Jac. Presser -historicus, hoogleraar, schrijver en dichter- was erbij op de binnenplaats van de Zentralstelle in Amsterdam. Hij schreef erover in zijn boek ''Ondergang, de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945. Daaruit een korte samenvatting van 6 en 7 september 1942:
''Van prof. Cohen is een merkwaardig verhaal van zijn bezoek op de ochtend van die 6de aan Aus der Fünten: ‘Ik trof hem in zijn kamer in een grote en, naar het mij voorkwam, en nog altijd voorkomt, werkelijke ontroering. Hij verklaarde mij dat de razzia geschiedde omdat te weinig Joden opkwamen en men het transport voltallig moest hebben en hij zei toen, mij aankijkend: “Aber glauben Sie mir, Herr Cohen, ich will es nicht”. Ik nam toen zijn beide handen en zeide: “Aber Herr Hauptsturmführer, wenn Sie nicht wollen, so tun Sie es nicht”. Hij keerde zich om naar het raam, wat hij deed als hij in ontroering was en zijn tranen wilde verbergen, keerde zich toen om en zeide: “Herr Cohen, ich muss, es geht nicht anders”. Ik sprak hem nogmaals toe, maar hij herhaalde alleen zijn woorden'’.
''Deze razzia duurde een groot deel van de dag en het begin van de avond voort; de Duitsers hielden Joden op straat aan en haalden hen in bepaalde door hen bewoonde buurten uit de huizen, niet zelden met veel lawaai en ruwheid; enkele zelfmoorden worden vermeld. Schrijver dezes herinnert zich, hoe hij, met zijn vrouw bij vrienden op bezoek, samen met hen en met hun kinderen uit hun benedenhuis de tuinschutting overklom naar een woning in een andere straat - en toen men daar tegen de deur bonsde, terugklom; het hielp echter weinig. Na achten thuis opgesloten, zag hij de Grünen steeds dichterbij komen en hoorde hen de stoep opklimmen. Beneden op straat wachtte de grote auto, waarin reeds een aantal opgepakten en waaromheen een dozijn opgeschoten jongens en meisjes uit de buurt, zonder uitzondering met NSB-kentekenen en hun commentaar leverend''.
Jac Presser bracht de nacht onder de blote hemel op de binnenplaats van de Zentralstelle door (en ondanks de stenen vloer en de bedekking met een enkele regenjas redelijk geslapen); op 7 augustus moest hij met zijn vrouw afwachten, of zij, weer de fuik uit zouden zwemmen.
''Zoals Aus der Fünten op die 7de augustus zijn opdracht uitvoerde, had geen sadist het hem verbeterd. Ik zag hem op die 7de augustus 1942 van 's ochtends vroeg tot een uur of vijf selecteren: naar links (de dood) of naar rechts (uitstel).
Al van heel vroeg in die ochtend stonden de honderden gevangen Joden op die binnenplaats. Aus der Fünten verscheen op het bordes dat naar de binnenplaats leidde, de ene sigaret aan de andere opstekend, nonchalant tegen een muurtje geleund; achter hem een paar van de functionarissen van de Joodse Raad. Op heel zachte toon sprak hij, de binnenplaats overkijkend: ‘Es ist nicht ruhig hier!’ en het was dadelijk stil, doodstil. En daarna begon hij. Hij liet rijen mensen voor zich opstellen, gewoonlijk niet meer dan een vijftien of twintig achter elkaar, liet hen een voor een voor zich komen, bekeek henzelf, hun papieren, vroeg wat aan een lid van de Joodse Raad en besliste, doorgaans zonder een enkel woord, met een vermoeid handgebaar: links of rechts. Hier was rechts -van Aus der Fünten uit gezien- : Westerbork - Auschwitz - dood, en links: voorlopig vrij''.
Presser en zijn vrouw kwamen vlak voor 17.00 uur voorlopig vrij. Toen stonden er nog zo'n 600 mensen te wachten op de binnenplaats, zij gingen allen naar Westerbork en van daar verder.