Historica dr. Iet Erdsieck onderzocht de geschiedenis van de Kamper Loge Le Profond Silence en schreef over de periode 1940-1945 in huis-aanhuisblad De Brug (witte tekst), aangevuld met informatie van elders (blauwe tekst). Iet Erdsieck vertelt het volgende:
''De bezittingen van alle loges in Nederland werden verbeurd verklaard''.
Voor de Duitsers was vrijmetselaar-zijn synoniem met Jood-zijn. De Kamper logesecretaris en voormalig hoofdonderwijzer Johan Enserink (Avereest 1866-1955 Kampen) kreeg op 9 september 1940 van politiecommissaris Van der Drift de opdracht om 15.00 uur op het politiebureau te verschijnen. Daar moest hij de eigendommen van de loge overdragen aan mr A.W.E. Brandsma, advocaat en procureur te Zwolle. De sleutels van de loge werden toen overgedragen. Van der Drift zag kans enkele voorwerpen te redden: de stichtingsoorkonde, een paar boeken e.d., een album met portretten. Deze kwamen terecht bij Joan Ennema in de Nutsspaarbank, waarvan de tuin grensde aan de Loge. Deze eigendommen zijn later weer teruggegeven. De loge werd leeggeroofd en een deel van de inboedel naar Den Haag gebracht, waar de spullen verdwenen. De portretten van Uitenhage de Mist en De la Sablonière konden worden gered.
''De oude grootmeester van het Grootoosten der Nederlanden - Hermannus van Tongeren - werd gevangen genomen. Hij werd later overgebracht naar het concentratiekamp Sachsenhausen, waar hij binnen korte tijd stierf aan uitputting, doordat hem water en voedsel waren onthouden''.
Op 6 oktober werden alle loges in Nederland ontbonden, alle gelden en bezittingen geconfisqueerd. In Kampen gebeurde dit door mr A.W. E. Brandsma uit Zwolle. Alleen enkele rituele zwaarden konden nog in de Cingelgracht worden gegooid, waar zij na de oorlog weer uit werden gevist. De grootmeester van de Orde van Vrijmetselaars onder het Grootoosten der Nederlanden, oud-generaal Hermannus van Tongeren wist een groot deel van de gelden van de Orde veilig te stellen. Een aanzienlijk bedrag ging naar de organisatie achter verzetskrant Vrij Nederland. Een deel werd beschikbaar gesteld aan het Nederlandse verzet voor de onderduik van Joden en illegaal werk.
''In Kampen werden alle bezittingen van de loge Le Profond Silence (LPS) geconfisqueerd. Daaronder vielen niet alleen het gebouw en de inventaris van de loge, maar ook al haar tegoeden, waaronder spaargeld, Armenkas, gelden van het Studiefonds en de gelden van de Hulpbank van Minvermogenden. Alles werd in beslag genomen. De bezetter droeg de afwikkeling op aan de NSB-er mr. A. Brandsma uit Zwolle. Brandsma gaf op zijn beurt opdracht aan de Kamper politiecommissaris W.F.O. van der Drift de loge in Kampen te ontmantelen. Er is een rekening bewaard gebleven waarop de kosten van de ontmanteling worden vermeld. Op deze rekening staan onder andere de volgende posten:
Gebouw en inboedel onderhands verkocht aan makelaar J. H. Lamberts voor ƒ7.500,-;
Commissaris van Politie Kampen, boeken verzenden naar Den Haag en onkosten vernietiging 40,-;
J. Hemstra, deurwaarder te Kampen, taxatie van gebouw en inboedel 15,-;
A.E. Roest van Limburg te Kampen, hoofd gemeentewerken, taxatie van het gebouw 7,50;
J.H. Lamberts, Kampen, voor verwijdering van emblemen 55,10
Jacob Brunt en G. Klaassen, politiemannen Kampen, voor hulp Commissaris van Politie 20,-
totaal ƒ7.637, 60
Vlak voor het uitbreken van de oorlog telde de loge LPS 11 broeders. Vier van hen waren officier en werden weggevoerd naar een krijgsgevangenkamp. Enkele oude broeders woonden buiten Kampen. Het is vooral broeder Johannes Enserink geweest, die zich verzette tegen de maatregelen die zijn loge troffen. Hij kon het confisqueren en het leegroven van het gebouw niet voorkomen. Wel deed hij een poging om de Hulpbank van Minvermogenden – waarvan hij de secretaris was - draaiende te houden.
Ook burgemeester H.M. Oldenhof trachtte de Hulpbank in stand te houden door Brandsma erop te wijzen, dat de opheffing van deze bank voor de mindere man in Kampen zeer nadelig zou zijn. Tevergeefs. De geleende gelden die nog binnenkwamen moest Enserink afdragen aan commissaris Van der Drift. Op een gegeven ogenblik weigerde Enserink nog langer geld voor de bezetter in te zamelen.
LPS kon evenmin voorkomen dat Lamberts het logegebouw later doorverkocht aan de Hervormde Vereeniging op Gereformeerden Grondslag. Na de oorlog was de loge genoodzaakt haar eigen gebouw van deze vereniging terug te kopen. Wat de loge deed. Al met al een bittere zaak''.
De gehele geschiedenis van de Kamper Loge in afleveringen is te vinden via https://ieterdtsieck.com/feuilleton-250-jaar-lps