de kluis bevond zich in het nieuwe deel van het stadhuis, links van de ingang
Aanvankelijk werd de kluis in het stadhuis bewaakt door de WA, de in zwarte uniformen gekleede paramiliataire knokploeg van de NSB. Later werd de bewaking overgenomen door de Kamper politie. Zeker is dat op 9 juni 1943, tussen 12.30 en 13.00 uur brand werd gesticht met als doel het bevolkingsregister te vernietigen. Dit lukte maar gedeeltelijk.
wat we weten over de brand
De brand vond plaats tijdens de middagpauze, toen iedereen naar huis was. Om de brand te kunnen stichten liet secretarie-medewerker Klaas Kruithof zich opsluiten in het stadhuis. Bij gebrek aan voldoende brandbommen, die niet op tijd beschikbaar waren door autopech, haalde Kruithof alle kaarten van het registratiesysteem uit de kluis en gooide deze op de grond. Daar sprenkelde Kruithof benzine overheen en stak de boel in brand. Dat brandde slecht, met gaf wel een flinke rookontwikkeling. Overbuurman, fotograaf en NSB-er Arentshorst raakte hierdoor geallarmeerd, net als enkele voorbijgangers. Uiteindelijk ging maar 1/3 van het totale bevolkingsregister in vlammen op.
de vlucht
Kruithofs verloofde Miep Hartsuiker had rond 11.00 uur een fietst klaargezet tegen de gevel van Ubink aan de Plantage. Op deze fiets verdween Klaas Kruithof na afloop naar Barneveld. Een dag later fietste hij door naar Amsterdam, waar hij bij Greijdanus verslag deed. Volgens deze versie van het verhaal werd de opdracht tot de brand gegeven door prof dr. Seakle Greijdanus (1871-1948) uit Amsterdam. Greijdanus was tot januari 1943 hoogleraar geweest aan de Theologische school in Kampen en had lang aan de Cellesweg gewoond.
arrestaties
Theo Piederiet, ook ambtenaar op de secretarie, moest naar Zwolle komen voor verhoor. Dat verhoor werd afgenomen door de Kamper politiechef en NSB-er Johan Boesveld. Uiteindelijk werden drie onschuldige ambtenaren gearresteerd en naar Vught gebracht:
waarnemend gemeente-secretaris K.T. van de Veen (Henk Bakker had per 1 juni 1943 ontslag genomen),
afdelingshoofd Johan H. Polder (ook administrateur Weeshuis) uit de Emmastraat
secretarie-ambtenaar G. v. d. Oever (zoon van de vorige gemeentesecretaris mr. J. van den Oever, pensioen per 30 juni 1940), lid verzet, woonde hoek Lehmkuhl-Hendrik van Viandenstraat.
Dat de vermoedelijke dader voortvluchtig was, is voor de Duitsers geen een beletsel om dan toch wat onschuldige, maar anti-Duitse elementen te arresteren. Een dag later komen de drie ambtenaren aan in het concentratiekamp Vught, waar al een flink aantal Kamper ambtenaren aanwezig is. Zo veel dat Pieter Kapenga er in zijn brieven vanuit kamp Vught naar huis een opmerking over maakt: ‘In den zomer van 1943 zat te Vught gevangen een flinke groep ambtenaren uit Kampen, van de Politie, de Distributiedienst en de Gemeentesecretarie''.
Gerrit van den Oever
Gerrit van den Oever was niet opgewassen tegen de strenge ontberingen van het kampleven, waar hij in Vught nog maar een voorproefje van kreeg. In de zomer van 1944 is hij via Amersfoort en Neuengamme in Hussum terechtgekomen, waar hij op 28 nov. 1944 overlijdt, 38 jaar oud.
De familie van den Oever heeft het Klaas Kruithof altijd kwalijk genomen dat hij met de onbezonnen brandstichting hun zoon/man/vader zo in gevaar heeft gebracht.
over de brandbommen
In een interview van 5 mrt 1947 met Jan Dirk Buwalda, voorman van het verzet in Kpn, komt de brand in de kluis zijdelings ter sprake. Buwalda vertelt over een ontmoeting op een zaterdag in mei 1943 met een neef van Kees van het Land uit Epe. Deze neef stelde zich voor als De Ruijter en zei dat hij brandbommen had. ''Toen zijn de eerste beginselen gelegd voor de brand hier in het stadhuis''. Hilbert van Dijk was er ook en zei dat de brandbommen in Kpn nodig waren om het bevolkingsregister te verbranden. Dat was belangrijk om te voorkomen dat jongens en mannen naar Duitsland zouden worden gezonden voor de Arbeitseinsatz (en niet om Joodse inwoners te beschermen, zij waren al in nov. 42 en apr. 43 weggevoerd).
Op de dag van de brand kwamen er 2 marechaussee bij mevr. Kroeze. Haar zoon Jan was knecht bij Hilbert van Dijk en er werden brandbommen bij mevr. Kroeze aan de Vloeddijk bewaard. Hilbert schrok zich rot, maar de marechaussee kwamen alleen het geld brengen dat zoon Henk verdiende.
Op de vraag ,,wie de knaap was die de brandbommen in het bevolkingsregister gelegd heeft'' verwijst Buwalda naar De Ruijter en mevr. Kroeze.
© cultuurZIEN 2025