hierboven een schets van het werkkamp aan de Zwartemeerweg in de NOP
Het is 17 november 1944 en de Noord Oost Polder is hernetisch afgesloten door 3000 Duitse militairen. In de werkkampen in de polder, waar mannen en jongens verbleven om de polder te ontginnen, pakken zij ca. 1800 mannen op. De meesten van hen verblijven daar om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Nu worden zij opgepakt om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. Eerst gaat de groep mannen lopend naar station Meppel. Vanaf Meppel gaat het met de trein naar diverse plekken in Duitsland. Onder deze 1800 mannen en jongens zijn Jan Korteschiel en Theo Spaans uit Kampen.
Johannes Korteschiel, (Kpn 1916-1945 Hamburg-Wilhelmsburg)
Johannes Korteschiel was de oudste zoon van schipper Giese Hendrik Korteschiel (†1948) uit Groningen en schippersdochter Derkje Wolters (1886-1961) uit Kampen. Het gezin woonde rond de geboorte van Jan en zijn oudere broertje Hendrik (†1916) aan de Plantsoenstraat. Na Jan kwamen er nog 3 broertjes en 3 zusjes bij. Uiteindelijk bereikten 5 kinderen de volwassen leeftijd.
Jan, een blonde man van ca 1.75 lang, was werkzaam als grondwerker in de NOP. Werk dat officieel als ''onmisbaar'' te boek stond, aangezien de NOP een graanschuur voor de Duitsers zou kunnen worden. Dat leek allemaal goed te gaan tot de grote razzia van november 1944. Toen Jan opgepakt werd, droeg hij nog zijn werkkleding: een bruine manchester broek, zwarte sokken en schoenen. Jan kwam in Hamburg-Wilhelmsburg terecht, een wijk op een eiland in de Elbe. Wegens uitputting lag hij op die fatale 22 maart 1945, tijdens het geallieerde bombardement, in het ziekenhuis, hij werd 28 jr.. Jan werd later herbegraven op het Nederlandse ereveld Neuer Friedhof in Hamburg-Harburg. Zijn moeder, inmiddels weduwe, woonde later aan de Nieuwe Markt.
Theodoor Spaans, (A'dam 1925-1945 Hamburg-Harburg)
Theo Spaans werd geboren in Amsterdam-Sloterdijk als zoon van Tewes Spaans, een handelsreiziger en Baukje Bijlsma, geboortig van Leeuwarden. De ouders van Theo verhuisden in april 1926 met hun gezin naar Assen, om precies 2 maanden later (juni 1926) de overstap naar Kampen te maken. In Kampen bleven zij tot sept. 1939, toen zij zich in Ommen-Eerde vestigden.
Theo werkte bij de voorlichtingsdienst van de NOP, een jongen met blond haar en blauwe ogen, een gaaf gebit, ca. 1.70 m lang en duidelijk van goede komaf. Ook Theo werd tijdens de beruchte razzia van 17 en 18 nov. 1944 opgepakt. Theo droeg bij zijn aanhouding een kort bruin leren jasje, een bruin colbert met een rijbroek en blauw overhemd met daarover een eigen gebreide blauwe trui, hoge zwarte schoenen en eigen gebreide kousen in grijs of blauw. Aan zijn ondergoed was een washandje vastgespeld met wat geld erin. Vanuit Meppel werd Theo eerst naar Biene gebracht, waar hij op 19 nov. aankwam. Hij weigerde daar de barak te verlaten om te werken, omdat hij ziek was. Voor straf werden 18 mannen naar Hamburg overgeplaatst. Waarschijnlijk was de werkweigering in Biene geen 1-mans actie. Theo Spaans bevond zich op 22 mrt 1945, om 04.10 uur op de scheepswerf in Harburg, toen hij omkwam bij het geallieerde bombardement, pas 19 jr oud.
Op 8 juli 1946 werd zijn overlijden in het bevolkingsregister in Kampen ingeschreven. Zijn ouders woonden toen weer in Kampen, waar vader Tewes goed bekend stond. Zeker is dat zijn moeder in 1951 aan de De La Sablonièrekade woonde. Theo's vader overleed op 7 april 1951 in Kampen. Theo werd op vrijdag 13 oktober 1951 herbegraven op begraafplaats De Zandberg.
Op 22 mrt 1945, ca. 04.00 uur werd ook Nijverdal getroffen door een bombardement. Daarbij kwamen 73 mensen om, waaronder:
Jacobus Postuma (Brunssum 1922-1945 Nijverdal) was een zoon van mijnwerker/magazijnknecht Marcus Postuma en Rensia Otten. Zijn moeder kwam uit de bekende Kamper groente-handelarenfamilie. Twee neven Otten hadden ieder hun eigen groentehandel in Kampen. In totaal kwamen er vier kinderen in het gezin Postuma-Otten. Broers Geert en Sijwerd werden, net als hun vader, mijnwerker. Zus Margje was het enige meisje.
Koos Postuma vormde met 6 anderen de verzetsgroep NV (Naamloze Vennootschap). Zij verplaatsten Joodse kinderen vanuit Amsterdam en zochten onderduikadressen. Toen het in Amsterdam te heet onder de voeten werd, verkaste de verzetsgroep naar Limburg en vandaar naar het oosten van het land.
Het was Koos Postuma die het Joodse jongetje Nico de Groot naar de fam. Schutte op het Kampereiland bracht. Ed van Thijn, later burgemeester van Amsterdam en minister van Binnenlands Zaken, was een van de andere kinderen, die door de NV gered werd. Hij zat gedurende de oorlog ondergedoken in de omgeving van Nijverdal.
Koos overleed op 22 mrt 1945 tijdens een Amerikaans vergisbombardement op Nijverdal. Hij bevond zich om ca. 04.00 uur 's ochtends op zijn onderduikadres bij bakkerij Flim, het hoofdkwartier van de NV. Koos was een van de 73 doden, hij werd 23 jr. oud.
Op (mede-) initiatief van Ed van Thijn kregen op 22 sept. 1981 alle leden van de NV de Yad Vashem-onderscheiding (Rechtvaardige onder de Volkeren)
© cultuurZIEN 2026