Nantko Schanssema (Onderdendam (Groningen) 15/12/1895 - 23/11/1958 Poeldijk) stamde uit een Groninger familie van molenaars. Zijn grootvader van vaderskant, waarnaar hij vernoemd was, was molenaar van korenmolen Hercules te Woldendorp. Ook zijn vader begon als molenaar, maar stapte later over naar het beroep van (fabrieks-)opzichter. Op 27 augustus 1925 trouwde Nantko in Kampen met Lammertina Annechiena van der Glas, de dochter van een sergeant.
Nantko Schanssema had een technisch bureau voor de bouw van steen- en pannenfabrieken, maar dit bureau was tijdens de crisis in de jaren 1930 failliet gegaan. Daarna vond hij werk als kantoorbediende bij de groenteveiling in !Jsselmuiden.
Lidmaatschap NSB
In mei 1935 werd Nantko Schanssema lid van de NSB ''om te komen tot betere arbeidsverhoudingen''. In november 1937 werd hij kringleider in zijn woonplaats Kampen. De NSB bestond uit verschillende lokaal georganiseerde kringen en groepen. De kringleider stond aan het hoofd van zo'n kring. Hij stuurde de verschillende groepsleiders in zijn kring aan. Als kringleider van Kampen woonde Nantko de installatie van NSB-burgemeester Sandberg bij (foto hierboven).
Nantko Schanssema behoorde tot de groep van 13 vooraanstaande Kamper NSB-ers, die in de meidagen 1940 werden opgepakt en naar Rotterdam vervoerd. Daar ontsnapten zij tijdens het bombardement uit het politiebureau. Op last van de commandant van de Duitse Wehrmacht ontving de hele groep na afloop een schadevergoeding, betaald door de gemeente Kampen. Voor Nantko was dit een bedrag van f 18,-.
In januari 1942 benaderde de commissaris van Overijssel Schanssema met de vraag of hij interesse had in het burgemeesterschap van Hasselt. Hoewel hij daar niet geheel afwijzend tegenover stond, was hij ook niet enthousiast over het aanbod. In augustus 1942 werd hij kringleider van Noord-West Overijssel, waarna hij zich in oktober 1942 in Zwolle vestigde.
Wethouder van Zwolle
Aangezien de Duitse autoriteiten een nationaal-socialist in het Zwolse college van B&W wilden hebben, werd Nantko Schanssema op 15 maart 1942 benoemd tot wethouder Openbare Werken van Zwolle. Een wethouderschap stelde in deze tijd weinig meer voor, aangezien de burgemeester de taak had als ''sterke leider'' te functioneren, zonder gemeenteraad. Wethouders waren gereduceerd tot uitvoerende hulpjes van de burgemeester. Reden voor veel wethouders om hun ambt neer te leggen. Schanssema, die het ambt mogelijk tegen zijn wil had aanvaard, verscheen eenmaal per week op het stadhuis, waar hij de wekelijkse rapporten van directeur W.B.M. Beumer van Openbare Werken besprak met de opsteller en de burgemeester. Met de beslissingen die de burgemeester nam op basis van deze rapporten bemoeide hij zich verder niet. Dat deed hij al evenmin met de overige gang van zaken binnen het gemeentebestuur. Volgens gemeentesecretaris Van Leijden was Schanssema's ''minimale belangstelling in dit ambt duidelijk''. Ook directeur Beumer voelde zich door Schanssema niet belemmerd in zijn werkzaamheden. Van wethouder Schanssema is slechts één brief bewaard gebleven, uit oktober 1943. Daarin maakt hij zijn voornemen bekend geen enkel bouwproject meer goed te keuren, waarvoor bouwmaterialen nodig waren. Hij wilde deze materialen bestemmen voor de opbouw van in brand gestoken boerderijen van nationaal-socialistische boeren.
In 1943 kocht Nantko Schanssema op eigen titel een huis van een Joodse familie in het Ter Pelkwijkpark.
Waarnemend burgemeester van Zwolle
In oktober 1944 kon de Zwolse burgemeester Van Karnebeek het uitoefenen van zijn ambt niet langer in overeenstemming brengen met zijn geweten. Directe aanleiding was de opdracht om 700 mannen te leveren voor graafwerkzaamheden aan verdedigangswerken langs de Ijssel, terwijl de regering in Londen opdracht gaf geen mannen voor grafwerkzaamheden op te roepen. De burgemeester dook onder, gevolgd door wethouder Brandsma. Voordat beiden van het toneel verdwenen stelden zij de gematigde NSB-er Nantko Schanssema aan als waarnemend burgemeester. Hij werd nu verantwoordelijk voor het leveren van honderden gravers.
Schanssema voorzag grote moeilijkheden als de Duitse eisen niet werden ingewilligd. Na overleg met waarnemend-gemeentesecretaris Van Kleffens werd een verouderd kaartsysteem gebruikt om mannen op te roepen voor graafwerk van de Organisation Todt (OT). Dit kaartsysteem werd daarna vernietigd, zodat niet kon worden nagegaan wie wel en wie niet had gereageerd op de oproep. Slechts 150 mannen meldden zich, een veel groter aantal enveloppen kwam retour met de mededeling 'ziek', 'niet thuis' of 'in Duitsland'. Ook werd gretig gebruik gemaakt van de door Schanssema bedongen machtiging om vrijstellingen te verlenen.
Op verzoek van waarnemend-gemeentesecretaris Van Kleffens verscheen de ondergedoken wethouder Brandsma op 21 september 1944 weer in Zwolle. Brandsma nam opnieuw het waarnemend burgemeesterschap op zich, zo probeerde men te voorkomen dat een NSB-burgemeester zouden worden benoemd. Het aantal mannen dat verscheen na herhaalde oproepen om te graven, bleef laag. In een stormachtig onderhoud met Brandsma en Schanssema dreigden de Duitsers op 23 september de stad te beschieten als er niet meer mannen kwamen graven. Toen op 6 november een eis binnenkwam om 3.000 mannen te leveren voor graafwerkzaamheden, liet Brandsma zich fysiek ongeschikt verklaren voor zijn werk. Opnieuw werd Nantko Schanssema waarnemend burgemeester van Zwolle. Uiteindelijk werd de onhaalbare eis om 3.000 mannen te leveren veranderd in de eis een alfabetische lijst met daarop de namen van alle Zwolse mannen tussen 17 en 55 jaar oud te leveren. Besloten werd hieraan mee te werken om mensenlevens te redden. Door langzaam te werken, hoopte men de werkzaamheden tot de bevrijding te rekken, wat niet lukte.
Na de bevrijding van Zwolle
Nantko Schanssema werd op 14 april 1945 geschorst. In zijn functie van plaatselijk NSB-leider konden hem duidelijk strafbare feiten worden verweten, zodat zijn schorsing als wethouder weinig voeten in de aarde had. In 1946 had hij zijn oude beroep van technisch adviseur weer op gepakt in Woerden. De voormalige plaatselijke NSB-leider en Zwolse wethouder werd in februari 1947 ontzet uit het kiesrecht en veroordeeld tot internering tot april 1950. Nantko Schanssema overleed in 1958 in Poeldijk, waar hij toen werkte als administrateur.
© cultuurZIEN 2025