In februari wordt de belegering van Stalingrad doorbroken. Het 6e Duitse leger capituleert. Het Russische leger herovert daarna in snel tempo eigen terrein.
De OePA (het Oekraïens Opstandelingenleger), een nationalistische militaire groep in Oekraïne, begint een etnische zuivering in Wolynië en oostelijk Galicië, waarbij grote hoeveelheden Polen vermoord worden om de regio zuiver Oekraïens te maken.
1 februari 1943
in Kpn begint het onderwijs om 08.30 uur. Dat was eerder dan in de voorgaande weken, omdat het buiten weer lichter werd.
Als gevolg van een reorganisatie bij de politie krijgt Henk Brunt eervol ontslag als agent in Almelo en wordt benoemd tot bureau-beambte in tijdelijk verband bij de Almelose politie. Het beviel hem al niet in Almelo en van een vaste aanstelling als agent naar een tijdelijke als bureaumedewerker is een flinke stap terug.
Anton Mussert vormt een schaduwkabinet dat rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zal bijstaan. Officieel heet dit bestuursorgaan ''Secretarie van Staat''. Het doel was voor de bevolking de schijn van een ''Nederlands'' bestuur op te houden, terwijl de besluiten door de Duitse autoriteiten werden genomen. De leden werden aangeduid met ''gemachtigden van de Leider'' (=Anton Mussert). De Secretarie werd gevestigd in een pand aan de Korte Vijverberg in Den Haag. Voor de oorlog en daarna opnieuw zetelde het kabinet van de koning(-in) in het pand. Van serieuze betrokkenheid van de Secretarie van Staat bij het landsbestuur kwam niets terecht. Na Dolle Dinsdag (5 sept 1944) verdween de ''Secretarie van Staat'' weer.
2 februari 1943
Het zuidelijke deel van het ingesloten 6e Duitse Leger, bij Stalingrad, capituleert, daarmee is de slag om Stalingrad ten einde.
Volgens Wim Helleman in zijn oorlogsdagboek was dit het grote nieuws via de (clandistiene) radio: het 6e Duitse leger had gecapituleerd voor de Russen. Het betekende een keerpunt ten goede aan het Oostfront. In Kpn wist men niet beter dan dat NSB-burgemeester Sandberg zich ook aan het Oostfront bevond.
3 februari 1943
De Duitse troepen, die op 5 januari 1943 in Kpn gelegerd werden, vertrekken weer.
4 februari 1943
Via Radio Oranje in Londen spoort premier Gerbrandy de ambtenaren in Nederland aan om de Duitse bezetter meer tegen te werken.
5 februari 1943
Als Joden een klacht of verzoek willen indien bij een overheidsinstantie kan dat niet meer rechtstreeks. De Joodsche Raad moet zorgen voor een eerste schifting.
Hendrik Seijffardt was een generaal in het Nederlandse leger, die collaboreerde met de Duitsers. Toen het gerucht ging dat hij Gemachtigde van de Leider van Oorlog zou worden in de Secretarie van Staat (zie 1 febr 1943) onder leiding van Mussert, werd hij in zijn huis neergeschoten door verzetsgroep CS-6. Een dag later stierf hij.
De familie Seijffardt had een sterke band met Kpn. Rond 1800 vestigde de, oorspronkelijk Duitse, familie Seijffardt zich in Kampen en leden uit de familie bleven tot rond 1900 in Kpn wonen.
6 februari 1943
Als vergelding voor de moord op Seijffardt, die zijn moordenaar identificeert als 'een student', worden 600 Nederlandse studenten als gijzelaars gevangen gezet in concentratiekamp Vught. Bij de jacht (razzia's) op de studenten zijn veel NSB-ers betrokken. De Duitsers sluiten de universiteiten.
7 februari 1943
Hermannus Reydon en zijn vrouw worden vermoord door het Nederlandse verzet. Reydon was gemachtigde van de Leider voor propaganda in Musserts Secretarie van Staat.
8 februari 1943
Vanaf nu krijgen jongens en meisjes samen catechisatie om te besparen op brandstof (Wim Helleman in zijn oorlogsdagboek)
10 februari 1943
Vanuit de Hollandsche Schouwburg worden de eerste transporten voor alleen Joodse kinderen (wezen) georganiseerd. Ze vertrekken met de trein naar Polen om nooit meer terug te komen.
Brandstichting in het Gewestelijk Arbeidsbureau te Amsterdam door Gerrit van der Veen. Doel was te voorkomen dat mannen opgeroepen konden worden voor de Arbeitseinsatz
15 februari 1943: verraad NOP
Op 15 februari 1943 verlieten drie mannen de trein op het Kamper station. Zij waren onderweg naar de NOP om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Hun contact liep via het Rijksarbeitsbureau voor de NOP, gevestigd aan de Oudestraat in het pand van de afgevoerde Joodse familie Rudelsheim. Om niet op te vallen besluit Feije Haadsma, directeur bij het Rijksbureau deze drie jongemannen aan te geven. Hij informeerde politiechef Boesveld, die enkele getrouwen naar het station stuurde om de persoonsbewijzen te controleren. Al gauw werden de jongens opgepakt, het ging om een student en twee joodse Nederlanders. De laatste twee gingen door naar Westerbork en vertrokken vandaar op 2 maart 1943 met de eerste trein vanuit Westerbork naar Sobibor. Beiden werden op 5 maart vermoord.
(Overgenomen van Het Kamper Lijntje: https://www.hetkamperlijntje.nl/index.php/historie-van-kampen-naar-zwolle/aanleg-opening/1940-1950)
16 februari 1943, represaille dorp Domenicon
Griekse guerrillastrijders doden 9 Italiaanse soldaten en een generaal nabij de Olympus. Als vergelding vermoorden de Italianen alle mannen die zij kunnen vinden in het nabijgelegen dorp Domeniko. Ook mannen uit de dorpen Mesohori, Amouri en Damasi werden gefusilleerd. Bij elkaar naar schatting 175 personen, die niets met het Griekse verzet of de aanval te maken hadden. Daarna werden de dorpen Domenicon en Mesohori in brand gestoken.
18 februari 1943
In Burma vernietigen de Britten de spoorlijn tussen Mandalay en Myitkyina, waarmee deze onbruikbaar wordt voor de Japanners. Dit deel van het spoor was een verlengstuk van de beruchte Birma-spoorlijn. De route was voor de Japanners van cruciaal belang voor de aanvoer van troepen en voorraden.
Onder druk van Duitsland vormt de Japanse bezetter een Joods getto in Shanghai. Alle Joden worden gedwongen hierheen te verhuizen, en hebben een speciale permissie nodig om het getto te verlaten. Onder hen honderden Joodse inwoners van Polen, uitgeweken naar Litouwen en vandaar met een visum van waarnemend-consul Jan Zwartendijk dwars door de Sovjetunie naar Japen en verder gereisd.
De Duitse propagandaminister Joseph Goebbels kondigt de 'Totale Oorlog' (Totaler Krieg) aan: de officiële oproep vond plaats tijdens zijn beroemde Sportpalastrede op 18 februari 1943. In deze toespraak riep hij de Duitse bevolking op tot volledige inzet van alle middelen en mankracht voor de oorlogsinspanning. Mobilisatie van alle Duitse mannen van zestien tot vijfenzestig jaar.
20 februari 1943
K. Poll, C.A. Schilte en Mosterd (onderofficieren) en Drs H. de Jong van de Distrib.dienst en G. Wind van het Belastingkantoor (voorm. onderofficieren) gearresteerd en naar Vught gebracht. Een strafreactie op brief van de vijf onderofficieren met protest tegen het plan om hen in krijgsgevangenschap te nemen. De Kpr agenten P. Stavast, Th. de Boer en J. Gunnink en de hier gedetacheerde wachtmeester der marechaussee v. d. Dam weigeren aan de arrestatie mee te werken en worden ook naar Vught gevoerd. Zij kwamen allen redelijk ongeschonden weer terug, alleen G. Wind was doofgeslagen aan 1 oor.
21 februari 1943
Herderlijke brief van de Nederlandse bisschoppen, die de Jodenvervolgingen en de deportatie van arbeiders naar Duitsland veroordeelt.
22 februari 1943
Sophie en Hans Scholl en Christoph Probst van de verzetsbeweging Die Weiße Rose worden in München ter dood veroordeeld en nog dezelfde dag geëxecuteerd.
23 februari 1943
Politiemannen H.W. Verheijen, Chr. Jansen en J.H. Jansen worden opgepakt wegens het weigeren van ''politieke arrestaties'', waaronder het ophalen van de laatste Kpr joden. Ook zij worden naar Vught gebracht, waar inmiddels een flink aantal Kampenaren aanwezig is. Ook Pieter Kapenga, de eerste Kpr politieman die medewerking weigerde bij het ophalen van Joodse inwoners, wordt nu van zijn bed gelicht en naar Vught gestuurd. Later ging hij door naar Dachau.
25 februari 1943
Jacob van Zuiden, een Joodse man uit Amersfoort van 62 jr, overleed na een ernstige ziekte op zijn onderduikadres bij de Gelderse sluis. Jacob van Zuiden was in 1885 geboren in Emmen. Hij was eigenaar van herenmodezaak ''De Adelaar'' aan de Langestraat in Amersfoort. Jacob was getrouwd met Clara van Beek. Zij hadden een zoon, Levie. I.p.v. verplicht naar Amsterdam te vertrekken, doken Jacob, Clara en Levie onder. Daarbij kregen zij hulp van PTT-ambtenaar Jan Kanis in Amersfoort. Clara en Levie overleefden de oorlog.
Jacobs broer Israel van Zuiden had een damesmodezaak op de Varkensmarkt in Amersfoort. Tijdens het verwijderen van een hakenkruis op zijn winkeldeur, werd Israel gearresteerd en naar kamp Amersfoort overgebracht. Daar is hij in 1942 na zware mishandelingen doodgeslagen. Israel was getrouwd met Sarina Kats. Zij en zoon Everhard overleefden de oorlog.