algemene verplichting
Het was een algemene verplichting en dus in die zin geen typische anti-Joodse maatregel, maar het document was wel een belangrijke administratieve schakel in de onderdrukkingspolitiek van de Duitse bezetter, gericht op de arrestatie van Joden en de opsporing van mensen in het verzet.
extra: bewijs van aanmelding
Via Verordening nr 6/1941, artikel 9 werd namelijk bepaald dat voor personen van geheel of gedeeltelijk Joodse afkomst een bewijs van aanmelding moest worden opgemaakt. Dit bewijs van aanmelding gaf een aanduiding hoeveel Joodse voorouders iemand had. Het was verplicht om dit gele kaartje bij het persoonsbewijs bij zich te hebben, maar velen ‘vergaten’ dat, waardoor de opsporing van Joden bemoeilijkt werd.
3 juli 1941: toevoeging zwarte J
Als gevolg daarvan moesten Joden zich vanaf 3 juli 1941 nogmaals aanmelden om een zwarte J op het persoonsbewijs te laten zetten. Er kwam één zwarte J naast de pasfoto en één J op de voorkant. Vanaf 23 januari 1942 hadden alle Joodse burgers twee grote zwarte J’s gestempeld op het hun persoonsbewijs.
mei 1942: een rode J voor gemengd gehuwden
De gemengd-gehuwde Joden konden vanaf mei 1942 kiezen voor een ‘arbeidskamp’ of een verplichte sterilisatie. Indien men voor dat laatste koos kwamen er in het persoonsbewijs rode J’s. Men hoefde geen ster meer te dragen en kreeg eventueel ingeleverd vermogen van de roofbank Lippman & Rosenthal terug. Met bepaalde restricties kon men weer deelnemen aan het maatschappelijk leven.
© cultuurZIEN 2026