Op 30 maart trekken de Britten vanuit de richting Bocholt bij Winterswijk over de grens. Twee Britse divisies met tanks en pantserwagens krijgen 's ochtends direct na het passeren van de grens op de Meerdinkweg in de Winterswijkse buurtschap 't Woold te maken met fanatieke Duitse tegenstand.
De Duitsers waren de 29e maart naar 't Woold gegaan en hadden zich daar ingegraven met een grote hoeveelheid tankafweergeschut en de gevreesde Panzerfäuste (Duits anti-tankwapen). Vaak nog piepjonge Duitse soldaten schakelen vanuit hun verdekte posities tien Britse Shermantanks en zogeheten Kangaroos uit: tanks zonder koepel die met extra zitplaatsen waren uitgerust en dienden als gepantserde troop carriers. Zelf zetten de Duitsers geen tanks in. Bij de hinderlaag sneuvelen 16 Duitsers en negen Britten. De strijd eindigt in de loop van de middag.
Ook op andere plaatsen gaat het snel. De Britten en de Canadezen rukken op waar en zo snel als ze kunnen. Op 30 maart al worden Gendringen, Varsseveld en Aalten bevrijd, Op 31 maart naast Winterswijk ook Dinxperlo en Groenlo. Op 1 april is het de beurt aan 's-Heerenberg, Terborg, Borculo en Eibergen en op 2 april zijn het Doetinchem, Hummelo, Hengelo, Lochem, Vorden en Ruurlo vrij.
Na de Achterhoek gaat het verder in noordelijke richting; het IJsselmeer en het Twentekanaal.
© cultuurZIEN 2026