Gerrit Schinkel beschrijft het voorval in zijn boek het Koekoeksnest (blz 78). De piloot zag op het laatste moment nog kans om het toestel in het Ganzendiep terecht te laten komen ipv op Grafhorst. Volgens Schinkel brandde het toestel na de crash nog een uur, wat bevestigd dat het om een heenreis ging. Brokstukken lagen verspreid over de omgeving. Jaren na de ramp werd nog steeds munitie uit het vliegtuig in het Ganzendieop gevonden.
Ook Harm Last en Dirkje Palland uit Grafhorst herinneren zich deze nacht ook in het boek Weggetjes naar de Vrijheid: Het vlietuig lag midden in het Ganzendiep met de romp meer dan een meter boven het water uit. De Duitsers haalden de munitie uit het vliegtuig, dat nog vol met bommen zat. Van de overleden bemanningsleden werden enkele de zelfde dag nog gevonden. Anderen kwamen pas een paar dagen later bovendrijven.
Zes bemanningsleden kwamen om. Zij werden op het kerkhof van Grafhorst begraven (in alfabetische volgorde):
Leonard Frederick Charles Day, 20 jr, boordwegtuigkundige
Andrew Gordon, 20 jr, boordschutter
David Crawford Paterson Lundie, 20 jr, navigator
Dennis Arthur Thomas, 19 jr, radiotelegrafist
Ronald Oliver Vaughan, 22 jr, piloot
Charles William Ross Young, 27 jr, bommenrichter
Enige overlevende was John Carlyle Cornisch, 22 jr, boordschutter. Hij kon nog net op tijd met zijn parachute uit het vliegtuig springen. Hij kwam ongeveer 5 km berder op aan de Kamperzeedijk neer en klopte aan bij de boerderij van de fam. Holtland. De Duitsers arresteerden hem daar een dag later. John Cornisch is 40 jaar later met zijn vrouw in Grafhorst geweest.