Kazemat Kampen-Noord (ontwerp 1936) werd gebouwd op het schiereiland Seveningen, dat alleen met een veerpont over het Ganzendiep bereikbaar was. De kazemat stond buitendijks. Daarom werd gekozen voor een kazemat met twee verdiepingen, waarbij de ingang op de bovenste verdieping lag. De muren richting de vijand waren 150 cm dik, de andere muren en het dak 80 cm. Voor het dak was dit uizonderlijk dun, normaal zou dit ook 150 cm zijn. De kazemat was bestand tegen langdurige beschietingen door 15 cm geschut en een eenmalige treffer van een 21 cm kanon.
De schietgaten zijn trechtervormig, waardoor het binnendringen van kogels en granaatscherven van buiten af minder kans heeft.
De bovenverdieping bestond uit een ingang met waterdichte deur, een kanon- en een mitrailleurkamer. De kanonkamer bevond zich vanaf de ingang rechts en strekte zich van voor naar achter in de kazemat uit. Via een gat aan de achterzijde van de kanonkamer kon het kanon naar binnen worden getakeld en binnen op een affuit (=onderstel) worden geplaatst. Achter in de kanonkamer was een klein gat in het dak, waardoor een periscoop naar buiten kon worden gebracht. Deze periscoop was in de meidagen van 1940 niet aanwezig. Wel was er een panorama op de muur aangebracht van de gehele omgeving, waarop alle schootsafstanden nauwkeurig stonden aangegeven. Uiteraard was het schootsveld toen volledig vrij. Kazemat Kampen-noord is nabij Kampen nog de enige herinnering aan de IJssellinie.
10 mei
Op 10 mei om 00.15 uur werd op bevel van de TBO Dwars in de kazematten noord en zuid bij Kampen de bezetting op volle sterkte gebracht en werden de zware wapens geladen (mitrailleur en kanon). Voor Kampen-noord betekende dit dat de dubbele bezetting, 26 man, niet in de kazemat paste en voor de helft werd ondergebracht in het huis van de veerman nabij het Ganzendiep. Zolang de situatie dit toeliet, konden zij daar rusten. De andere helft van de bemanning bereidde zich voor op een komend treffen met de vijand. Granaten werden uit hun blikken gehaald en er werd een voorraad van pantser- en brisantgranaten naar de eerste verdieping gebracht. De patroonbanden voor de mitrailleur werden klaargelegd naast de mitrailleur. Alle benodigde gereedschappen werden klaargelegd. Dit alles gebeurde in het donker, aangezien er geen licht ontstoken mocht worden om de eigen locatie niet te verraden. Nadat de wapens geladen en gericht waren, volgde het zenuwslopende wachten.
Het feit dat Kampen-noord aan de oostzijde, de vijandelijke zijde, van de rivier lag, verhoogde de spanning onder de bemanning nog eens extra. Voedsel en water waren niet op voorraad, ondanks herhaalde verzoeken hierom van bevelvoerend sergeant Lucassen. Men kon het daardoor in kazemat Kampen-noord niet lang volhouden.
Nadat om 05.30 uur de Kamper stadsbrug was opgeblazen, was er geen telefonisch contact meer mogelijk met kazemat Kampen-noord. Ook de elektriciteit in de kazemat viel toen uit.
▼
De Duitsers komen
Tegen 19.00 uur verscheen via de Nieuwe Weg (nu Burg van Engelenweg) de verkenningseenheid van SS-Oberstormführer Max Wünsche bij de Stadbrug. Hij constateerde dat de brug was opgeblazen. Vrijwel direct werden de Duitsers onder vuur genomen door Nederlandse militairen aan de Kamper zijde. Zij openden het vuur vanuit kazemat Kampen-zuid, nabij het Oorgat, en vanuit ''tussenopstellingen''. Door dit mitrailleurvuur werd ook de bemanning in kazemat Kampen-noord gealarmeerd. Terwijl aan Kamper zijde direct duidelijk was dat het om een verkenningseenheid van drie motoren ging, meende sergeant Lucassen in kazemat Kampen-noord een lange colonne motorrijders te zien, die vanaf de Zwolseweg kwamen. Lucassen had op dat moment alleen een handkijker tot zijn beschikking en geen contact met de overzijde. Het was voor hem niet mogelijk om een juist beeld van de situatie bij de Stadsbrug te verkrijgen. De beleving van de 10e mei in kazemat Kampen-noord, wijkt hierdoor sterk af van de realiteit. Lucassen in zijn verslag:
''Door ons mitrailleurvuur verlieten de Duitsers hun motoren en verschansten zich in het station. Het station werd door kazemat Kampen-zuid met pantser- en brisantgranaten bestookt, waarop de Duitsers het station weer ontvluchten naar de leegstaande huizen ten noorden van het station (Spoorkade). Toen 8 tot 10 Duitse militairen zich naar de versperring voor de Stadsbrug begaven, beschoten wij hen met een brisantgranaat. Daarop vluchtten 2 militairen in de leegstaande huizen aan de Spoorkade.''
Bij Max Wünsche ontstond het idee dat hij vanuit deze huizen werd beschoten. Zijn groep van negen militairen sloeg door het hevige Nederlandse vuur uit elkaar. Wünsche raakte met twee man geisoleerd van de rest van de groep, waarmee zij het contact verloren. De overige zes mannen verscholen zich in het huizenblok ten noorden van het station, waar zij opnieuw vanuit kazemat Kampen-noord onder vuur werden genomen. Aangezien zij niet veilig waren in het leegstaande huizenblok, verscholen de zes Duitsers zich later achter het huis en de schuur van de familie Rook op de locatie van de (huidige) Van Diggelenkade.
In de beleving van sergeant Lucassen verzamelde een overmacht aan Duitsers zich nu tegenover zijn kazemat en buiten bereik van kazemat Kampen-zuid. De Duitsers richtten zich met hun vuur op de schietgaten in de kazemat. Waarschijnlijker is dat de zes verkenners zicht probeerden te krijgen op het pontveer over het Ganzendiep.
Door zijn handkijker zag sergeant Lucassen dat bij de tuinmuur van de familie Rook iets bewoog, gevolgd door een vuurstraal en een regen van kogels op kazemat Kampen-noord. Lucassen liet daarop met het kanon een pantsergranaat afchieten op de tuinmuur. Het resultaat was verschrikkelijk: ''een stuk muur vloog de lucht in, samen met een mitrailleur. Daarna werd door de Duitsers van alle kanten het vuur op kazemat Kampen-noord geopend.'' Met behulp van het panorama op de muur van de bunker beantwoordde Lucassen met zijn kanon alle vuur dat van de Duitsers kwam. Lucassen bestookte de vijand met kanonschoten gevolgd door een lange vuurstoot uit de mitrailleur, totdat de vijand ophield.
In het verslag van Max Wünsche wordt geen melding gemaakt van doden. De beschieting richtte wel flinke schade aan bij de familie Rook. De tuinmuur werd door een drietal granaten getroffen, wat talrijke kippen het leven kostte. Ook sloeg een granaat een gat van een diameter in de muur van de achterste schuur en er waren een aantal geweerschoten, die dwars door het huis gingen.
de nacht van 10 op 11 mei
In het pikkedonker, zonder communicatie met anderen, zonder elektriciteit en in de veronderstelling dat er een grote Duitse troepenmacht aan de overzijde van het Ganzendiep lag, ging de bemanning van kazemat Kampen-noord de nacht in. In de kazemat zelf waren door het vele vuren giftige dampen vrijgekomen, terwijl het elektrische ventilatiesysteem stil lag. Het opzetten van een gasmaker werkte niet, omdat de soldaten elkaar dan niet meer konden verstaan boven het gebulder van het kanon en het geratel van de mitrailleur uit. Het open zetten van de deur aan de achterzijde van de kazemat om de gassen af te voeren, bleek de enige mogelijke oplossing.
In de kazemat zelf was het erg druk. Er werd een menselijke keten gevormd om munitie van beneden naar boven door te geven. Ook lagen er enkele posten rond de kazemat, langs het Ganzendiep en achter de kazemat. Voor deze manschappen was er geen dekking tijdens een vuurgevecht. Met veel moeite werden enkele grote basaltkeien uit de krib losgewroet, waarvan iedere soldaat drie stenen als dekking kreeg.
Daarnaast was de veerpont over het Ganzendiep niet te beveiligen vanuit kazemat Kampen-noord. De veerpont lag aan de zijde van het Kampereiland, maar kan door de Duitsers (of met Duitsers sympathiserende burgers) worden losgemaakt. Er werden wachtposten bij de veerpont gezet. De verbinding tussen de kazemat en de wachtposten werd onderhouden door een voortdurende patrouille.
Ondertussen werd een Duitse deserteur opgepikt, die smeekte in de kazemat te worden opgenomen. Het bleek te gaan om een verwarde joodse man. Hij werd door sergeant Lucassen met bewaking in het veerhuis opgesloten.
de ochtend van 11 mei
Sergeant Lucassen had rekening gehouden met de mogelijkheid van een terugtocht en daarom een roeiboot klaargelegd in het riet nabij kazemat Kampen-noord. Dat bootje bleek in de ochtend van 11 mei verdwenen en daarmee was voor de bemanning van kazemat Kampen-noord vanaf Seveningen ontsnappen naar het westen onmogelijk. Ook fysiek was de bemanning van kazemat Kampen-noord nu afgesneden van de rest van hun troepen.
Rond 06.00 uur voer een klein motorbootje vanaf Kampen richting kazemat Kampen-noord. Namens de commandant gaf een ordonnance de bemanning van kazemat Kampen-noord de opdracht om tot het uiterste stand te houden. Verder bleken alle Nederlandse troepen al te zijn teruggetrokken uit Kampen. Het is mogelijk dat overste Jan Dolleman uit strategische overwegingen koos voor het achterlaten van de bemanning in kazemat Kampen-noord. Zo had hij tijdens de terugtrekking van zijn troepen rugdekking en het overbrengen van deze groep per boot over de Ijssel was riskant.
Het is onduidelijk wie de opdracht tot dit standhouden gaf. Noch Dolleman noch Rinke van der Zee , commandant van de politietroepen, maken melding van deze opdracht. Een korporaal van de politietroepen van Van der Zee dacht hier in ieder geval anders over. Lucassen beschrijft het als volgt:
''Tot onze stomme verbazing kwam het zelfde bootje een uur later weer aangevaren. Behalve de stuurman zat in het bootje een korporaal van de politietroepen. Hij handelde op eigen initiatief. Hij waarschuwde ons om direct te vertrekken, want de Duitsers waren bezig met rubberbootjes de Ijssel over te steken. Wij demonteerden de mitrailleur en namen alle munitie mee. Het kanon werd ontdaan van het kijkvizier en met een pantsergranaat opgeblazen. Alle materialen, zoals fietsen, die niet konden worden meegenomen, werden vernield. De meeste soldaten waren stokdoof van het lawaai in de kazemat en oververmoeid van de urenlange inzet, besmeurd en vuil van de kruitdampen. De groep van 26 man paste alleen staande in het kleine motorbootje. Halverwege de overtocht vlogen midden op de Ijssel opeens bommenwerpers over. De schrik sloeg ons om het hart, maar de bommenwerpers vlogen door. We kwamen behouden bij Kampen aan. De hele exercitie was door een grote menigte muisstil vanaf de kant gevolgd, zij barstten in juichen uit toen wij de kade bereikten. Daar stond een vrachtwagen klaar om ons naar Amersfoort te brengen. De vrachtwagen liep vast op de vele wegversperringen, waarna de mannen hun weg verder zochten door tuinen en weilanden.''
Dit overzicht van de gebeurtenissen is grotendeels ontleend aan: Koen Alderlieste, Kampen, mei 1940. De mobilisatieperiode en de eerste oorlogsdagen, een uitgave van de historische vereniging Jan van Arkel in Kampen, 2017. Voor geinteresseerden in de oorlogsgeschiedenis van Kampen wordt het boek aanbevolen om te lezen. De Openbare Bibliotheek Kampen heeft het boek in de collectie.
Dat Nederlandse soldaten op 10 mei de Stadsbrug hebben opgeblazen is bij de meeste Kampenaren wel bekend. Een enkeling (Wim Helleman) meldt het voortdurende vuren in de nacht van 10 op 11 mei, verder is dit verhaal uit het collectieve geheugen van de Kampenaren verdwenen.
De betrokken militairen zijn bijna allemaal anoniem de geschiedenis ingegaan. Het was de laatste keer dat er om de Ijssellinie werd gevochten. De IJssellinie werd door de Duitsers grotendeels ontmanteld en is ook uit het collectieve geheugen verdwenen.
Wat er met de verwarde, uit het Duitse leger gedeserteerde, Joodse (?) man gebeurd is, blijft een raadsel.
Voor wie meer wil weten over de IJssellinie, is een bezoek aan de open dagen van de bunkers bij Wijhe / Olst aan te bevelen, komende 5 juli is er weer een open dag. De vrijwilligers vertellen daar over de functie van de IJssellinie tijdens de Koude Oorlog in de jaren 1950 en de gevolgen van het uitvoeren van deze plannen voor mens en dier. Goed om in de oren te knopen in tijden van oorlogsdreiging.
© cultuurZIEN 2025