In de tweede helft van september 1944 moet er een vreemde, gespannen sfeer hebben gehangen in Kampen en omgeving. De operatie Market Garden was in volle gang en het kanongebulder rond Arnhem was tot hier te horen.
Cordon rond Kampen
Op 21 september 1944 wordt door de Duitse politie (Ordnungspolizei) een cordon rond Kampen gelegd. Tegelijkertijd verschijnen er overal in de stad affiches, die mannen tussen 18 en 50 jaar oproepen om zich te melden voor graafwerkzaamheden. Meldt men zich niet, dan volgen er represailles in de vorm van razzia's of het in brand steken van huizen. Bij deze laatste dreiging hebben de Kampenaren geluk. Het wordt al schemerig en 's nachts moet de stad verduisterd zijn.
Aanleg tankgracht in Mastenbroek als onderdeel van de Westwall
NSB-burgemeester Sandberg had eerder het onhaalbare getal van 2000 mannen toegezegd om te graven voor de Wehrmacht. Dat graven in de polder Mastenbroek was voor het aanleggen van een tankgracht van 12 tot 15 meter breed en ca. 3 meter diep. Deze tankgracht liep vanaf de Ijsseldijk bij het Zalker veer tot aan de Rademakerszijl bij het Zwarte water. De tankgracht was onderdeel van een veel grotere Duitse verdedigingdlinie, de zg. Westwall tussen Basel en Emmerich. Nadat Parijs door de geallieerden was bevrijd, besloot Hitler in augustus 1944 de Westwall verder te versterken en uit te breiden. Via de Ijssellinie werd de Westwall doorgetrokken tot aan het Ijsselmeer. Langs de gehele oostelijke oever van de Ijssel werden stellingen en andere militaire werken aangelegd.
Zwolle werd versterkt door de aanleg van tankgrachten, muren, loopgraven, mitrailleurnesten en kazematten tot in het centrum van de stad. De leiding over de aanleg van al deze verdedigingswerlen lag bij de Organisation Todt. Deze organisatie maakte gebruik van grote aantallen dwangarbeiders. Ook mensen uit kamp Amersfoort werden ingezet. Onder hen Kampenaar Eshuis, die toen kans zag om te ontkomen.
Ook de gemeenten Zwolle en Zwollekerspel moesten mannen leveren voor graafwerkzaamheden. De burgemeesters van beide gemeenten doken daarop onder. Mannen riskeerde strenge straffen wanneer zij zich aan grafwerkzaamheden onttrokken.
Razzia in polder De Koekoek
Het bevel om te graven werd massaal door de mannen in Kampen en omgeving genegeerd. Velen van hen doken onder. De Duitsers dachten dat een groot deel van deze mannen zich had verstopt in De Koekoek en gingen over tot een razzia. Vanaf het centrum van Ijsselmuiden trok een grote groep zwaar bewapende Duitse militairen in gesloten linie richting De Koekoek. Het was een prachtige nazomerdag en men werkte volop op het land. Niemand realiseerde zich het gevaar dat enkele kilometers verderop in aantocht was. Tot enkele dappere meisjes dwars door de Duitse linie fietsten en overal in De Koekoek gingen waarschuwen. Jongens en mannen verdwenen in hun schuilplaatsen, terwijl links en rechts geweersalvo's klonken. De Duitsers schoten op iedere voortvluchtige die zij zagen. Johannes (Jens) Kalter was één hen. Op deze mooie dag vierde de familie Kalter de verjaardag van Jens' vader, tuinder Willem Kalter. Op het bevel ''Halt, stoppen'', zette Jens het juist op een lopen. Hij werd geraakt door de kogels. Zwaar gewond werd Jens op een handkar naar het Kamper Stadsziekenhuis gebracht, waar hij aan zijn verwondingen bezweek. Hij werd 30 jaar oud en liet een vrouw na.
De razzia had effect. Geschrokken door het overlijden van Jens Kalter, gingen alsnog veel jongens en mannen graven aan de stellingen rond Zwolle.
Polder Mastenbroek onder water
De verdedigingslinie bestond niet alleen uit verdedigingswerken, maar er werd ook gebruik gemaakt van inundaties. Op 21 september kwam van de bezetter het bevel de polder Mastenbroek onder water te zetten. Op vrijdag 22 september moest Klaas Huisman, machinist van het gemaal (nu d' olde machine), touwen en takels klaar hebben liggen om de volgende morgen de sluisdeuren omhoog te takelen. Doel was geallieeerde luchtlandingen, zoals bij Arnhem, te voorkomen. Klaas Huisman had geen trek in medewerking en bracht 's nachts zijn huisraad elders onder en dook zelf onder. Zijn vrouw zocht haar toevlucht bij hun dochter in Genemuiden. Daarna werden de sluisdeuren geblokkeerd door het verzet met boerenwagens, die voor de deuren in het water werden gereden, met schotten en puin.
Na ontdekking de volgende ochtend, volgden de represailles van de Duitsers. De Prinsenkeet, het huis van sluisbeheerder Kloosterman, werd in de brand gestoken. De fam. Kloosterman (6 kinderen) was toen al gevlucht. In de verlaten woning van Klaas Huisman werden drie handgranaten gegooid. Vervolgens werden mensen uit de omgeving van de sluis opgepakt. Wanneer zij niet vertelden wie de sluis gesloten hadden, zouden zij tegen de muur worden gezet. Toen greep Teunis Mol in. Hij had een kokosfabriek aan de Kamperzeedijk en liet zijn personeel de wagens uit het water rijden. Daarna konden op 23 september de sluisdeuren open en stroomde de polder Mastenbroek langzaam onder water. Het gaf de boeren de tijd om hun vee uit de weiden te halen en veilig op de terp op stal te zetten. Om te voorkomen dat het verzet opnieuw zou ingrijpen, moesten mannen uit Genemuiden wacht lopen bij het gemaal. Als laatste vergelding werden drie pinken op een stuk land van het waterschap door de Duitsers doodgeschoten. Twee van de pinken waren van Kloosterman.
Terwijl de polder Mastenbroek tot aan de spoordijk langzaam vol water liep, bracht Klaas Huisman op 13 november een bezoek aan zijn vrouw in Genemuiden. Daarna fietste hij dwars door de polder richting 's Heerenbroek. Waarschijnlijk op weg naar de dijkgraaf. Daar kwam Klaas Huisman nooit aan. Hij verdronk onderweg onder onduidelijke omstandigheden in het water.
Ook polder De Koekoek loopt onder
De Koekoek is het laagst gelegen gedeelte van het land achter IJsselmuiden en vormt een poldertje op zichzelf. In het verleden werd het met veel moeite drooggemalen. Aanvankelijk leken de Duitsers De Koekoek droog te willen houden, vanwege het belang van de polder voor de voedselvoorziening. De dijken rond de polder werden extra opgehoogd.
Maar in de nacht van 10 op 11 december 1944 bezweek de dijk rond De Koekoek onder de druk van het water in de ondergelopen polder Mastenbroek. Dat was niet helemaal onverwacht en de meeste goederen en waardevolle spullen waren al uit de huizen gehaald. Terwijl het water met veel lawaai zich een weg zocht door de dijkdoorbraak, werd de polder snel ontruimd. Na een week stond er 2 tot 3 meter water op het vruchtbare land. Daarna werd het er beklemmend stil. In januari 1945 viel de vorst in, wat veel extra schade veroorzaakte aan huizen, kassen en opstallen. Alle vruchtbomen gingen dood.
Pas in mei 1945, nadat Mastenbroek al was drooggevallen, werd begonnen met het droogmalen van De Koekoek. Wat tergend langzaam ging. De tuinders kregen tijdelijk land aangeboden in de NOP om hun bedrijf voort te zetten. Nog jaren later waren de gevolgen van de inundatie merkbaar voor de tuinders.
© cultuurZIEN 2025