wijk Zuid tijdens wo2, 21 febr 2026
(samenvatting)
(samenvatting)
hierboven een luchtfoto van wijk Zuid uit 1935 met enkele huizen langs de Fernhoustraat en het bubbele blok Apeldoornstr-Noordzijstr-Jan van Arkelstr- Van Hasseltstr in aanbouw en onderaan station Zuid met de trambaan.
Zuid is een wijk van rond 1932: dichten Afsluitdijk. De wijk ligt hoog boven zeeniveau, dus in Kpn woon je ''op Zuid''. Zuid bestond toen nog uit het voorste deel. Dat is ook het ruimer opgezette deel.
Wat opvalt aan Zuid tijdens wo2 is het grote aantal politiemensen dat er woonde. We komen er verschillende tegen tijdens deze wandeling.
Startpunt: het monument voor dr. Kolff, uit 1994 en van Norman Burkett
Per 1/7/1941 werd dr. Willem Johan (Pim) Kolff als internist benoemd bij het Stadsziekenhuis De Engelenbergstichting in Kpn. Daar zette hij zijn werk aan het maken van een kunstnier voort. Met hulp van Berkpannenfabriek bouwde Kolff in de oorlog (1943) zijn eerste exemplaar: een emaillen spoelbak met honderd liter vloeistof, waarin een waterpomp van een T-Ford bloed door meters worstenvel pompte, ronddraaiend op een aluminium trommel van een neergeschoten Duits vliegtuig. De eerste patient die overleefde was Sofia Maria Schafstad uit de Veen Valckstraat in Brunnepe. Zij was één van de gevangenen, die in september 1945 opgesloten zaten in de Van Heutszkazerne. Zij was lid van de NSB en veroordeeld tot een jaar detentie. Tijdens haar detentie werd zij levensbedreigend ziek en door dokter Kolff op 11 sept. 1945 behandeld met de kunstmatige nier. Sofia herstelde dankzij deze ingreep en is daarmee de eerste patiënt ter wereld die dankzij nierdialyse overleefde. Nog in 1999 verzuchtte Kolff in een interview met het dagblad Trouw: ''dat hij liever iemand anders had gered, want mevrouw Schafstadt koesterde nazistische sympathieën. Maar als arts moet je vriend en vijand behandelen” (eed van Hippocrates).
Er staat geen Sofia Maria Schafstadt (met of zonder -t) in het overzicht van NSB-leden in Kampen, samengesteld door dr. Iet Erdsieck. Wie was zij dan wel?
Na even zoeken kwam een Maria Sophia van der Merk te voorschijn. Zij werd geboren in Amsterdam in 1878 als dochter van een ongehuwde moeder. Maria trouwde in 1900 met gasfitter Dirk Carel Johannes Stemmerik (A'dam 1877-1926). Het stel kreeg 3 kinderen. In de jaren 1920 woonde het gezin Stemmerik in Den Haag, later in Alkmaar. Oudste zoon Henk was officier-vlieger bij de Koninklijke Marine, eerst op Texel en later in Den Helder.
In sept.1938, zij is dan 12 jaar weduwe, hertrouwde Maria met Herman Schafstad (Kpn 1881), een emailleur uit Kpn en al 2x weduwnaar. Zij was 60 en hij 59 jr.. Het is toch een bijzondere speling van het lot dat de 1e overlevende patiënt van Kolffs-nierdialyse, de vrouw was van een emailleur van Berk, terwijl het dialyse-apparaat met medewerking van de Berk-directie in de oorlog werd ontwikkeld en draaide in een emaillespoelbak van Berk (foto replica hiernaast).
Maria Sophia Schafstad- van der Merk overleed in 1950 in De Bilt, waarschijnlijk in huis bij haar oudste zoon, haar woonadres was in Den Haag. Maria werd 72 jr en is dan nog steeds getrouwd. In 1953 overleed Herman Schafstad in Kampen, 71 jr. oud.
Maria en haar oudste zoon komen voor in het Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR), maar dat betekent niet zo veel, in het CABR komen veel mensen voor. Een nazi-sympathisante hoeft natuurlijk ook geen NSBlid te zijn. Haar jongste zoon heeft tijdens de oorlog in Utrecht in gevangenis Wolvensplein gezeten als ''politiek gevangene'', in die dagen ook een nietszeggende term. Dochter Elisabeth stond op de ledenlijst van de NSB, terwijl oudste zoon Henk genoemd wordt op een lijst van ''het Oranjehotel''.
(nu) Apeldoornsestr 13, politieman Verheijen
Hier, op de hoek met de Noordzijstraat, woonde in de oorlog hoofdagent Hendrikus Wilhelmus Verheijen met zijn gezin. Hij woonde in een blok woningen van wbv ''Eigen Woon''. Architect Duytshoff ontwierp in 1933/34 82 woningen met 4 winkelpanden in het blok Apeldoornsestr-Noordzijstr-Jan van Arkelstr-Van Hasseltstr (zie foto bovenaan). Het zijn woningen in de stijl van de Amsterdamse school, maar niet allemaal even zorgvuldig gemoderniseerd. Deze huizen werden bewoond via een huur/koopconstructie: door huur te betalen kocht je de woning af. Voordat dit blok huizen er stond woonde de familie Verheijen in de Buiten Nieuwstraat, waar ook de 4 kinderen werden geboren. De fam. Verheijen was een goed katholieke familie, beide dochters werden later non en een zoon pater. Henk Verheijen werd samen met 3 collega's in febr. 1943 gearresteerd, omdat zij niet langer wilden meewerken aan ''politieke arrestaties'', waaronder het ophalen van de 4 laatste Kpr Joden. Volgens zijn dochter viel er toen een grote last van hem af. In 1954 ging Verheijen met pensioen, hij was toen chef kinder- en zedenpolitie.
Van Parallelweg via Galléstraat naar Apeldoornsestraat:
Bij besluit van NSB-brugm. Sandberg heet de straat sinds febr. 1944 Apeldoornsestraat. De weg begon onder de naam Parallelweg, want parallel lopend aan de trambaan Kampen-Hattem ( zie foto hierboven, opgeheven in 1933). In 1934 werd het Galléstraat, naar de voor Kpn belangrijke familie Gallé. Een Hugenotenfamilie, die dominees, stadsbestuurders en trijpfabrikanten voortbracht. Het laatstte stukje van de straat heeft deze naam nog behouden.
(nu) Apeldoornsestraat 18: Herman, Clara en Louis Goudsmid
De familie Goudsmid, vader Herman, moeder Clara de Lange en zoontje Louis van 4 jr. Zij maakten de naamswijziging van Galléstraat naar Apeldoornsestraat niet meer mee. De fam. Goudsmid woonden op nr 18, schuin tegenover politieagent Verheijen. Vader Herman Goudsmid was veekoopman. Aan het begin van de oorlog was hij secretaris van de Joodse gemeente, die toen nog uit ca. 40 lidmaten bestond.
Boer Spronk aan De Zande had regelmatig contact met veehandelaar Herman Goudsmid. Die kwam op zijn transportfiets langs, vaak met zoon Louis achterop. De fam. Spronk bood Herman in de voor-zomer van 1942 aan om Louis bij hen te laten. Uit Weggetjes naar de Vrijheid: ''Herman laat dat kind toch bij ons. Dat is toch het beste. ''Nee'' zei Herman, ''dat doe ik niet. Ik heb maar één kind, ik kan hem niet achterlaten, echt niet.'' Toen Herman weg fietste met Louis achterop, liep moeder Spronk nog achter hem aan. ''Wees nou verstandig, Herman, laat Lowietje toch hier'', riep ze hem na. Maar Herman keek niet om, fietste weg, naar huis''.
In juli 1942 moest Herman zich (verplicht) melden om te gaan werken in een werkkamp bij Johannesga in Frisland. Vandaar werd hij overgebracht naar Westerbork. In sept 1942 kwamen 2 Duitsers en een Ndlse politieman Clara en Louis Goudsmid ophalen voor gezinshereniging in Westerbork. Citaat uit Weggetjes naar de Vrijheid:'' Louis kende de politieman wel. Hij woonde aan de overkant en was de vader van een vriendje. De buurman praatte hard en streng tegen zijn moeder. Zij ging de trap op om wat spullen te pakken. Toen zij weer de trap afkwam riep Louis naar haar: ''mamma, mamma kom snel we mogen met de auto''. Louis had nog nooit in een auto gezeten. Clara en Louis werden in de bak van de grote auto geduwd en een Duitser kwam naast hen zitten''. Via Westerbork ging het op 16 okt. naar Auschwitz, waar Clara en Louis op 19 okt. direct na aankomst zijn vermoord. Onderweg naar Auschwitz werd vader Herman nog uit de trein geplukt om dwangarbeid te verrichten.
Lehmkuhlstr 1 / hoek Hendrik van Vianden: Gerrit van den Oever
Op 9 juni 1943 werd tussen de middag, toen iedereen naar huis was, brand gesticht in de kluis van het stadhuis (Oudestraat, nu museum). Doel: het bevolkingsregister te verbranden (vooral vanwege de Arbeitseinsatz). De beloofde brandbommen kwamen niet of niet op tijd. In ieder geval werden de kaarten buiten de kluis op de grond gegooid, besprenkeld met benzine en in brand gestoken. Dat brandde slecht, maar leverde wel veel rook op. Dat werd opgemerkt door voorbijgangers en door overbuurman Arenshorst, een fotogtaaf aan de overzijde van de Oudestraat en NSB-er. Als straf werden 3 onschuldige, maar als anti-Duits bekend staande, ambtenaren opgepakt. Eén van hen was Gerrit van den Oever. Via Vught en Amersfoort ging het naar kamp Neuengamme, waar hij op 28 nov 1944 overleed, pas 38 jr oud. Hij liet een vrouw en 3 kinderen na, de jongste werd geboren in nov. 1943. Gerrit was wel werkzaam voor het verzet en de fam Van 't Oever heeft het de daders van de brand altijd kwalijk genomen dat zij hem zo in gevaar hebben gebracht.
Gerrits jongere broer Jan van den Oever jr. was jurist en werkte als inspecteur bij de politie in A'dam. De nazomer van 1942 bracht hij met zijn vrouw en dochter in Kpn door. Dat was kort nadat ds. Slomp op 13 juli 1942 in de Nieuwe kerk zijn preek hield over de vroedvrouwen van Egypte. De preek, die het begin inluidde van het gereformeerde verzet. Jan jr weigerde in sept 1942 medewerking aan het ophalen van Joodse inwoners in A'dam. Hij vond dat politiemensen eigen burgers niet in gevaar mochten brengen. Dat kwam hem op ontslag te staan.
Fernhoutstraat
Vernoemd naar Meine Fernhout, burgm. van Kpn tussen 1919 en 1933 en daarmee de voorganger van burgm. Oldenhof. Fernhout heeft tegen veel weerstanden in de bouw van de wijk Zuid doorgedrukt.
Meine Fernhout is ook 1 van de 4 burgemeesters die vanuit hun ambt de bezetter hebben tegengewerkt. Alle 4 burgm waren lid van de ARP (Anti-Revolutionaire Partij), in 1980 opgegaan in het CDA. Drie van de 4 zijn burgemeester van Kpn geweest: Fernhout, Oldenhof en Berghuis, de opvolger van Oldenhof.
Fernhoutstr 31, politieman Pieter Kapenga
Op 29 mei 1945, 's avonds rond 21.00 uur staat bij de pont over de Ijssel een magere man in een oude Duitse legerjas en zonder papieren. Het is politieman Pieter Kapinga, die na een gevangenschap van 2 jr en 2 mnd terugkeert in Kpn, naar zijn gezin aan de Fernhoutstr. Pieter Kapenga (Muntendam 1898-1984 Kpn) was vanaf 1934 politieman in Kpn. Hij staat bekend als ''de enige agent die in 1942 heeft geweigerd Joden op te halen'' (journalist Igor Cornelissen in Vrij Nederland). Het verhaal over Jan van den Oever jr. maakt duidelijk dat deze uitspraak niet klopt. Waarschijnlijk hebben Pieter Kapenga en Jan van den Oever jr. in de zomer van 1942 wel contact met elkaar gehad.
1934: de huizen aan de Fernhoustr zijn nog niet klaar en Pieter en zijn vrouw Annie Mulder betrekken een huurhuis in de Veen Vakckstraat, om na oplevering van het nieuwbouwhuis aan de Fernhoustr naar Zuid te vertrekken. Uiteindelijk bestond het gezin uit 4 dochters, gevolgd door 2 zoons.
Tot de taken van Pieter Kapenga tijdens de oorlog behoorde het bijhouden van ''de geheime cartotheek'', een lijst met namen van NSBers en hun daden. Pieter raakte ook betrokken bij het verzet, dat soms bij hem thuis vergaderde. Hij huurde 2 percelen grond als volkstuintjes op het terrein van Marinus Post: 1 vlak bij de boerderij en 1 tegen het riet in ''het Onland'' aan. Zo brengt hij in zijn fietstassen verstopt onder (bloem-, rode- of witte-) kolen wapens van de boerderij van Marinus Post naar de fam. Roukema in Ijsselmuiden. Dat waren wapens uit het depot van de politie, die in veiligheid waren gebracht op de boerderij van Post. Laat even tot je doordringen, want dit betekent: politieman Kapenga moet dan langs de Duitse wachtposten bij de Stadsbrug. Pieter zorgde er ook voor dat tandarts Polak en zijn vrouw konden onderduiken bij zijn collega-ouderling Ebele Bosma, boer op het Kampereiland. Polak is één van de weinige Kpr Joden die de oorlog overleefde.
Op 16 nov 1942 kreeg Pieter Kapenga -onder embargo- van zijn chef te horen, dat de volgende dag om 19.30 uur alle Joodse inwoners van Kpn zullen worden opgehaald. Daarom kan Pieter zijn aangevraagde verlof niet krijgen. Pieter zou ook verantwoordelijk worden voor het transport van de Joden naar Westerbork. Pieter Kapenga weigerde mee te werken ''aan handelingen ten nadele van de Joden''. Hoe loopt dit af? Op 18 dec werd hij in Arnhem verhoord en op 30 dec. 1942 kreeg hij ontslag met pensioen (brief in naam van Seys-Inquart). Pieter kon dus meer tijd gaan besteden aan zijn gezin en aan zijn volkstuin en daarmee aan het verzetswerk.
De sfeer in Kpn en zeker binnen het politiekorps veranderde drastisch met de komst per 1/1/1943 van politiecommissaris Johan Boesveld, een NSBer. Steeds meer agenten weigeren opdrachten uit te voeren en verdwijnen naar kamp Vught, zoals Pieter Stavast uit de Vingboonstr (Zuid) en Thomas de Boer uit de Boelestr (Zuid). Op 26 mrt 1943 werd ook Pieter Kapenga van zijn bed gelicht. Pas de volgende dag hoorde zijn gezin via het verzet dat hij naar Vught was gebracht. Een week later werden politieman en buurman Jan Harm Jansen (de lange Jansen), politiemannen Chr. Jansen (Voorstr) en agent Verheijen (Apeldoornsestr, zie hiervoor) opgepakt en naar Vught gebracht. In de zomer van 1943 zitten er 18 Kampenaren (politiemensen en ambtenaren) in kamp Vught.
In mei 1944 werd Pieter Kapenga met een aantal andere Kampenaren (o.a Jan Post, de zoon van Marinus) overgebracht naar Dachau. Annie ontvangt daarna geen brieven meer. Op 29 april 1945 werd Dachau door de Amerikanen bevrijd, maar pas op 25 mei lukte het Pieter Kapenga terug te reizen naar Ndl. Hij had longontsteking en schurft en was vel over been. Het kostte hem na terugkomst maanden om weer volledig te herstellen.
Na de oorlog was Pieter Kapenga teleurgesteld in de bijzonder rechtspleging (Sandberg, Boesveld en Roest van Limburg waren in 1952 allemaal alweer vrij) en in zijn mede-Kampenaren (wilden niet meer praten over hun Joodse medeburgers en lieten toe dat de synagoge veranderde in een garage).
Hendrik van Viandenstr 48: NSB-er en politieman Douwe Pijl
Wanneer bij het begin van de oorlog, op 10 mei 1940, op bevel van de Kamper politiecommisaris 13 vooraanstaande NSBers van huis worden gehaald en ingesloten, is Douwe Pijl (Huizum 1898-1947 kamp Vught) één van de meest fanatieke agenten. Hij maakt hen uit voor ''landverraders''. Op 1 nov 1940 werd Douwe Pijl lid van het Rechtsfront, op 26 nov 1940 van de NSB en op 12 dec. 1940 vrijwillig medewerker van de SD. Ook zijn vrouw en oudste dochter zijn lid van allerlei ''foute'' organisaties. Deze keuze werd ingegeven omdat Pijl zo meende het communisme te bestrijden.
Pijl was in 1934 begonnen als hoofdagent in Kpn, dat is in het zelfde jaar als Pieter Kapenga. En net als Kapenga hield hij een schaduw-administratie bij, in zij geval over wie anti-Duits was en de daden. Samen met agent Jan Tuijp uit de Okmastr (Zuid) maakten zij de overige ''goede'' agenten het leven moeilijk. Daarbij gaan zij zover buiten hun boekje dat ze door de SD ter verantwoording worden geroepen en een schrobbering van burgm. Oldenhof krijgen. In 1942 staan Pijl en Tuijp weer in het verdachtenbankje, nu wegens het uitlokken van zwarthandel en het laten verdwijnen van in beslag genomen goederen. Ook Henk Brunt is daarbij betrokken als administrateur. Op 11 mei 1942 worden Pijl en Tuijp geschorst en uiteindelijk krijgen zij ontslag. Pijl krijgt ook een jaar gevangenisstraf opgelegd. Henk Brunt wordt vrijgesproken, maar overgeplaatst naar Almelo.
Oudste dochter Ank gaat in deze periode naar de Reichsschule für Mädchen in het voormalige klooster St. Elizabeth te Heythuysen (Limburg), zij was toen 13 jaar. Ze had een prettige tijd op de Reichsschule omdat ze niet gepest en bedreigd werd zoals thuis, omdat haar vader NSB-er was en haar moeder Duits. Op 4 sept. 1944, de dag voor Dolle Dinsdag, verliet ze de school. Na haar vertrek uit Heythuysen heeft ze een tijdje thuis gewoond, maar vanwege het pesten ging de 15-jarige Ank later naar Reichenau bij Konstanz (D.). De Reichsschule für Mädchen was daarheen verhuisd.
Jan van Arkel 59, Jan Dirk Buwalda, verzetsman
Op de hoek met de Hendrik van Viandenstraat en schuin tegenover NSB-er Douwe Pijl woonde Jan Dirk Buwalda, leraar klassieke talen aan het gymnasium. Eind 1942 vond er een soort startbijeenkomst plaats van het Kpr verzet, waarbij Buwalda tot leider werd benoemd. Die bijeenkomst vond plaats bij sigarenmaker Scholten aan de Wilhelminalaan 71, ze waren toen met 5 man: Buwalda, Scholten, Van der Horst †, Hilbert van Dijk † en Muller (politieman, die voor het verzet bonkaarten rondbracht). Wat opvalt aan Buwalda is dat hij heel voorzichtig was. Geen grote bijeenkomsten, geen boekjes met adressen. Zelf noteerde hij adressen in het Grieks en verstopte het schrift in een stapel met andere schriften. Aanvankelijk schreef hij brieven onder de schuilnaam D. (Douwe) Van Campen, maar dat werd al snel te gevaarlijk. Van dr. Dam, de rector van het gymnasium, kreeg hij vakantiedagen om zijn verzetswerk te doen. Het laten onderduiken van jongens voor de Arbeitseinsatz speelde de hoofdrol, voor Joodse inwoners deden zij niet zo veel. Hij was degene die brandbommen regelde voor de brand in de kluis van het stadhuis. Vanaf 1943 hield Buwalda zich vooral op de achtergrond. Over Marinus Post, waar hij weinig contact mee had, was Buwalda weinig lovend: ''het waren halve vandalen met rood haar. Het was allemaal zeer rommelig. Ik heb veel respect voor zijn persoonlijke moed, maar iemand die het zo doet, dat wil niet erg.''
Eindpunt: Fernhoustr 1 / hoek Jan van Arkelstr: huis De wijde Blik
Woonhuis van burgm Oldenhof en zijn gezin. Het huis staat iets gedraaid, zodat je over de stadsgracht naar de Cellespoort keek (er was nog geen Kennedylaan en nog geen hoge beplanting).
Burgm Oldenhof werd in 1936 benoemd, als opvolger van Fernhout. Hij had gezworen om ''getrouw te zijn aan de Grondwet, de wetten na te komen en zijn positie als burgemeester naar eer en geweten te vervullen''. Voor Oldenhof ging deze ambtseed boven samenwerking met de bezetter. In jan 1942 weigert hij de namen van Joodse marktkooplui door te geven i.v.m. ariseringsplannen voor de markt. Dit wordt door het Nationaalmonument Oranjehotel in Scheveningen genoemd als reden voor zijn arrestatie. Die arrestatie kwam een dag na zijn weigering om straatnamen van levende leden van het koninklijk huis te veranderen. Als burgm Oldenhof weer wordt vrijgelaten, mag hij niet terugkeren naar Kpn. Daarop besluit de familie te ruilen van woning met oma in Apeldoorn, zodat zoon Piet zijn schooljaar in Kpn kan afmaken.
Op 24 jan 1944 wordt het huis door de Duitsers gevorderd voor het Bau-Pionier-Bataillon 822 o.l.v. Hauptman Murza .
Op 17 april 1945 is Oldenhof direct in Kpn om zijn functie weer op te nemen, wat betekent dat hij al vlak in de buurt moet hebben gezeten.
Al op 15 juni 1945 wordt een monument onthuld als ''tastbaar symbool voor de bevrijding en voor de terugkeer van burgm. Oldenhof.'' En dan denkt iedereen waarschijnlijk aan het muurtje met inscriptie t.o. huis De wijde Blik. Dat is de bewaard gebleven helft van het monument. Het NSF ( Nationaal Steunfonds, financierde de illegaliteit en onderduik, mede met geld van de regering in Londen) heeft een grote siervaas uit het plantsoen nabij de Cellebroederspoort, een herinnering aan de kroningsfeesten van 1898 (Wilhelmina), en beschadigd tijdens de bezetting, laten restaureren en deze is geplaatst op het grasperk voor huis De wijde Blik. De restauratie werd verricht door de heren Vinke, Bruggeman en De Weerd, terwijl de plantsoenopzichter, de heer Te Gussinkloo, complimenten kreeg voor de beplanting. (hiernaast (vlotte) fotocollage monument 1945)
Nog in 2010 vroeg men zich in de Kpr Almanak af waar deze vaas toch was gebleven, terwijl in 2014 in de Kpr Almanak de suggestie wordt gedaan dat de vaas in de oorlog was ontvreemd. Op facebook werd deze zomer verteld dat de vaas van ijzer was en door de Duitsers meegenomen om te laten omsmelten. Allemaal niets van waar: de vaas heeft na 1945 en zeker tot het vertrek van burgm. Oldenhof begin 1952 hier voor huis De wijde Blik gestaan, als onderdeel van het monumentje voor de bevrijding en voor de dappere burgm. Oldenhof.