Jonkheer Edward Floris Sandberg is één van de meest gecompliceerde figuren uit de Kamper oorlogsperiode. Op 30 april 1942 werd Sandberg benoemd tot burgemeester van Kampen, terwijl hij gehoopt had op Oldenzaal. Het werden grimmige jaren in een voor Sandberg onbekende stad, die hij tot een nationaal-socialistische voorbeeldgemeente trachtte om te vormen.
afkomst
Edward Floris Sandberg werd in 1898 geboren in Zuid-Afrika als zoon van dr. Christoph George Sigismund Sandberg, geoloog en op dat moment adjudant van generaal Pieter Willem Botha (1872-1955) tijdens de Boerenoorlogen (1899-1902). Later woonde het gezin in Parijs, waar vader Christoph Sandberg verbonden was aan de Soborne. Daar promoveerde Christoph Sandberg tot doctor en ging Edward naar de lagere school. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de familie berooid terug in Nederland, waar Edward de HBS afrondde. Vader Christoph had zijn geld en pensioen verloren, waardoor het voor zoon Edward niet mogelijk was zijn studie werktuigbouwkunde aan de TH in Delft te voltooien. In 1924 begon hij als werkstudent aan de TH in München. Na afloop van zijn studie vertrok hij in 1925 naar Ndls-Indië.
Uit brieven van de ouders aan Edward, door hen Eddie genoemd, blijkt een warme, belangstellende band met hun zoon.
verblijf in Nederlands Indië
In Indië werkte Edward als chemicus in een suikerfabriek, maar hij vond dat hij niet voldoende werd gewaardeerd. Ook verandering van baan bracht geen verbetering. Ondertussen was hij in 1928 getrouwd met jonkvrouwe Maria Emilie de Jonge, geboren op Java. Zij had al twee dochtertjes uit een eerdere relatie, samen kregen Edward en Emilie ook nog twee dochters. Het huwelijk eindigde in een echtscheiding in 1935. Emilie vertrok met geleend geld en de kinderen naar Nederland en liet Edward in Ndls-Indië achter. Uiteindelijk zag Edward kans om ook zelf naar Nederland terug te keren, maar hij zag zijn kinderen 5 jaar lang niet.
Terug in Nederland voorzag Edward Sandberg zichzelf van een inkomen door het geven van rijlessen en het afnemen van rij-examens. Ondertussen studeerde hij weer aan de TH Delft en behaalde zijn ir- diploma. Edward zag nu kans om een baan als wiskundedocent aan de Koloniale Landbouwschool in Deventer te verwerven. Het gaf hem de financiële ruimte om in 1938 opnieuw te trouwen. Dit keer was Amelie Susanna Jacqueline van Vliet de bruid, 18 jaar jonger dan Edward zelf. Er kwamen 4 kinderen, waarvan de jongste slechts 1 week oud werd. Volgens Sandberg verliep dit huwelijk harmonisch en gelukkig. Maar in 1946 eindigde ook deze verbintenis in een echtscheiding.
lid NSB
In de jaren 1930 sloot vader Christoph Sandberg zich aan bij de NSB, hij werd zelfs de rechterhand van Anton Mussert. Een hevige afkeer van de Engelsen als gevolg van de wreedheden begaan tegen de vrouwen en kinderen van de boeren in Zuid-Afrika, zal hierbij zeker een rol hebben gespeeld. Net als het verliezen van zijn kapitaal door uitwassen van het kapitalisme.
In 1940 adviseerde vader Christoph zijn zoon om ook lid te worden van de NSB. Lid werd Edward Sandberg in juli 1940, nadat zijn vader een lovende brief over hem had geschreven aan Anton Mussert. Het resultaat was het NSB-kringleiderschap van Deventer. Vanaf nu verscheen Edward Sandberg in SS-uniform voor de klas bij de Koloniale Landbouwschool in Deventer. Toen Deventer studenten protesteerden tegen de verplichting voor Joden om een gele ster te dragen, liet Sandberg 50 studenten oppakken. Door zijn toedoen verbleven zij 10 dagen in kamp Amersfoort.
burgemeester van Kampen
Om te voorzien in voldoende gekwalificeerde bestuurders, ter vervanging van afgetreden of ontslagen burgemeesters, hadden de Duitsers een klasje opgezet, bestaande uit leden van de NSB. Eén van de leerlingen was Edward Sandberg. Echte ervaring met het besturen van een stad had hij niet, toen hij benoemd werd tot burgemeester van Kampen. Hij trad aan in een stad zonder gemeenteraad en met wethouders als uitvoerders van de besluiten van de burgemeester. Zijn door de Duitsers gelegitimeerde macht was groot.
Op 30 mei 1942 werd Sandberg geinstalleerd tot burgemeester van Kampen in een soort operette-setting. Aanwezig waren de Kamper- en Overijsselse kopstukken van de NSB, Edward Sandberg gekleed in het uniform van de SS en zijn vader, een overtuigde nazi, in dat van de SA. Daarbij werd het manifest van de Nieuwe Orde voorgelezen om aan de burgers duidelijk te maken wie de machthebbers waren. Gemeentesecretaris Bakker las het benoemingsbesluit voor, waartoe hij zich gedwongen voelde en waarvoor hij zich achteraf bij zijn personeel verontschuldigde. Van het omhangen van de ambtsketen door de loco-burgemeester kwam niets terecht, omdat fungerend wethouder Coenraad van den Noort dit niet als zijn taak zag. Daarop hing Sandberg zichzelf de ambtsketen om, voordat hij in de raadszaal verscheen. Wat ook niet gebeurde was het in het openbaar afleggen van de ambtseed. Deze zou Sandberg al op 9 mei 1942 in Den Haag bij de commissaris-generaal van Bestuur en Justitie, Friedrich Wimmer, hebben afgelegd. Onduidelijk blijft daardoor wat de inhoud van zijn ambtseed was. Zeker is dat Sandberg, als lid van de SS, op 27 november 1942 trouw aan Hitler zwoer. Edward Sandberg hield na zijn installatie tot burgemeester een redevoering, die eindigde met het uitspreken van de hoop op een innige samenwerking met de Kampenaren.
Na afloop was er een mars door Kampen van SS, WA en Jeugdstorm, waarbij Edward Sandberg en zijn gasten het defilé afnamen vanaf de stoep van het Stadhuis. Verder waren de leerlingen van de lagere scholen uitgenodigd voor een traktatie en een film. Ongeveer de helft van de uitgenodigde kinderen kwam opdagen. Directeuren F. Treep, van de Helenius de Cockschool in de Boven Nieuwstraat, en Egbert Altena, van de Groen van Prinstererschool aan de Vloeddijk, bedankten schriftelijk voor de uitnodiging en stuurden de bioscoopkaartjes terug. Zij verwezen daarbij naar het christelijke karakter van de scholen en vonden een bezoek aan de bioscoop moreel niet gewenst.
De kosten voor de installatie waren begroot op f 500, -, incl. reis- en verblijfkosten voor WA- en Jeugdstormleden van buiten Kampen. Edward Sandberg probeerde deze volledig op de gemeente af te schuiven. Uiteindelijk betaalde gemeente f 349, 68. De installatie van Oldenhof in 1936 had f 64,96 gekost.
30 okt. 1942- 1 okt. 1943: naar het Oostfront, of toch maar niet?
Het doel van Sandberg was om van Kampen een modelgemeente te maken op nationaal-socialistische grondslag. Daarvoor had hij de ''juiste'' mensen nodig. Onder Sandberg werden 29 gemeente-ambtenaren vervangen door NSB-ers, dat bracht het totaal aantal NSB-ers bij de gemeente Kampen op 32, waarvan 5 in een leidinggevende functie (hoofd gemeentewerken, leider Distributiedienst, politiecommissaris, hoofd Sociale Zaken en hoofd Centrale keuken). Deze ambtenaren en ook Sandberg zelf droegen hun NSB-insigne in en buiten dienst, collecteerden voor de Winterhulp en gingen langs de huizen om het nationaal-socialistische gedachtengoed uit te dragen.
Gemeentelijke instellingen als de Stadsgehoorzaal en het weeshuis kwamen in de loop van de oorlogsjaren onder een NSB-bewind. Geen vat kreeg Sandberg op onafhankelijke instellingen met een eigen bestuur, zoals het christelijke onderwijs, de Openbare bibliotheek en het Stadsziekenhuis.
Ook het Openbaar Onderwijs in Kampen, waarvoor de gemeente Kampen verantwoordelijk was, had zwaar te lijden onder de intimidaties van Edward Sandberg. Bij benoemingen aan scholen ging politieke overtuiging voor bekwaam leraarschap.
De bestuurstaken bij Kamper organisaties (zoals bouwvereniging, badhuis, waterschap en Stadsziekenhuis) van de ontslagen burgemeester Oldenhof en van wethouder van den Noort werden door Sandberg overgenomen. Toen in 1942 enkele bordjes ''Verboden voor Joden'' in het Kamper Stadspark waren vernield, stelde Sandberg een bewakingsdienst in, bestaande uit vooral Kamper notabelen. Volgens de overlevering bespiedde hij hen vanuit de bosjes, zeker is dat politie-inspecteur en NSB-er jhr. J. de Bruin dit deed.
Lang heeft Kampen in 1942 niet kunnen genieten van het burgemeesterschap van Edward Sandberg. Precies 5 maanden na zijn installatie vertrok Edward Sandberg naar het Oostfront. Daar kwam hij nooit aan. Na een opleiding van 4 weken in de Elzas, deed hij 11 maanden administratief werk. Volgens eigen zeggen was hij verder afgekeurd voor de Waffen-SS wegens een tijdens zijn diensttijd opgelopen ''lichamelijk ongemak''. Wat zich precies in deze periode heeft afgespeeld, blijft in nevelen gehuld. Tot zijn terugkeer op 1 septem\ber 1943 kreeg Edward Sandberg zijn salaris als burgemeester doorbetaald.
ondertussen in Kampen
Als burgemeester werd Edward Sandberg vervangen door hoofd gemeentewerken en NSB-er August Eduard Roest van Limburg. Naast zijn salaris als directeur gemeentewerken kreeg hij 50% van het minimumsalaris van Sandberg. Kortom: een jaar lang betaalde de gemeente Kampen 1,5 burgemeesterssalaris uit, zonder dat er in de stad een benoemde burgemeester aanwezig was.
Sandberg terug en intimideert verder
bevolking
Na zijn terugkomst ging Sandberg verder met het omvormen van Kampen tot een nationaal-socialistisch bolwerk. Hij constateert zelf dat hij als burgemeester vrij makkelijk toegang heeft tot gezinnen. Deze -op zich al- intimiderende bezoeken gebruikte hij om te colporteren voor het nationaal-socialisme. Daarbij werkte hij met dreigementen zoals het inschakelen van Duitse instanties of deportatie, wat gezien zijn almacht geen loze bedreigingen waren. Het resultaat was een bevolking levend in permanente angst.
onderwijs
Leerkrachten van de Kamper scholen werden uitgenodigd om instructies aan te horen over luchtbescherming. Het bleek een dekmantel voor nationaal-socialistische propaganda. Ook op dat moment een illegale praktijk. De enige berisping die Sandberg op dit gebied ooit kreeg van de Inspectie van Onderwijs ging niet over het intimideren van ondergeschikten, maar over het in de war sturen van het lesrooster.
kerken
In Nederland gold een samenscholingsverbod, waarvan de kerken waren uitgezonderd. Het werd vrijwel de enige plek van samenkomst, zonder inmenging door de bezetter. Rond kerkdiensten werd veel geregeld, zoals onderduikadressen. Ook kerkdiensten ontkwamen niet aan de controle van Sandberg. Vanaf de zomer van 1944 woonden hijzelf of andere NSB-ers de kerkdiensten bij. Volgens eigen zeggen kreeg Sandberg zo ''een beter inzicht in het denken van zijn stadsgenoten''.
Zoals bekend verbleven meerdere Kamper dominees (Bavinck, Impeta, De Waard) langere tijd in kamp Amersfoort. Begin 1945 werden, behalve het huis van de ontslagen burgemeester Oldenhof, ook de woning van prof. Klaas Schilder en de pastorie van pastoor Gasman gevorderd door de Duitsers.
politie
Het Kamper politiekorps bestond op 1 januari 1941 uit 24 medewerkers. In 1942 werd Johan Boesveld door Sandberg als politiecommissaris van Kampen aangesteld, hij bleef tot augustus 1944. In de loop van 1942 (K. de Geus en P. Kapenga) en 1943 (Chr. Janssen, H.W. Verheijen, J.H. Jansen, P. Stavast, K. Marra en J. Gunnink) werden steeds meer agenten ontslagen. Vier agenten waren gestationeerd bij de prijsbeheersing en deden geen echt politiewerk meer. M. Wielinga werd hulpbode bij de gemeente Kampen. Van de resterende agenten dook er 1 onder, ging 1 met pensioen, overleed er 1 na ziekte en werden er drie gearresteerd. De handvol resterende agenten was NSB-er of collaboreerde.
De open gevallen plekken werden ingevuld door m.n. ''Schalkhaarders'', politiemensen die tijdens hun opleiding een nationaal-socialistische hersenspoeling hadden ondergaan.
Boesveld voelde zich onveilig op zijn werkplek. Daarom zette hij zijn bureau zo neer, dat hij altijd zicht op de deur had. Daar komt nog bij dat NSB-burgemeester Sandberg en politie-commissaris Boesveld een bloed hekel aan elkaar hadden.
Joden
De Joodse bevolking van Kampen was in 1942 onder het bewind van waarnemend burgemeester Roest van Limburg afgevoerd. Na zijn terugkomst joeg Sandberg op ondergedoken Joden. Onderduikers bij de families Van Eekeren, Bos en Post werden opgehaald.
schrikbewind na 6 juni 1944: de invasie in Normandië
Na de invasie in Normandië werd het steeds duidelijker dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen. Het leidde bij de bezetters en hun handlangers tot uitwassen op allerlei gebied: drankzucht, promiscuiteit, martelingen en andere wreedheden. Er kwamen steeds weer orders voor Nederlandse mannen om graafwerkzaamheden voor de bezetter verrichtten. Dit is het moment dat veel nog zittende bestuurders onderdoken en het land feitelijk onbestuurbaar werd. De onwil van Nederlandse mannen om aan graafwerkzaamheden mee te werken in combinatie met lokale bestuurders die hierdoor klem kwamen te zitten tussen bevolking en bezetter, ontketende in het gehele land en hevige terreur door de Duitser bezetter.
Ook in Kampen kwam een telefoontje binnen, waarin aan de NSB-burgemeester gevraagd werd hoeveel mannen hij voor graafwerkzaamheden kon leveren. Het antwoord van Edward Sandberg was 2000 man op een bevolking van 22.000 mensen. Een absurd hoog aantal, dat hij nooit zou kunnen leveren. Het was het begin van de meest grimmige periode gedurende de bezetting van Kampen. Kolderiek was nog de rondrit per auto door de Kamper straten op 27 september 1944, waarbij NSB-burgemeester Sandberg zelf per megafoon mannen opriep om zich te melden voor graafwerkzaamheden. Lachen deden velen misschien ook nog om de vele pamfletten die Sandberg liet aanplakken met oproepen om te komen graven. Steevast eindigend in ''mij geduld is op''. Een zinsnede die Sandberg niet zelf had bedacht, maar overnam van de Duitse bezetters in Zwolle. Daar werd zelfs gedreigd de stad te bombarderen, wanneer niet voldoende mannen zouden opkomen om te graven. Na de rondrit van Sandberg op 27 september verschenen er 600 a 700 mannen om te graven, veel minder dan het naar beneden bijgestelde te leveren aantal van 1400 mannen. Zij diende zich de volgende ochtend in Hasselt te melden. Wie geen fiets had, kreeg van Sandberg een briefje, waarmee hij een fiets van een ander kon vorderen. Ook verschenen er gewapende patrouilles in de straten om de oproep tot graven kracht bij te zetten.
Heel anders werd de sfeer toen werd overgegaan tot standrechtelijke executies ''om een voorbeeld te stellen''. Van willekeur in de keuze van de slachtoffers is in zulke gevallen nooit sprake. In hoeverre Sandberg de hand had in de keuze van de slachtoffers blijft onduidelijk. Hij was nauw betrokken, maar heeft nooit zelf geschoten. Op 28 september werden de eerste drie mannen standrechterlijk gefusilleerd: Egbert Altena, Pieter Cornelis Blokker en Johan Assuerus Vredeveld.
Na een nieuwe oproep van Sandberg op 7 oktober aan alle mannen tussen de 18 en 50 jaar om te gaan graven, verschenen weer te weinig mannen. Op 8 oktober werden Jan Kool en Johan Mathias Schreuder geexecuteerd, zij kwamen van de schepen met dwangarbeiders uit het westen. Er zijn uit deze periode twee lijsten bewaard gebleven met namen van mannen, die na een aanvankelijke aanmelding uiteindelijk toch niet zijn gaan graven. Sandberg werd door de Duitse autoriteiten voor dit verzuim verantwoordelijk gehouden. Het zal Sandbergs fanatisme alleen maar verder aangewakkerd hebben.
Wat Sandberg wel goed deed
Positief aan Edward Sandberg was dat hij voor Kampen de economische waarde zag van het ontginnen van de NOP.
Ook bepleitte hij in 1942 samenvoeging met de gemeente IJsselmuiden, zodat een robustere gemeente zou ontstaan. Geen nieuwe gedachte, ook burgemeester Okma had hiertoe al in 1935 een poging ondernomen. Toen werden de afzonderlijke gemeenten Grafhorst, Wilsum, Zalk & Veecaten en Kamperveen met IJsselmuiden samengevoegd. Met verwijzing naar deze recente samenvoeging wezen Binnenlandse Zaken en de prov. Overijssel het verzoek van Sandberg af.
Een enkele keer liet Sandberg zijn menselijke kant zien. Toen de fam. Klappe in augustus 1944 geen vervoer kon krijgen naar de begraafplaats, greep burgemeester Sandberg in. Hijzelf was in jacquet bij de begrafenis aanwezig.
Arrestatie op 17 april 1945
NSB-burgemeester Sandberg werd op 17 april 1945 gevangen genomen door de Binnenlandse Strijdkrachten en opgesloten in de Van Heutszkazerne. Daar verbleef hij ruim een jaar. In deze periode werd hij op 14 november 1945 met ingang van 18 april 1945 ontslagen, wat hem op 8 december 1945 werd meegedeeld. Zelf vroeg hij het college van B&W op 14 januari 1946 om hem per 17 april 1945 te ontslaan als ambtenaar van de burgerlijke stand. Een baantje dat hij zichzelf vrijwel direct na zijn aantreden had toegekend, a f 2, - per huwelijk. Per april 1946 werd Sandberg overgeplaatst naar werkkamp De Harskamp, om per augustus 1946 te worden overgeplaatst naar Westerbork, waar hij opnieuw ruim een jaar verbleef. Vanaf half november 1947 zat Edward Sandberg in de strafgevangenis in Scheveningen. Bij zijn rechtszitting op 17 oktober 1947 in Zwolle waren veel Kampenaren aanwezig. Zij werden geconfronteerd met een wereldvreemde, muizige man, die eerst zo veel mogelijk ontkende, maar onder druk zijn misdaden toegaf (zo'n reactie is een van de 1e lessen voor bestuurders). Zijn advocaat beschreef vooral hoe moeilijk Edward Sandberg het had gehad in zijn leven. Jhr. Ir. Edward Floris Sandberg kreeg uiteindelijk (na cassatie door het OM) een gevangenisstraf van 13 jaar met aftrek van voorarrest opgelegd, uit te zitten in een Rijkswerkinrichting. Gezien zijn staat van dienst kwam Sandberg hier nog makkelijk mee weg en deze straf zat hij niet eens uit.
Ondertussen in Kampen
Ondertussen werd in Kampen het huis van de fam. Sandberg leeggehaald en zijn vermogen beheerd door het ''Beheersinstituut''. Deze instelling schonk de inventaris van Sandberg aan tandarts Polak en zijn vrouw, die in de oorlog ondergedoken hadden gezeten op het Kampereiland. Toch bleken verschillende stukken uit de inventaris verdwenen te zijn. Zoals het pistool dat vader Christoph Sandberg als herinnering had gekregen van Pieter Willem Botha en dat hij in bewaring had gegeven bij zijn zoon. Bij de fam. Polak ontbrak de aanhangmotor voor hun sloep.
Direct na de oorlog was de moraal ver te zoeken in Kampen en ''dijn'' en was te vaak gelijk aan ''mijn'' (kortom: er werd gestolen als de raven). Een probleem dat nog steeds speelt in Kampen.
In het huis van Sandberg aan de IJsselkade werden Canadezen ondergebracht. De laatsten vertrokken pas in augustus 1946.
Mevrouw Sandberg
Mevrouw Sandberg en de kinderen verbleven rond de bevrijding van Kampen waarschijnlijk bij de grootouders van moederskant in Hilversum. Er is nergens informatie over het oppakken van mevr. Sandberg, wel kreeg zij huisarrest. Zij werd gestraft voor haar lidmaatschap van de NSB en werd een jaar lang gevangen gezet. In 1946 scheidde zij van haar man.
Sandberg na zijn detentie
Al in 1952 kwam Edward Sandberg vrij wegens arbeidsongeschiktheid. Om in zijn onderhoud te voorzien begon hij een rijschool in Rijswijk. Na jaren alleen te zijn geweest, trouwde Sandberg voor de derde maal. Hij bereikte de hoge leeftijd van 89 jaar en stierf in 1988 in Schiedam.
belangrijkste bron: Dr. Iet Erdsieck, ''Stad in oorlogstijd''
Terugblikkend:
Dat Edward Sandberg een nare man en een grote rotzak zonder veel zelfinzicht was, die oorlogsmisdaden beging omdat het kon, mag duidelijk zijn. Niets zo gevaarlijk als een man zonder eigenschappen en ruggengraat, vooral in een machtspositie.
Maar na ruim 80 jaar valt er ook wel iets meer te zeggen over Sandberg en Kampen. Sandberg werd de grote zondebok, zodat de Kamper bevolking weer met zichzelf in het reine kon komen. Opvallend is dat er voor de rechtszaak in 1947 in Zwolle veel belangstelling was, maar men was niet geinteresseerd in de cassatie en legde deze vervolgens in eigen voordeel uit (de Kampenaren meenden dat Sandberg in cassatie was gegaan, wat hem een zwaardere straf had opgeleverd).
De grote vraag is: verhevigde Sandberg met zijn gedrag tendensen die al veel langer en nog steeds in de Kamper samenleving aanwezig zijn?
Op een goede manier omgaan met macht is weinig Nederlanders gegeven. Sandberg verwijten dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie heeft een hoog ''de pot verwijt de ketel-gehalte''. Wie de verwijten aan het adres van Sandberg leest, moet toch vaststellen dat veel van zijn gedrag (intimidatie, machtsmisbruik) nog steeds ''normaal'' gevonden wordt in de lokale politiek. De Kamper bevolking leeft nog steeds in angst, men wantrouwt elkaar (terecht) en uit zich onderling op (verbaal) agressieve wijze. Kampenaren gaan niet op voet van gelijkwaardigheid met elkaar om. Waar geen gelijkwaardigheid is, is geen democratie. Democratie moet in Kampen nog steeds met een lichtje gezocht worden. In iets wat zichzelf ''stadhuis'' noemt, wordt democratie al jaren tevergeefs gezocht.
Anno 2025 is de helft van de Kamper bevolking nog steeds op basis van sekse van een groot deel van het maatschappelijk leven uitgesloten. Terwijl vrouwen in heel Nederland actie voeren om op zijn minst de nacht terug te eisen, blijft het aan de monding van de IJssel bij sporadisch gefluisterde lippendienst en een persmomentjes voor de burgemeester en wethouders.
De Kamper stadsmarketing fungeert op dit punt als een communicerend vat: hoe harder het commerciële geschreeuw over ''verbinding'', ''hartelijk'' en ''samen''; des te minder deze begrippen nog in de Kamper samenleving aanwezig zijn.
© cultuurZIEN 2025