hierboven: de voorzijde van de Yad Vashem-medaille
Wat Nederlanders weten over het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog is vooral kennis over het gereformeerd georiënteerde, witte mannen verzet. Verzet dat pas in de loop van 1943 van de grond kwam, omdat toen de eigen mannen en zoons gevaar liepen te worden tewerkgesteld in Duitsland (Arbeitseinsatz).
Tijdens het samenstellen van ''Oorlogsdagboek Kampen, 1940-1945'' kwam weer een mededeling voorbij met een onbekende naam: ''op 11 januari 1945 werd Piet Dohmen gearresteerd. Gelukkig kwam hij 6 weken later weer vrij''. Verder onderzoek leidde tot een inkijkje in het katholieke verzet in Limburg. Voor wie het gereformeerde verzet kent, is het geen verrassing dat ook het katholieke verzet liep via familiebanden en kennissen, met steun van de katholieke kerk
Peter Hubertus Dohmen (Maasniel 1883- 1975 Maastricht)
Peter Hubertus (Piet) Dohmen werd op 20 januari 1883 geboren in het dorp Maasniel nabij Roermond, als zoon van Christiaan Dohmen en Jacomina Huberdina Delissen. Zijn ouders trouwden in april 1865, vader Christiaan was toen ''dienstknecht''. Een jaar later, in april 1866, werd hun eerste kind geboren, een zoon met de namen Peter Hubertus. Peter was een vernoeming naar grootvader Pieter Dohmen.
Zoals vaak in 19e eeuwse gezinnen overleed het eerste kind. Wanneer is niet te vinden (ergens tussen 1870 en 1880). Feit is dat op 10 januari 1883 in het gezin Dohmen-Delissen opnieuw een zoon werd geboren: de jongste in een gezin met 9 kinderen. Ook dit kind kreeg de namen Peter Hubertus. Alle kinderen Dohmen werden geboren in Maasniel, vader en moeder Dohmen waren daar landbouwers. Zes kinderen (5 zussen en 1 broer) bereikten de volwassen leeftijd.
onderwijzer in Stoutenburg
Piet Dohmen werd onderwijzer. In tegenstelling tot zijn ouders, veranderde Piet regelmatig van woonplaats. Op 15 nov 1909 vestigde Piet zich als onderwijzer in de gemeente Castricum/Bakkum. Hij komt dan uit Melissant (Zeeland) en is nog ongehuwd.
In september 1910 trouwde Piet in Gulpen met Maria Gertrudis Hubertina Gilissen, op 12 sept werden zij ingeschreven in het bevolkingsregister van Alkmaar. In november 1910 vertrokken Piet en Maria naar het dorp Stoutenburg, nabij Amersfoort. Daar werden tussen juni 1911 en juni 1922 hun 8 kinderen geboren. Het oudste en het jongste kind overleden op jonge leeftijd. Over bleven een dochter (1912) gevolgd door 5 zoons.
Kampen
Het onderwijs bracht het gezin Dohmen-Gilissen in 1932 naar Kampen. Pieter werd leerkracht bij het Nijverheidsonderwijs. Na een kort verblijf aan de 1e Ebbingestraat, in het grote huis naast het Joodse kerkhof, vestigde de familie zich in de Mauritsstraat t.o. de Willem de Zwijgerschool. De locatie wijst op een zekere welstand. Zoon Nico vertelt later in een interview dat zijn vader directeur was van de Lagere Landbouwschool in Kampen.
Bij de huwelijken van zijn kinderen geeft Piet Dohmen als beroep op: onderwijzer (1934 en 1940); hoofdonderwijzer (1938); zonder beroep (1943 en 1948).
Lagere Landbouwschool:
In 1934 wordt de Landbouwschool voor het eerst in de Kamper Almanak genoemd, directeur tot na de oorlog is G. Van der Veen. Opvallend genoeg woonde Van der Veen om de hoek bij de fam. Dohmen, in de Emmastraat.
Nijverheidsonderwijs:
Bij het Nijheidsonderwijs verschijnt de naam Piet Dohmen pas in 1948 en 1949.
Tussen 1928 en 1932 was de bekende A.J. Reijers directeur van het Nijverheidsonderwijs en daarna ir Th. Brouwer. De laatste woonde ook weer in de Emmastraat t.o. de Mauritsstraat.
Verzet
Toen Duitsland op 1 sept. 1939 Polen binnenviel, riep Piet Dohmen zijn kinderen op om nooit de Duitsers te helpen. Zijn vijf zoons beloofden hun vader om niet voor de bezetter te werken. Eén voor één moesten zij daarop onderduiken, als laatste in 1943 jongste zoon Nico.
André Piederiet vertelt dat Piet Dohmen altijd rond 20.00 uur de gestencilde nieuwsberichten van de Engelse zender bracht bij de fam. Piederiet aan de 3e Ebbingestraat. Ook had Piet Dohmen regelmatig overleg met andere Kamper verzetsmensen. Ook liet hij via zijn zoon Nico 12 volwassen Joden en enkele Joodse jongeren onderduiken in de omgeving van Tienray. De jongeren waren waarschijnlijk de twee jongens, die langere tijd bij Dohmen in huis aan de Mauritsstraat ondergedoken waren. Zij werden niet gevonden tijdens de inval in de woning op 11 jan. 1945, waarbij Piet Dohmen werd opgepakt. Hij keerde op 28 febr. weer terug.
Zoon Nicolaas Josef Petrus (Nico) Dohmen (Stoutenburg 1921- 2008 Hilversum)
Net als de andere kinderen in het gezin werd Nico geboren in Stoutenburg bij Amersfoort. In 1940 was Nico nog leerling aan het Stedelijk Lyceum In Kampen, gezien zijn leeftijd moet het zijn laatste jaar zijn geweest. Hij was toen ook penningmeester van de ''Lyceum-club'', een organisatie van de leerlingen. Zijn enige zus en het oudste kind in het gezin trouwde in dat jaar in Kampen.
loyaliteitsverklaring voor studenten
Nico Dohmen studeerde daarna in Nijmegen klassieke taal- en letterkunde. Op 13 maart 1943 voerden de Duitsers de loyaliteitsverklaring voor studenten in. Daarin beloofden de studenten zich te ''onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk, de Duitse weermacht of de Nederlandse authoriteiten gerichte handeling''. Zij kregen een maand de tijd om de verklaring te tekenen. Wie niet tekende kon niet verder studeren. Nico, toen 22 jaar, koos ervoor niet te tekenen, maar onder te duiken. Dat deed hij bij zijn oom Frans Lintjes, een landbouwer nabij Roermond en getrouwd met een zus van zijn vader. Ook zijn broer Ernst zat hier ondergedoken. Hun neven Lintjens hielpen vliegeniers richting het bevrijdde zuiden. Zo raakten Nico en Ernst verder betrokken bij het verzet.
Vrij snel na hun komst naar Roermond hielpen Nico en Ernst een geallieerde vliegenier. Omdat de man gewond was, bracht Nico hem naar het ziekenhuis in Roermond. De Duitsers vonden vrij snel uit wie de vliegenier geholpen had. Door een tip konden Nico en Ernst op tijd elders ondergebracht worden. Zo kwam Nico Dohmen al op 25 mei 1943 terecht bij kraamverzorgster Johanna Catharina Maria (Hanna) van der Voort (Tienray 1904-1956 Utrecht) en haar ouders. Hanna was al betrokken bij hulp aan ontvluchtte krijgsgevangenen. Toen in de zomer van 1943 het verzoek kwam om hulp bij het onderbrengen van Joodse kinderen, stemden zowel Hanna als haar ouders daarmee in.
Onderbrengen Joodse kinderen
Hanna en Nico zetten samen een organisatie op om Joodse kinderen onder te brengen bij pleeggezinnen. Op 20 augustus arriveerden de eerste kinderen per trein. Zij waren tussen 5 en 15 jaar oud en meestal afkomstig uit de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. Hun nieuwe identiteit was die van een evacué uit Rotterdam. De Joodse kinderen namen gewoon deel aan het dagelijkse leven in de regio Tienray. De bevolking wist dat het om Joodse kinderen ging, maar zweeg. De meeste pleegouders namen de materiele zorg voor eigen rekening. Bij een te groot aanbod van kinderen kon een beroep worden gedaan op broer Jan Dohmen, een kleermaker in Maastricht.
Zo overleefden zeker 123 kinderen de oorlog + 20 kinderen die door Hanna en Nico naar Gennep waren overgebracht.
verraad
In de nacht van 31 aug. op 1 sept. 1944 vond in Tienray een razzia plaats op basis van een tip. Slechts 6 Joodse kinderen werden gevonden. Enkele tientallen pleegouders werden gearresteerd, maar kwamen vrij snel weer vrij door stug vol te houden dat zij meenden Rotterdamse evacué's te helpen. Ook Hanna van der Voort werd opgepakt en gemarteld, met blijvend letsel tot gevolg. Maar zij gaf geen informatie prijs. In afwachting van overplaatsing naar Ravensbruck kwam zij onverwacht vrij. Door de doorstane spanningen kreeg zij een hartkwaal, waardoor Hanna na de oorlog haar werk niet meer kon uitoefenen. Zij overleed in 1956 aan de gevolgen van de hartkwaal.
Nico Dohmen wist aan arrestatie te ontkomen door zich in een kast in de slaapkamer te verstoppen. Nadat de overvallers huis Van der Voort hadden verlaten, ging Nico 's nachts per fiets een aantal pleeggezinnen waarschuwen. Een politie-agent herkende hem en vuurde nog enkele kogels op hem af, maar zij misten doel.
Na de oorlog studeerde Nico Dohmen psychologie in Amsterdam en bleek hij te lijden aan PTSS. Uiteindelijk kreeg Nico Dohmen een baan bij de afd. personeelszaken van Philips.
LO
De groep van Van der Voort-Dohmen sloot zich niet aan bij de LO (landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Zelfs na de oorlog weigerde Nico in eerste instantie om een lijst met namen van Joodse kinderen op te stellen voor het Centraal Registratie Bureau voor Joden in Eindhoven. Ook de betrokken Joden hadden er weinig behoefte aan om (weer) op een overheidslijst te worden gezet. Hierdoor valt vrijwel niet te achterhalen om hoeveel kinderen het werkelijk ging en wie dat waren.
Yad Vashem-onderscheiding
In 1984 ontvingen Hanna Van der Voort (postuum) en Nico Dohmen de Yad Vashem-medaille, aangevraagd door enkele van de door hen geredde kinderen. De onderscheiding wordt uitgereikt aan niet-Joden, die tijdens de Holocaust joden hebben gered. Meestal met gevaar voor eigen leven.
© cultuurZIEN 2026