foto boven: naar Australië ontkomen militairen van het KNIL (1943)
Na de Japanse bezetting was er geen enkel contact meer mogelijk met Nederlands Indië. In maart 1942 komen de eerste verlieslijsten binnen in Den Haag. Deze informatie wordt doorgestuurd naar burgemeesters, die verantwoordelijk zijn voor het overbrengen van het slechte nieuws. Lokaal gebeurt dit via een geestelijke of het Rode Kruis.
1 maart 1942, de Japanse aanval op Java begint
Thijs Albertus Bos, 21 jr, voer als matroos op de torpedoboorjager Hr Ms Evertsen. Na een gevecht met Japanse jagers, waarbij de Evertsen geraakt werd en in brand vloog, werd het schip door de commandant nabij het eiland Sebuku in Straat Sunda aan de grond gezet. Twee zwaar gewonde bemanningsleden overleden, één van hen was Thijs Bos (Kpn 14/10/1920-1/3/1942, Straat Sunda). De rest van de bemanning werd op 9 maart krijgsgevangen gemaakt.
Thijs was een zoon van Jacob Bos, wagenmaker, en Grietje Korenberg. Het gezin woonde bij de geboorte van oudste zoon Jacob (1915) in de Eenvoudstraat. Thijs had 2 broers en een zus, waarschijnlijk was hij de jongste in het gezin.
Op deze dag worden zeven Nederlandse koopvaardijschepen tot zinken gebracht, waarbij zeker 631 mensen omkwamen. Lees de achtergronden en/of links en huiver:
Het SS Rooseboom op weg naar Colombo met 500 evacués onder wie 250 Britse soldaten, wordt door de Japanse onderzeeboot I-59 tot zinken gebracht op 600 zeemijl van het eiland Siberoet. Circa 500 opvarenden komen om het leven. Slechts zes overlevenden.
Het SS Parigi op weg van Tjilatjap naar Colombo, wordt op de Indische Oceaan op 300 mijl ten zuiden van Tjilatjap, met geschutsvuur en een torpedo tot zinken gebracht door de Japanse onderzeeboot I-2. Negen doden, waarvan acht aanvankelijk gered waren door het Australische oorlogschip Yarra. Dit schip werd op 4 maart getorpedeerd door Japanse oorlogsschepen.
De tanker Augustina wordt tijdens een poging te ontsnappen uit Tandjong Priok naar Freemantle onderschept door de Japanse torpedobootjager Harukaze. De bemanning brengt het schip zelf tot zinken en verlaat het schip om 15.00 uur. De inzittenden van de reddingssloepen worden beschoten en vermoord, 40 doden. Slechts 1 Nederlander, de 3e machinist, en enkele Chinezen overleven. De Augustina (foto hieronder) blijft nog dagen drijven en zinkt uiteindelijk op 4 maart.
Het MS Modjokerto, op weg naar Colombo (Ceylon) wordt in de Indische Oceaan ten zuiden van Tjilatjap door de Japanse onderzeeboot I-54 getorpedeerd en met geschutsvuur tot zinken gebracht. Dit is een aanname, want het schip is nooit gevonden. Negen bemanningsleden overleden bij de aanval, 35 werden later op Celebes (nu Kendari) door de Japanners onthoofd: 42 doden.
Voor SS Siaoe was geen excorte beschikbaar. Het schip kreeg de opdracht zo dicht mogelijk onder de wal van Java te blijven. Rond 02.00 uur bereikte men het St. Nicolaaspunt, waar twee Japanse oorlogsschepen opdoemden. De SS Siaoe werd direct onder vuur genomen, waardoor het schip onbestuurbaar werd. Nu schoten de Japanners brandgranaten af, waarna het schip in de brand vloog. Wie kon sprong over boord. De rondzwemmende bemanningsleden vonden een reddingssloep. Uitreindelijk waren er 22 man in de sloep, incl de gewonde kapitein. Met de reddingssloep wisten zij Java te bereiken, waar zij werden aangehouden. 29 doden.
Het MS Toradja op weg van Tjilatjap op Zuid-Java naar Australië. Op 250 mijl zuid van Tjilatjap tot zinken gebracht door de Japanse torpedobootjagers ARASHI en NOWAKE. 11 doden.
Het SS Enggano vertrekt op 27 februari 1942 van Tjilatjap naar zee, mogelijk was de bestemming Freemantle (Australie). Op 1 maart wordt het schip in brand geschoten door een boordvliektuig van de Japanse kruiser Takao; op 2 maart tot zinken gebracht door de Japanse kruiser 'Chikuma' en de torpedobootjager 'Urakaze'. Alle opvarenden gered.
3-5 maart 1942, Slag bij Leuwiliang (West-Java)
Australische troepen, gesteund door Amerikaanse artillerie en Britse tanks, proberen Japanse troepen tegen te houden die naar Buitenzorg willen oprukken. Doel is de terugtrekking van de Nederlandse troepen (KNIL) mogelijk te maken. Ze slagen erin de Japanners drie dagen lang op te houden, maar moeten zich dan zelf naar Buitenzorg terugtrekken.
5 maart 1942
Japanse troepen trekken zegevierend Batavia binnen.
Ds. J. de Waard en Ds. C. N. Impeta ingesloten in Huis van Bewaring te Zwolle. Op 10 mei gingen zij door naar Amersfoort, waar zij elkaar en Ds. C.N. Bavinck weerzagen.
De Waard liet op de verjaardag van koningin Wilhelmina (31/8) het Wilhelmus zingen en hij bad regelmatig voor haar terugkeer. Hij waarschuwde in zijn preken voor het nationaal-socialisme, en tegen de Arbeidsdienst en de Winterhulp. Hij had opgewekt tot verzet in de schoolstrijd en had de bordjes ''verboden voor joden'' uit de vergaderzalen van de kerk laten verwijderen.
Impeta werd opgepakt wegens het gebruikelijke bidden voor de koningin, voor Indië en voor de terugkeer van collega Bavinck.
6 maart 1942
Bombardement op Soekaboemi door 7 Japanse jagers, kort voor de capitulatie van het Koninklijk Nederlands Indische Leger. Er vielen 50 doden, waaronder 26 schoolkinderen. Het vergeten bombardement op Soekaboemi, een stad gelegen op Java tussen Bogor en Bandung, wordt in de Nederlandse (oorlogs-) geschiedschrijving nauwelijks genoemd.
7 maart 1942
Bij de aanbesteding voor het voltooien van het wegvak Kampen-Ramspol op het Kampereiland, werd laagste inschrijver de fa W. Schotanus te Harlingen, voor f 279.000.
8 maart 1942
Japanse troepen bezetten Soerabaja op Oost-Java; het Nederlandse leger capituleert.
9 maart 1942
Generaal Ter Poorten ondertekent de capitulatie van het KNIL in Kalidjati bij Bandoeng. Hij brengt om 7.45 uur de bevolking via de radio op de hoogte. Japan neemt het bestuur van Indie over. Bijna 4000 manschappen, vooral KNILmilitairen worden krijgsgevangen gemaakt. Zij worden op verschillende plekken in Oost-Azie te werk gesteld, bijv aan de Birma-spoorlijn.
13 maart 1942
Koffiesurrogaat gaat op de bon.
De bekende Kamper aannemer Jan Valk overlijdt in Amsterdam, hij werd 80 jaar oud.
17 maart 1942
Start van massamoorden in Bełżec, het derde vernietigingskamp, na Auschwitz-Birkenau en Sobibór. In de eerstvolgende 4 weken worden hier 75.000 Poolse Joden vermoord.
20 maart 1942
Joden mogen niets meer van hun huisraad verkopen.
Begin van Operatie Outward, een Britse operatie met waterstofballonnen die boven Duitsland zweven om de stroomvoorziening te saboteren of branden te veroorzaken. Er werden 142 ballonnen gelanceerd. Ongeveer de helft was voorzien van brandbommen om brand te stichten in (heide-)velden en bossen. Aan de andere helft hing een stalen draad, waarmee hoogspanningskabels beschadigd werden, waardoor kortsluiting ontstond.
23 maart 1942
Via bemiddeling van het Rode Kruis arriveert bij de fam. Van Putten aan de Wilhelminalaan een kort bericht van hun zoon Arend. Arend was bij de marine en zat aan het begin van de oorlog in Vlissingen. Daarna raakte hij vermist. Thuis en in de kerk werd voor zijn veilige thuiskomst gebeden. Op 23 mrt. komt het volgende bericht bij zijn ouders binnen (zo 'n brief mocht 25 woorden lang zijn):
''Lieve ouders. Ben goed gezond en gelukkig gehuwd en hebben een dochter die naar moeder vernoemd is. Hopen spoedig wat te horen. Uw zoon, Arend''.
Waarschijnlijk was deze Arend een zoon van Berend Jan van Putten en Geertruida Helena Post. Vader Berend Jan begon als sigarenmaker en werd later sigarenfabrikant. In 1938 was hij raadslid voor de SGP. Oudste zoon Jacob (1915) werd geboren aan de Burgwalstraat, Arend (1917) kwam aan de Noordweg ter wereld. Toen zus Aaltje in 1923 werd geboren was vader Berend Jan handelsreiziger. Jongste zusje Geertruida Helena (1926) overleed in 1941, 15 jr oud. Van dit laatste had Arend geen weet, hij zat toen in Engeland met zijn nog jonge gezin.
Verbod voor Joden om vervoermiddelen te bezitten of te besturen.
25 maart 1942
Verbod voor Joden om met niet-Joden te trouwen. Buitenechtelijke seksuele omgang met niet-Joden zal zwaar gestraft worden.
26 maart 1942
Huisraad in woningen van Joden mag niet worden verwijderd. Van weggevoerde Joden wordt de huisraad vaak in beslag genomen door de Duitsers, maar zij komen vaak te laat. Buurtgenoten hebben gezien dat hun Joodse buren uit hun huis werden gehaald en plunderden 's nachts de woningen.
28 op 29 maart 1942
Het begin van Britse luchtaanvallen op Duitse steden in plaats van industriële doelen: de Britten bombarderen het centrum van Lübeck, met 300 doden en 15.000 daklozen tot gevolg.
31 Maart 1942
De fundering wordt gelegd van een gebouw op de Plantage, waarin een Centrale keuken zal worden ingericht. Op de foto (coll. Stadsarchief Kampen) de oudere overkapping, waaronder de gaarkeuken is gebouwd. De overkapping heeft er tot 1956 gestaan.