hierboven het Scholtenhuis aan de markt in Groningen (na de oorlog gesloopt)
Wie het Oorlogsdagboek Kampen volgt, zal opgemerkt hebben dat de bezettingsjaren gepaard gingen met veel getreiter tussen Duitsers en Nederlanders. Het algemene gevoel van afkeuring van de bezetting vond zijn weg in ''demonstratieve acties''. Zo verschenen de letters OZO (Oranje Zal Overwinnen) op muren in steden, het hoofd van de koningin werd uit dubbeltjes gezaagd om er een speldje van te maken, tijdens het marcheren van de WA door de Kamper straten zette men goudsbloemen in een vaas voor het raam, op de verjaardag van prins Bernhard in 1940 droegen Nederlanders een witte anjer en op Nieuwsjaardag 1941 wapperde de Nederlandse driekleur aan de mast van de oude melkfabriek in de Graafschap.
►Maar niet ieder vertoon van nationalisme was bedoeld als ''demonstratieve actie''. Op 30 april 1940, de verjaardag van prinses Juliana, werd de verkoop van miniatuurklompjes in Zwolle verkeerd geïnterpreteerd. Betrokken bij het incident was de ''foute'' Kamper politie-agent Douwe Pijl, die de klompjes in de kleuren van de Nederlandse vlag in beslag nam. Burgemeester Oldenhof vond dit onterecht en retourneerde de klompjes aan de verkoopster. Hierover werd hij op 7 juli 1941 door de Rijksrecherche gehoord. Oldenhof verklaarde het volgende:
''De inbeslaggenomen klompjes droegen, naar het mij voorkwam, allerminst een demonstratief karakter.
Zowel de kleuren als het symbool van de klompjes zelf, vertegenwoordigden uitsluitend nationale gedachten en brengen in geen enkel opzicht gevoelens van sympathie voor het Huis van Oranje tot uitdrukking.
Uitdrukkelijk merk ik hierbij op, dat de oranje kleur op deze klompjes niet voorkwam.
Dat deze voorwerpen uitsluitend als nationale souvenirs zijn aan te merken, vindt een duidelijke illustratie in het feit, dat zij druk verkocht zijn aan vrouwelijke leden van de Duitse Weermacht, die haar als souvenirs van Holland mee naar Duitsland namen.
Mevrouw Van den Oever-Knoop drijft een winkel in luxe voorwerpen in Zwolle een heeft daaruit zelf bedoelde voorwerpen veel aan Duitse dames geleverd.
Zij droeg dit souvenir doorlopend.
Er is dus geen reden om in het dragen ervan op 30 april 1941 een demonstratie te zien.
Blijkbaar heeft ook de rapporteur Pijl het niet als zodanig beschouwd.
Hij heeft daar althans in zijn rapport niet op gewezen, doch het voorwerp zonder meer als ''onding'' gekwalificeerd.
De fout zou dus zitten in het voorwerp als zodanig.
Waar het mij dus voorkwam, dat genoemd voorwerp geheel ten onrechte in beslag was genomen, heb ik teruggave daarvan als een voor de hand liggende daad van rechtsherstel gezien.
Eenige dagen later is mij gebleken, dat de Sicherheitsdienst te Zwolle belangstelling voor het voorwerp had.
Met het oog daarop heb ik het teruggevraagd en aan de Sicherheitsdienst toegestuurd.
Een afschrift van het desbetreffende schrijven gaat hierbij.
Krachtens artikel 45, 2e lid van het Wetboek van Strafvordering fungeer ik sedert einde januari 1941, toen de Commissaris van Politie (Van der Drift) in arrest werd gesteld, als Commissaris van Politie te Kampen''
►Iets minder onschuldig was het dragen van een speldje met de letters VO (Victorie door Oranje) door drie Kamper meisjes. Zij kwamen in het beruchte Scholtenhuis in Groningen terecht. Gelukkig voor hen liep het allemaal met een sisser af. Eên van de meisjes, Hils Bakker- de Vries, schreef hierover het volgende in haar oorlogsherinneringen:
Het was zomer 1941 en ondanks de bezetting wilden mijn vriendinnen Bets en Ipie van der Meer en ik toch wel op vakantie. Omdat wij alle drie familie in Groningen hadden, besloten we daarheen te fietsen. Via Grafhorst en de pont bij Genemuiden fietsten we richting Meppel. Halverwege begon het te regenen en in Meppel stapten we druifnat een café binnen voor een kop koffie. Daar zaten wat mannen, die ons vroegen naar de betekenis van de speldjes die wij alle drie op onze jas droegen. Het waren speldjes gemaakt van kippenringetjes met de dooreengevlochten letters V en O (= Victorie door Oranje). ''Is dat nu voor of tegen Oranje'', vroegen zij. ''Voor natuurlijk'', antwoordde Hils. Verder werd er niet over gesproken. Toen we weggingen kwam de cafébaas ons achterna en zei buiten tegen ons: ''jullie moeten wel voorzichtig zijn!''.
Aangezien het nog steeds regende, besloten we verder de bus te nemen. De bus werd halverwege Meppel en Assen aangehouden door de politie. Eén van de drie mannen in het café had de politie gewaarschuwd en de drie dames uit Kampen moesten uitstappen. Ipie verstopte nog snel haar speldje in de zitting van de bank. De fietsen werden van het dak van de bus op het dak van de politiebus overgeladen en zo reden wij naar het toen beruchte Scholtenhuis in Groningen.
In een koude kelder werden we ondervraagd. Onze koffers werden gekeerd, op zoek naar nog meer speldjes. Maar die hadden wij niet bij ons. Ze wilden weten waar wij de speldjes gekocht hadden:
''In Kampen''
''Ja, maar waar in Kampen''
''In een winkel''
''Welke winkel''
En toen moest het hoge woord eruit: ''Oudestraat 144'' (= de Vries onder de Toren, de winkel van de ouders van Hils)
Tot grote schrik van de ouders van Hils, vond later op de dag bij hen een huiszoeking door de politie plaats. Alleen de paar speldjes op de toonbank in de winkel werden gevonden.
De moeder van Hils belde daarna direct met oom Wim Barendsen in Groningen om te vragen of Hils daar al was aangekomen. Dat bleek niet het geval. Oom Wim heeft Hils toen bij het Scholtenhuis opgehaald. Bets en Ipie van der Meer gingen mee met hun tante Martha van der Meer. In het Scholtenhuis waren niet alleen Duitsers, maar ook ''foute'' Nederlanders aanwezig. 'Toen wij weg mochten zei één van hen: ''Ga heen en zondig niet meer!''
De zaak liep dus met een sisser af. Na een paar dagen logeren zijn wij weer naar huis gefietst. In Assen dronken we koffie bij oom en tante Voor in 't Holt. Hoe verder we richting Kampen kwamen, hoe harder de zuidwesten wind aantrok. Tussen Genemuiden en Kampen moesten we op de trappers staan.
Wat waren we blij weer thuis te zijn, dat gold zeker ook voor onze ouders!
Meer over ''klein verzet'' is hier te lezen.
© cultuurZIEN 2025