''Een rijk begaafde vrouw met een oorspronkelijke geest'', Joh. Don.
Clara Welcker is één van die vele verguisde vrouwen in Kampen. Clara Welcker was van 1917 tot 1946, dus bijna 30 jaar lang, werkzaam als gemeente-archivaris. Zij was de eerste vrouw op deze niet onbelangrijke positie en ging zonodig de confrontatie met haar mannelijke entourage aan. In 2016 schreef André Troost, op dat moment medewerker in het Stadsarchief, een korte biografie over haar.
afkomst
Clara Johanna Welcker werd geboren op 27 maart 1882 geboren in het gezin van Johan Willem Welcker, ingenieur en directeur-generaal van Rijkswaterstaat en Clara Albertina de Wit. Er waren in totaal vijf kinderen, waarvan Clara de middelste was. Vanwege het werk van haar vader bij Rijkswaterstaat verhuisde het gezin regelmatig. Vanuit Den Haag ging het via Alkmaar en Rotterdam naar Zwolle (1892), Clara was toen 9 jaar oud. Toen haar de toegang tot het gymnasium werd geweigerd, studeerde Clara aan verschilllende instituten in Duitsland en Zwitserland. Het doel was een betrekking in het onderwijs, haar toenemende doofheid doorkruiste deze plannen.
werken bij archieven in Den Haag
In 1908 werd Clara Welcker aangesteld bij het gemeente-archief in Den Haag, om in 1910 de overstap te maken naar het Algemeen Rijksarchief. Daar werkte zij o.l.v. Prof. dr. H.T. Colenbrander aan de bewerking van de brieven van de VOC (vanaf de oprichting tot 1700). Ook spande zij zich in voor publicaties van de Linschotenvereniging. Clara Welcker bleek een vlijtige werkster en combineerde dit met degelijke studies. Bij Colenbrander werd de basis gelegd voor haar verdere carrière.
gemeente-archivaris van Kampen
Per 1 sept. 1917 kreeg Clara Welcker een tijdelijk aanstelling bij het gemeente-archief Kampen. Zij was niet in het bezit van een archivaris-diploma (wat ook nog niet vereist werd), maar had wel 10 jaar ervaring. Bovendien kon zij aanbevelingen overleggen van gerenommeerde archivarissen en bekende historici als Fruin, Colenbrander en Van Gelder. Na een proeftijd van enkele maanden werd op 1 december 1917 haar tijdelijke aanstelling omgezet in een vaste betrekking. Haar salaris bedroeg f 1400,-. Een bedrag dat sinds 1876, de periode van haar voorganger Jurgen Nanninga Uitterdijk, niet meer was gewijzigd. Dr. mr. Jurgen Nanninga Uitterdijk (1848-1919) had de functie 45 jaar uitgeoefend en leidde Clara Welcker persoonlijk rond bij haar in dienst treding.
de staat van het Kamper gemeente-archief in 1917
Het was in die tijd nog gebruikelijk dat een nieuwe archivaris het gehele archief handmatig doornam. Zo kreeg een archivaris inzicht in de inhoud van het archief. Bovendien werd gecontroleerd of alle stukken aanwezig waren. Ondertussen werd aangetekend welke stukken in aanmerking kwamen voor restauratie. Wat Clara Welcker aantrof was een rommeltje. Dat was niet alleen te wijten aan de nonchalante houding van Nanninga Uitterdijk, maar ook een gevolg van de desinteresse van het stadsbestuur voor het eigen archief.
Clara's kantoor was in wat nu de Gouden Zaal in het Oude Raadhuis wordt genoemd. Een locatie in een uithoek van het toenmalige stadhuis. Daar zat zij met de rug naar de Oudestraat aan een bureau boordevol omslagen met papieren. Eén van haar eerste ingrepen was het opsplitsen van het archief in 3 afdelingen:
1. Oud- en Nieuw archief
Een deel van de collectie met schepenbrieven en testamenten, de banden van enkele folianten en de loketkast in de Schepentoren waren aangetast door houtworm. De zeer waardevolle oude charters lagen bedekt met grijs papier open op planken. Het Magnum Opus van Nanninga Uiterdijk, het Register van Charters en Bescheiden, had geen register van persoons- en plaatsnamen. Clara Welcker begon direct met het aanmaken van een overzicht op fiches. Het was de opmaat tot jarenlang snoeihard werken aan het ontsluiten en toegankelijk maken van het Kamper archief. Tot dat moment niet meer dan een curieuze verzameling. De waarde van het Kamper archief bleek ook uit tal van publicaties van Clara Welcker, gebaseerd op gedegen onderzoek. Haar belangrijkste werk is het onderzoek naar de schilders Hendrick en Barend Avercamp, waarover een boek verscheen bij uitgeverij Tijl in 1933. Dit boek wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als het standaardwerk over Hendrick Avercmp
Haar conclusie was dat de ordening van het gehele Kamper archief, dat op chronologische volgorde was ingedeeld, gereconstrueerd zou moeten worden, zodat de onderlinge verbanden weer zichtbaar werden. Daarbij zou de Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven uit 1898 de leidraad moeten zijn.
2. Bibliotheek
De meeste tijd was Clara Welcker kwijt aan het opzetten van een catalogus van de bibliotheek. De boeken stonden op grijze stellingen, waarvan de verf los liet aan de boeken. Veel boeken moesten opnieuw worden ingebonden en series bleken niet compleet.
3. Museum
Aan het museum bestede Clara Welcker de minste tijd. Op 10 september 1917, 10 dagen na haar aantreden, bracht een gezelschap van autoriteiten op het gebied van kunst en cultuur, waaronder de hoofddirecteur van het Rijksmuseum, een bezoek aan Kampen. Hij merkte op dat twee schilderijen met personen uit de fam. Van Ingen in de werkkamer van Clara Welcker in zeer slechte staat verkeerden. Het resultaat was dat een paneel uit de 2e helft van de 16e eeuw met de fam. Van der Gruythuys-van Ingen bij het Rijksmuseum in restauratie werd gegeven. In 1919 kwam er een ladenkast voor het opbergen van kaarten en platen.
het Van Gruythuyzen-van Ingenpaneel:
links: Arent van Grythuysen met zoons bij hun patroonheilige; rechts: (in zwart) Betta van Ingen met dochters met patroonheilige
In 1936 werd een raadscommissie ingesteld om te onderzoeken of het mogelijk was een ''professioneel'' museum op te richten. Clara Welcker maakte de kanttekening dat ''het de vraag is, of werkelijk, nuchter en onbevooroordeeld bezien, de zeeker hoge kosten voor een doelmatig gebouw en de blijvende lasten opwegen tegen het geringe belang der verzamelingen''. Een goede vraag die nog steeds actueel is.
een vaste medewerker
Tien jaar na haar aanstelling kreeg Clara Welcker vaste versterking bij haar uitgebreide takenpakket, waardoor zij eigenlijk permanent overbelast was. Johannes Don werd aangesteld bij het gemeente-archief. Hij was in het bezit van het diploma wetenschappelijk archiefambtenaar 2e klasse. Vanaf 1940 tot 1946 schreef John. Don de jaarverslagen, om dat Clara Welcker hiervoor te ziek was. John. Don volgde haar in 1947 op.
Door het verwerven van nieuwe archieven werd het ruimtegebrek, waarover Nanninga Uitterdijk al klaagde, steeds nijpender.
de laatste jaren
Het grootste wapenfeit uit de oorlogsperiode is, dat het archief ongeschonden door de oorlogsjaren kwam. Wel gebruikten de Duitsers boeken uit de archiefbibliotheek voor een goede mitrailleuropstelling vanuit de vensters van het Oude Raadhuis. Hierdoor raakten er boeken beschadigd, maar er werd niets vermist.
De septembermaand van 1942 begon in het stadhuis van Kampen feestelijk met het vieren van het 25-jarig jubileum van Clara Welcker als gemeente-archivaris van Kampen. Dat was tussen twee aanvallen van hevige oorpijn (pruritus) door, die haar in het ziekenhuis in Zwolle deden belanden. Clara Welcker overleed op 2 februari 1946 in het Kamper Stadsziekenhuis. Zij werd in stilte begraven op de begraafplaats in Oosterbeek, naast haar ouders.
geen straatnaam voor Clara Welcker
Het bange witte mannenbolwerk Kampen en sterke vrouwen, het blijft een moeizame combinatie. Toen in 2015 de mogelijkheid zich voordeed om in het Stationkwartier straten naar voor Kampen belangrijke vrouwen te vernoemen, was de naam van Clara Welcker daar niet bij.
Met dank aan en grotendeels gebaseerd op: André Troost, Clara Welcker, Nil volentibus Arduum, Stadsarchief Kampen, 2016