigheid en tact. Maar was dat wel zo?
Op de foto Van der Drift in zijn werkkamer in het politiebureau aan de Buitennieuwstr/hoekNieuwe Markt
Het gedrag van Willem van de Drift tijdens de oorlog is nogal discutabel en en soms op zijn minst onbesuisd geweest, waardoor hij anderen in de problemen bracht. De vader van Hans Sluzewski, de leerling van docent klassieke talen Theo Hillen, was scheikundige en werkzaam van Van Heels melkfabriek (nu Ausnutria.. Mendel Sluzewski was een tot Ndler genaturalieerde Pool, niet kerkelijk aangesloten, hij had 1 Joodse grootouder en was gemengd gehuwd met Steintje van Veen († 1946). Aan het begin van de bezetting kreeg Van der Drift de opdracht om alle Joodse inwoners van Kpn op te roepen. Zij kregen de verplichting om zich dagelijks te melden bij het politiebureau. Mendel Sluzewski kwam niet en meldde zich niet. Waarschijnlijk voeklde hij zich helemaal niet aangesproken door de oproep van Van der Drift. Daarop liet Van der Drift Mendel Sluzewski apart oproepen op grond van zijn naturalisatiedossier. Een actie waardoor Mendel Sluzewski zich in gevaar gebracht voelde. Hij werd vanaf toen door meer mensen als ''joods'' beschouwd, ook door de lokale vertegenwoordiger van de Joodse Raad.
Na de oorlog heeft Mendel Sluzewski over de intimiderende actie van Van der Drift in mei 1940 een klacht ingedient bij de zuiveringscie. voor de politie in Kpn olv burgm. Oldenof. Daar lagen nog veel meer klachten over Van der Drift van inwoners van Kampen en van (oud-)collega’s bij de politie. Toch werd er door Oldenhof een voorzichtig positief advies uitgebracht over Van der Drift. In december 1945 besloot de minister van Justitie geen maatregelen tegen de commissaris te nemen en verleende de minister van Binnenlandse Zaken aan Van der Drift rechtsherstel.
Spuistraat 2: Aart Schilder
Volgens overlevering werd Aart (Kpn 1914) neergeschoten tijdens een woordenwisseling met een lid van de Hitler-jugend. Hij overleed in Siemens-krankenlager door bloedverlies na een schotwond in de buik. Het zou er op kunnen wijzen dat Aart op dat moment werkzaam was voor Siemens. Aart werd 31 jr oud en is begraven in Berlijn-Spandau.
In 1953 stelde politieman Pieter Kapenga een weinig lovend rapport op over Aart Schilder. Hij vertelt het volgende:
''Aart Schilder was op 14 jan. 1942 vrijwillig naar Duitsland vertrokken. Waarschijnlijk probeerde Aart zo aan een politieonderzoek wegens diefstal en aan evt. strafvervolging te ontkomen. Hij werd te werk gesteld bij de bouwfirma E. Hegefeld te Spandau. Politiek was Aart onbetrouwbaar en toonde hij voor de gang van zaken tijdens de bezetting weinig belangstelling. Aart koos voor de weg van de minste weerstand. Zijn naam komt niet voor op de ledenlijst van de NSB, afd Kpn.''
Bouwbedrijf E. Hegefeld was vanaf 1938 betrokken bij de aanleg/verbetering van een renbaan in Berlijn-Spandau. Tijdens de oorlog werkte de firma met dwangarbeiders. In 1967 gefuseerd tot HUTA-Hegefeld AG. HUTA bouwde o.a. de crematoria in Auschwitz. De bouwonderneming bestaat nog steeds.
Eindpunt nabij Broederbrug; Vloeddijk 108-boven, fam. Kroeze
Op nr. 108-boven woonde in de oorlog Gerritje van Dam, wed. Kroeze met haar kinderen. Vader Reijer, een grossier/winkelier, was in 1939 overleden. Oudste zoon Hendrik was marechaussee bij de verkeersbrigade en zoon Jan werkte als knecht bij bakker Hilbert van Dijk aan de Oudestraat, één van de bekende verzetsmannen in Kpn. Beide zoons Kroeze zaten al snel in het illegale werk.
Henk (Oldebroek 1919) was als marechaussee belast met de bewaking van een opslagplaats van Duits materieel in Almelo. Hij werd op 6 nov. 1941 gesnapt bij het stelen van autobanden. Daarvoor zat hij in Duitse gevangenissen. Jan Dirk Buwalda, verzetsleider in Kpn, vertelde daar in 1947 over:
''Hij heeft daar in een concentrationslager de vreselijkste dingen meegemaakt. Hij kwam vaak op voor de Joden.
Ze kregen in dat kamp zo weinig te eten. Henk moest zich uiteindlijk op handen en knieën voortbewegen langs een tafel om te bereiken waar hij heen wilde.
In juli kregen ze een keer oranje jam op het brood. Dat bewaarden ze in een beker tot Koningindag (toen 31 aug). Toen de Duitsers kwamen lieten ze de kleur zien: oranje, leve de Koningin!. De Duitsers sloegen Henk bijna dood.
Henk kwam met zware pleuritis thuis. Mevr. Kroeze had 70 pond rijst bewaard. "Als mijn zoon thuis komt, kunnen we proberen hem op te kalefateren'''.
Henk overleed op 25 juni 1943 thuis door uitputting als gevolg van zijn gevangenschap. Hij werd begraven op De Zandberg.
de mislukte brand in het bevolkingsregister
In het voorjaar van 1943 was bij het Kpr verzet een plan ontstaan om het bevolkingsregister in brand te steken. Doel was te voorkomen dat mannen en jongens zouden worden afgevoerd in het kader van de Arbeitseinsatz. Wanneer tijdens een bijeenkomst van het verzet iemand uit Epe vertelt brandbommen te hebben, zegt Hilbert van Dijk dat deze nodig zijn in Kpn om het bevolkingsregister te verbranden. Als datum wordt gekozen voor 9 juni, tijdens de lunch, zodat er vrijwel niemand in het stadhuis aanwezig is.
Op 9 juni 1943, de dag van de brand, bellen rond 10.00 uur 2 marechaussees aan bij mevr. Kroeze en gaan naar binnen. Hilbert van Dijk schrok zich rot, want er lagen 2 brandbommen opgeslagen bij mevr. Kroeze. Even later bleek dat de marechaussees ''het geld brachten dat zoon Henk verdiende''.
Waarschijnlijk was Henk Kroeze op 9 juni 1943 weer thuis en werd het salaris dat hij nog te goed had van zijn werk als marechaussee gebracht. Ook is bekend dat de brand in het bevolkingsregister mislukte omdat de brandbommen niet of te laat geleverd werden. Zou dit te maken hebben met het bezoek van de 2 marechassees op de ochtend van 9 juni 1943 aan mevr. Kroeze?
© cultuurZIEN 2026