Drie jongemannen, reizend onder de namen Windgassen, Hinfelaar en Koole, probeerden onder de Arbeitseinsatz in Duitsland uit te komen. Om te kunnen onderduiken werden zij geholpen door Feije Haadsma, destijds werkzaam op het Rijksarbeidsbureau voor de NOP, Oudestraat 114 (in de voormalige woning van het op 18 november 1942 gedeporteerde joodse echtpaar Rudelsheim-Blits) en belast met de transporten van arbeiders naar de polder.
Feije Haadsma had besloten deze drie mannen aan te geven bij de Duitsers, om niet op te vallen bij de bezetters dat hij onderduikers hielp. Hij ging naar de Kamper politiechef Johan Boesveld, een fanatiek vervolger van joden en onderduikers, en vertelde hem over hun komst, hoewel hij wist wat hen te wachten stond. Boesveld stuurde zijn ondergeschikten naar het station, maar hield zelf ook een oogje in het zeil om te zien of zij de controle op persoonsbewijzen op het station wel naar behoren uitvoerden en zijn agenten er geen loopje meenamen. De politiemannen hadden al snel beet en arresteerden de net uitgestapte drie mannen en namen hen mee naar het politiebureau aan de Buiten Nieuwstraat 2.
Windgassen bleek geen landarbeider maar een student en hij was ariër. De andere twee mannen waren echter van joodse afkomst en dus vogelvrij in het bezette Nederland.
Hinfelaar was Elias Jacob Polak (A'dam 1918), 24 jaar oud en handelsreiziger van beroep.
Koole bleek Francis Barend Swartberg (R'dam 1923) te heten, was 19 jaar oud en student medicijnen, net als zijn 2 oudere broers. Zijn vader was mede-directeur van de NV Joz. Swartberg Handelsmij.. Alleen zijn ouders overleefden in de onderduik de oorlog.
Elias en Frans werden de volgende dag door de Kamper politie overgedragen aan de SD in Arnhem en vandaar doorgezonden naar Kamp Westerbork. Op 2 maart 1943 vertrok vanuit Westerbork voor het eerst een trein (opmerkelijk genoeg een passagierstrein) naar Sobibor, met beide mannen aan boord. In Sobinor werden beiden op 5 maart 1943, nog geen drie weken na hun arrestatie op het Kamper station, vermoord.
tot hier grotendeels overgenomen van:
https://www.hetkamperlijntje.nl/index.php/historie-van-kampen-naar-zwolle/aanleg-opening/1940-1950
Wie was Feije Haadsma?
Feije Haadsma lijkt een self-made man te zijn geweest. Van eenvoudige komaf, wist hij zich -met name na zijn huwelijk- flink op te werken. Feije Haadsma (Dongjum 1894) was de oudste van 11 kinderen in het gezin van Folkert Feijes Haadsma, boerenarbeider/opperman en Tietje Dirks Hager. Tussen 1901 en 1912 woonde de familie Haadsma in Leeuwarden, waar Feije werkzaam was als loopjongen en boekhandelaarsbediende. Daarna verhuisde het gezin Haadsma naar het enkele kilometers boven Leeuwarden gelegen Lekkum. Van mrt. 1918 tot aug. 1919 werkte Feije als werkman in Vrouwenparochie (Friesland), hij kwam toen uit Pietersbierum (ook Friesland). In 1919/20 was Feije Haadsma woonachtig in Den Haag en werkzaam als melkloper. Daarna verhuisde hij naar Gemert&Brakel in Brabant, waar hij op 25/7/1923 trouwde met Hendrika Bouman (Wijk&Aalburg 1901), ook de oudste thuis. Zij kregen 3 dochters (Dirkje (Zelhem1924); Tietje (Zelhem 1927); Antonia (Bütgenbach (B), 1936) en zoon Folkert ((Bütgenbach (B), 1934).
hierboven: boerderij De Wolfertshoeve rond 1920, Wolfertsveen (coll. ontginning Wolfertsveen)
Tussen 1924-1931 woonden Feije en Rika op de boerderij De Wolfershoeve te Wolfersveen bij Zelhem. Het gezin Haadsma-Bouman kwam toen uit Oploo, in het Land van Cuijck (N-B). De Wolfershoeve was de ontginningsboerderij en kantoor van de NV. Ontginnings. Mij. '' 't Wolfersveen''. Daarnaast was de boerderij het verblijf van opzichters van de GOLS (Gelders Overijsselsche Lokaal Spoorweg) maatschappij, tot de opheffing van het spoor in 1938. Tot in 1924 was een Simon Meijer opzichter GOLS Wolfersveen.
Vanuit Zelhem vertrok Feije met zijn gezin naar Sourbrots in Belgie, waar de twee jongste kinderen werden geboren. Rond 1939 woont het gezin in Steenwijk, Feije is dan ass. ing. bureau (bij de Landbouwbank?). In de oorlog duikt Feije Haardsma op als directeur Rijksarbeidsbureau NOP met kantoor in Kampen.
In Steenwijk trouwde oudste dochter Dirkje Haadsma in 1952 met Antoon Meijer, zoon van een Simon Meijer en werkzaam bij de Landbouwbank. Waarschijnlijk een familierelatie met Simon Meijer uit Zelhem (vader?, oom?), maar hoe blijft voorlopig duister. In tegenstelling tot haar ouders was Dirkje honkvast. Zij en haar man woonden hun verdere leven in Steenwijk.
© cultuurZIEN 2026