Emmastraat Kampen (het huis van de fam. Van den Oever staat niet op de foto)
Binnen het kader van de Tweede Wereldoorlog in Kampen is er mondjesmaat aandacht voor het tragische lot van Gerrit van den Oever, ambtenaar bij de gemeente-secretarie. Minder bekend is dat ook zijn vader Jan van den Oever sr, de voormalige gemeente-secretaris, en zijn broer Jan van den Oever jr., politie-inspecteur in Amsterdam, zich verzetten tegen de Duitsers.
Oorlogsdagboek Kampen belicht daarom het leven van twee generaties Van den Oever.
Jan van den Oever sr. (R'dam 1876-1948 Zwolle)
Jan van den Oever was de zoon van Gerrit van den Oever en Grietje van Delft. Gerrit en Grietje waren in 1873 in Katwijk getrouwd, maar vestigden zich in Rotterdam. In 1874 werd dochter Maria geboren, twee jaar later gevolgd door zoon Jan. Jans vader overleed in 1886 op de jonge leeftijd van 35 jr. Waarschijnlijk was Gerrit van den Oever, net als grootvader Cornelis, timmerman. Grietje bleef met Maria (12 jr) en Jan (10 jr) achter.
naar Kampen
Grietje van Delft hertrouwde in 1889 met Johannes Cornelis Eijkman, een slager uit Kampen. Jan Eijkman was geboren in Kampen, maar zijn familie was afkomstig uit Zuid-Holland. Net als zijn eerste vrouw, Grietje Mijnders (†1878, 29 jr). In 1889 was Jan Eijkman al 10 jr. weduwnaar en had hij een zoon en twee dochters.
Dit tweede huwelijk van zijn moeder Grietje van Delft bracht Jan van den Oever en zijn zus Maria naar Kampen. Slagerij Eijkman was gevestigd in Oudestraat 200 (het rechter deel van het voorm. Chinese restaurant Happy Garden), een diep pand met een achteruitgang naar de Karpersteeg. In 1891 trof het noodlot het samengestelde gezin. Het oudste kind van Jan Eijkman, dochter Maria Sophia Martijna Geertruida, overleed op de leeftijd van 15 jr. Zij was net zo oud als Jan van den Oever.
zus Maria van den Oever
Jans zus Maria van den Oever trouwde in 1894 in Kampen met Pieter Gert Wessel Kruger (Rustenburg (Zuid-Afrika) 1871), één van de vele kleinzoons van de Transvaalse president Paul Kruger. Pieter had zich in 1889 voor studie in Kampen gevestigd en verbleef in die tijd bij prof. Noordzij in huis. Of hij ook theologie studeerde is niet duidelijk. In mei 1894 vertrok hij weer naar Zuid-Afrika, maar kwam enkele maanden later terug om in oktober met Maria van den Oever te trouwen. Het stel vertrok naar Zuid-Afrika, waar in 1895 hun dochter Grietje werd geboren, vernoemd naar haar grootmoeder van moederskant. In 1897 verbleef Maria weer in Kampen, waar zij bij haar (stief-)ouders aan de Oudestraat beviel van zoon Casper Jan Hendrik, vernoemd naar zijn grootvader van vaderskant. Het woonadres van Maria van den Oever en Pieter Kruger was toen in Pretoria.
carrière Jan van den Oever
Ondertussen studeerde Jan van den Oever rechten, waarna hij zich aan de Vloeddijk in Kampen vestigde als advocaat & procureur. Jan trouwde in 1905 in Zwolle met Dina Johanna Kamphof. Schoonvader Hendrik Kamphof was directeur van een tingieterij. Tussen 1906 en 1914 werden aan de Vloeddijk vijf kinderen geboren. Na 1928 verhuisde het gezin naar een nieuwbouwhuis hoek Emmastraat/Wilhelminalaan. De familie behoorde voor de oorlog tot een zeer select gezelschap van autobezitters in Kampen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Jan van den Oever sr met vrouw en dochter Jansje nog steeds in de Emmastraat.
advocaat bij arbeidsconflict Kamper Aardewerkfabriek
In 1906 werd bij de Kamper Aardewerkfabriek een nieuwe, jonge opzichter aangesteld Reinholt Krüger. Hij bracht Duitse omgangsvormen mee, wat direct leidde tot een arbeidsconflict. Het liep zó hoog op dat de medewerkers van de aardewerkfabriek hun producten kapot gooiden, wat weer leidde tot een rechtzaak. De officier van Justitie nam de zaak hoog op en vroeg om 6 weken gevangenisstraf voor de 5 oudere werknemers (17 tot 19 jr) en f 10,- boete (of 2 weken tuchtschool) voor de twee jongste werknemers (14 en 16 jr). Mr. Van den Oever was de toegevoegd verdediger voor de twee jongens, maar hij nam ook de verdediging van de ouderen op zich. Hij vroeg om vrijspraak en die kwam er ook. In hoger beroep kregen 4 medewerkers boetes van f 20,- (of 20 dagen hechtenis) en kreeg er 1 een boete van f 5,- (of een week tuchtschool). De vrijspraak van de twee jongsten bleef staan.
politieke carrière
De politieke carrière van Jan van den Oever verliep ook voorspoedig. In 1905 werd hij in Kampen raadslid voor de ARP (Anti Revolutionaire Partij, opgegaan in CDA) en stroomde meteen door naar het ambt van wethouder. Daar kwam een einde aan, toen de ARP in 1918 de verkiezingen verloor. Vrijwel direct werd hij door interim-burgemeester Ten Kate voorgedragen als gemeente-secretaris, wat bijna unaniem door de raad werd gesteund. In de stad Kampen, met haar grote grondgebied vol verpachtte erven, was het van belang dat er iemand met juridische kennis lid was van het college van B&W of tenminste iemand met deze kennis het college kon adviseren. Op 27 mei 1919 werd Jan van den Oever sr. benoemd tot gemeente-secretaris en bleef dit tot augustus 1940, toen hij om gezondheidsredenen zijn ontslag indiende. Van een rustige oude dag was voorlopig geen sprake. Twee van zijn zoons, Gerrit en Jan jr., waren betrokken bij het verzet. Jan van den Oever sr. zelf werd op 13 juli 1943 gearresteerd door de Sicherheits Polizei (SiPo), hij was in het bezit van illegale kranten. Na een maand in het huis van bewaring in Arnhem werd hij weer vrijgelaten en kon in september 1943 zijn 68ste verjaardag thuis in de Wilhelminalaan (dan hernoemd tot Damstraat) vieren. In 1948 overleed Jan van den Oever sr. in ziekenhuis De Wezenlanden in Zwolle, hij werd 72 jaar oud.
Oudste zoon Gerrit van den Oever (Kpn 1906-1944 Neuengamme)
Gerrit van den Oever werd geboren aan de Vloeddijk in Kampen in het welgestelde gezien van Jan van den Oever, advocaat & procureur en Dina Johanna Kamphof. In 1934 trouwde hij met Geesje Noortman. Het stel betrok een nieuwbouwwoning in de Lehmkuhlstraat op Zuid, er kwamen 3 zoons (Jan, 1935; Diederik,1939 en Gerrit, 1943).
uitbreken oorlog
In de meidagen van 1940 vocht Gerrit van den Oever bij de Grebbeberg. Hij was weken onvindbaar, maar keerde in de zomer van 1940 terug uit Duitse krijgsgevangenschap. Hij werkte daarna weer in het stadhuis bij de gemeente-secretarie. Tot op 9 juni 1943 brand werd gesticht nabij de kluis van het stadhuis met daarin het bevolkingsregister.
brand in kluis stadhuis Kampen
Daar had Gerrit van den Oever niets mee te maken, maar hij werd wel opgepakt. Hij kwam op 10 juni 1943 in kamp Vught aan, waar hij een grote groep andere Kampenaren trof (in totaal 18 man). Als ambtenaar niet gewend aan fysieke training kreeg hij zwaar werk opgelegd in het zand-commando: werken met de schop. Ook was zijn ondergoed ingenomen, terwijl de maand juni in 1943 guur was. Met veel moeite kregen de Kampenaren Gerrit overgeplaatst naar het Philips-commando, waar hij op de schrijfkamer werkte. Gerrit kampte met heimwee naar Kampen, naar zijn vrouw en kinderen, naar jongste zoontje Gerrit dat geboren was na zijn arrestatie. Gerrit leefde wat op wanneer hij een brief van zijn vrouw had ontvangen, maar daarna sloeg de heimwee weer toe. Hij was stil en in zichzelf gekeerd.
Neuengamme
In de zomer van 1944 werd Gerrit van kamp Vught via kamp Amersfoort naar Neuengamme overgebracht. In Neuengamme overleed hij op 28 nov. 1944 aan uitputting, hij was 38 jr oud. Gerrit van den Oever werd begraven in Hussum en in 1955 herbegraven op het Nederlandse ereveld te Lübeck.
Jan van den Oever jr (Kpn 1911-1990 Alkmaar)
Jan jr. was de bolleboos in het gezin, de beoogde opvolger van zijn vader. In 1924 ging hij naar het gereformeerde Gymnasium aan de 1e Ebbingestraat, toen nog olv van rector Esser. In 1929 trad Dr. Dam als rector aan. Jan van den Oever jr. deed in 1931 examen om daarna naar Amsterdam te vertrekken voor een rechtenstudie. Hij kon op kamers bij een zoon van het Kamper schoolhoofd Ten Kate (tevens schoonzoon van ds Frits Slomp alias Frits de Zwerver). In 1936 slaagde hij voor zijn doctoraal.
vaste baan en trouwen
In de jaren 1920 kreeg Jan jr. verkering met Henny Telder, een meisje van eenvoudige, streng gereformeerde komaf. De rest van de familie Van den Oever vond haar beneden hun stand. Op zoek naar een vaste baan meldde Jan jr. zich in 1936 bij de Amsterdamse politie voor een opleiding tot inspecteur. Er waren 200 aanmeldingen, Jan jr. was één van de 6 uitverkorenen. De opleiding duurde een jaar, waarna een vaste aanstelling tot inspecteur volgde. Eindelijk kon Jan trouwen met zijn Henny en wonen buiten het zicht van de benepen Kamper verhoudingen. Jan en Henny trouwden in 1938 en in 1939 werd een dochter geboren.
de oorlog
Omdat er twee broers boven hem waren (Gerrit en Hendrik) hoefde Jan jr. niet in dienst. Hij werd dus ook niet gemobiliseerd. Wel tekende hij in 1940 de ariërverklaring. In 1942 bracht Jan van den Oever jr. met vrouw en dochter de vakantie door in Kampen. Daar zal vast gesproken zijn over de betekenis van de preek van ds. Slomp op 13 juni 1942, een preek over de vroedvrouwen van Egypte. Waarschijnlijk had Jan jr. in Kampen ook contact met politieman Pieter Kapenga, die kort na hem in Kampen medewerking weigerde aan het ophalen van Joodse inwoners van de stad. Broer Gerrit en Pieter Kapinga woonden bij elkaar om de hoek in de wijk Zuid.
dienstweigering
Na thuiskomst in Amsterdam weigerde Jan van den Oever jr. in september 1942 medewerking aan razzia's op Joodse inwoners van Amsterdam. De tactiek van de Amsterdamse korpsleiding was om het personeel onverwacht voor het blok te zetten. Op 25 aug. 1942 kregen de Amsterdamse inspecteurs van commissaris Tulp te horen dat zij zouden worden ingezet bij het ophalen van Joden. Hoewel de inspecteurs zich bewust waren van het feit dat zij zich op een glijdende schaal bevonden, was het alleen Jan jr. die wegens gewetensbezwaren medewerking weigerde. Van den Oevers dienstweigering was de eerste uiting van weerstand in de politie tegen de vervolging en deportatie van joden. De andere inspecteurs voerden allemaal de opdracht uit, omdat ''het toch niet tegen te houden was en zij de opdracht soepel konden laten verlopen '. Van den Oevers plek werd nog de zelfde avond door een collega overgenomen en het ophalen van Joden ging door.
ontslag
Jan van den Oever jr. werd ontslagen en verloor daarmee zijn inkomen. Zonder baan dreigde ook te werkstelling in Duitsland. Waarschijnlijk kreeg hij financiële steun van Jan sr. Buurman Wouter Iseger, kantoorbediende en zoon van een politieman, gooide iedere week een envelop met geld in de brievenbus. Wouter was ook een goede voetballer, een sport die ook door de leden van de fam. Van den Oever graag werd beoefend. Jan jr. en Wouter Iseger bleven hun verdere leven bevriend. Het lukte Jan jr. uiteindelijk om een baantje te vinden als vertegenwoordiger bij biljartfabriek Wilhelmina aan de Stadhouderskade. Op 6 okt 1944 werd zoon Gerard geboren. Kort daarna vertrok het gezin naar Kampen, waar zij de hongerwinter in het huis van de (groot-)ouders aan de Emmastraat doorbrachten.
na de oorlog
Na de oorlog trad Jan van den Oever jr. weer in dienst bij de Amsterdamse politie, maar echt lekker liep het niet meer met de collega's. Zij droegen hem zijn dienstweigering na. In 1948 maakte Jan jr. de overstap naar parketwachter in Haarlem en in 1957 volgde de benoeming tot officier van Justitie. In deze werkkring wist vrijwel niemand van zijn dienstweigering. Met zijn kinderen sprak hij nooit over de oorlog, maar zelf las hij alles wat hij vinden kon. Jan van den Oever jr. overleed in 1990 in Alkmaar, zijn vrouw overleefde hem 4 jaar. Zij zei aan het einde van haar leven medelijden te hebben met de oud-collega-inspecteurs, die na 1942 moesten verder leven met het pijnlijke besef een grote vergissing te hebben begaan.
Gebaseerd op:
- Guus Meershoek, Bevolen dienst geweigerd, politie Amsterdam-Amstelland 2008
- Peter Sierksma, Gerrit van den Oever, in leven commies ter Secretarie te Kampen, z.j.
- eigen onderzoek, 2026
© cultuurZIEN 2026