Heleen Kuipers-Rietberg (1893-1944, tante Riek, foto hierboven) is degene die met het idee kwam om het verzet landelijk te organiseren. Zij was één van de belangrijkste vrouwen in het verzet. Eind 1942 richtte zij, samen met ds. Slomp (Frits de Zwerver), de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) op. Heleen had de leiding.
Vanwege het toenemende werk, in totaal doken ca. 300.000 mensen onder, wilde zij stoppen met het verzetswerk, maar er was niemand die haar taak wilde overnemen. In mei 1944 werd de organisatie verraden. Heleen en haar man Piet Kuiper doken onder in Bennekom, maar werden daar in augustus 1944 gevonden. Heleen nam alle schuld op zich, in de hoop dat een vrouw minder hard zou worden gestraft. Piet werd vrij gelaten en Heleen ging naar kamp Vught. Vandaar ging het naar vrouwenkamp Ravensbruck. Daar ging haar gezondheid snel achteruit en met Kerst overleed Heleen Kuipers-Rietberg. Zij werd 58 jr. oud en liet een man en 5 kinderen na. Haar dochter vele jaren later:
,,Pas in september 1945 hoorden we dat ze was overleden in december 1944, waarschijnlijk aan tyfus. Toen prinses Wilhelmina op 4 mei 1955 een monument voor mijn moeder onthulde in Winterswijk (foto beneden aan) zei ze: ,,Je zal wel trots zijn op je moeder’’. Ik antwoordde: ,,Ik wou dat ze er nog was.’’ Trots was ik niet, mijn familie ook niet. Ze heeft gedaan wat ze moest doen. Het kwam op haar pad.
Na de oorlog was mijn vader zijn vrouw kwijt, zijn gezin lag uit elkaar en hij was zijn werk kwijt. Nu ben ik best trots op wat mijn ouders hebben gedaan. Dat er zoveel straten en pleinen naar mijn moeder zijn genoemd, dat doet me toch wel wat. Nu pas heb ik ruimte voor dat gevoel.''
LKP
Vanaf 14 aug. 1943 gingen lokale knokploegen landelijk samenwerken in de Landelijke Knokploegen (LKP). Izak van der Horst (Jacques), een notarisklerk en Hilbert van Dijk (Arie), een bakker, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de tot stand koming van de LKP. Beide Kampenaren maakten vanaf medio aug. 1943 deel uit van de landelijke leiding van de LKP, de zgn. ‘Top’. De LKP werkte nauw samen met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). ''Verzetsgroepen waren voordien meer guerillagroepen, nu werden zij verenigd tot een leger'', aldus ds. Slomp later.
overvallen
De bij de LKP aangesloten knokploegen pleegden overvallen en inbraken om distributiebonnen buit te maken. Ook stalen ze wapens en probeerden ze gevangen genomen illegalen te bevrijden uit politiebureaus, huizen van bewaring en gevangenissen. In de administratieve bescheiden inzake de LO-LKP, die Gerrit Spanhaak (2002) naliet, bevindt zich het afschrift van een indrukwekkende lijst van ‘Overvallen op distributiediensten en postkantoren’, waarop overzichtelijk vermeld staan de gegevens van maar liefst 122 overvallen in de periode van 4 juni 1943 tot 9 september 1944. Compleet met specificatie van plaats (van Baflo tot Sittard), de dienst (meestal distributiekantoor of postkantoor), de datum van de kraak en de aantallen aan bonkaarten, toeslagkaarten, rantsoenkaarten en rantsoenbonnen die ter plekke waren buitgemaakt.
Kees en het officiële CDK
L. van Zelst (Kees) was werkzaam op het officiële Centraal Distributiekantoor (CDK) in Zwolle. Hij verzon een truc waardoor meer bonkaarten werden afgedrukt dan officieel besteld waren en waarbij het overschot geruisloos aan het illegale CDK werd doorgegeven. Deze vernuftige constructie liep spaak toen een onderduiker, die op de Veluwe gearresteerd werd, bij zijn verhoor doorsloeg en belangrijke informatie prijsgaf. Kees werd opgepakt en in de nacht van 31 jan. 45 werd in de woningen van een aantal Kamper verzetsmensen huiszoeking verricht.
het illegale CDK
Reinout Roukema, Gerrit Spanhaak en J. Russchen brachten kriskras door het land distributiebonnen rond. Zij waren vrijwel voortdurend op reis. Het trio werd wel het CDK (Centraal Distributie Kantoor) genoemd. Daarnaar noemden de drie leden zich Chris (Roukema), Dirk (Spanhaak) en Karel (Russchen). J. Russchen (Peter) was de provinciale LO-leider uit Friesland. Toen het daar voor hem te gevaarlijk werd, kwam hij via Hilbert van Dijk in contact met Gerrit Spanhaak (†2002) en Roukema. Bij hun werk konden zij terugvallen op een netwerk van artsen, die door dr. Kolff het codewoord ''kunstmatige nier'' ingefluisterd hadden gekregen. In de loop van de tijd werd het CDK steeds meer de verbindingsschakel tussen LO en LKP.
christelijk en links georiënteerd verzet
Hoewel iedereen kon deelname aan de LO-LKP, bestond zij in de praktijk voor het grootste deel uit christenen. Er werd ook dankbaar gebruik gemaakt van al bestaande netwerken binnen religieuze zuilen, zoals de meubelmakersbond en korfbalorganisatie om contacten te leggen. Kerken waren de enige plek waar grote groepen mensen nog samen konden komen. Verder waren samenscholingen verboden.
Het verzet in Kampen
Eind 1942 vond er een soort startbijeenkomst plaats van het Kpr verzet, waarbij Jan Dirk Buwalda, op advies van Dr. Dam, tot leider werd benoemd. Die bijeenkomst vond plaats bij sigarenmaker Scholten aan de Wilhelminalaan 71, een familielid van Izak van der Horst. Vanuit Kampen waren 5 mannen aanwezig: Buwalda, Scholten, Van der Horst †, Hilbert van Dijk † en Muller (politieman, die voor het verzet bonkaarten rondbracht). Daarnaast ds. Slomp om uitleg te geven.
Andere belangrijke namen uit het Kamper verzet waren: dr. R. J. van Dam (Maas), rector van het Gereformeerde gymnasium; Reinoud Roukema, medisch student uit Ijsselmuiden.
Het laten onderduiken van jongens en mannen voor de Arbeitseinsatz speelde de hoofdrol. Voor Joodse inwoners deden zij niet zo veel, hoewel ds. Slomp daar aandacht voor bleef vragen.
ontwikkeling binnen het verzet:
Tot Dolle Dinsdag, 5 sept. 1944, bestond het verzet uit verzetslieden van het eerste uur. Zij waren kerkelijk (vooral gereformeerd) of links (CPN) georiënteerd. Na dolle dinsdag werd de LO/LKP omgevormd tot Binnenlandse Strijdkrachten o.l.v. prins Bernhard. Er komen andere mensen in (de leiding van) het verzet.
Daarnaast hadden voorm. legerofficieren al in 1940 de Orde Dienst opgezet, met het oog op de situatie nadat de Duitsers Nederland hadden verlaten en gericht tegen een linkse machtsovername. De spoorwegstaking van zomer 1944 maakte verzet extra moeilijk (trein veel gebruikt voor lange afstanden). Bovendien werd de trein een gevaarlijk vervoermiddel, wegens de vele beschietingen door geallieerde vliegtuigen. Het hele land werd nu per fiets doorkruist.
vrouwen in het verzet
De rol van vrouwen in het verzet is direct na de oorlog door de verzetsstrijders zelf gemarginaliseerd (ach, die deden wat koeriersdiensten). Namen van Kamper vrouwen in het verzet: Nellie van Helden, Alie Roozendaal, Lies Slurink, Be Tuinman, Aafke Pel. Er is weinig onderzoek naar gedaan en nu is het te laat om hen nog te bevragen. Zoals een engelse historica in 2020 zei over onze kennis over wo2: ''We weten van weinig heel veel.''
hieronder het monument voor vrouwen in het verzet in Winterswijk, waarover de dochter van tante Riek sprak.
© cultuurZIEN 2026