Vier hoeken op de baan worden gemarkeerd. Spelers moeten elke hoek raken met een gecontroleerde slag.
Observeer richting, mobiliteit en nauwkeurigheid. Hoe goed passen ze hun slag aan voor een andere hoek?
Richting geven met pionnen.
Eerst forehand–forehand, daarna variabel.
Stuitbal oefenen → diepe hoek.
Laat ze zelf bepalen welke hoek gemakkelijker is en waarmee ze willen beginnen.
Kinderen moeten draaien vanuit heupen en altijd terug naar middenpositie bewegen.
a. Spelonderwijs – Hoeken beheersen = domineren.
b. Didactiek – Visuele doelen voor extra duidelijkheid.
c. Methodiek – Van vaste hoek → willekeurig.
d. Tactiek – Hoeken maken tegenstander breed.
e. Techniek & Positionering – Open stance, gecontroleerde swing.
① Gerichte oefening: Geef per drill één concrete tip, maximaal 10 woorden.
② Analyse: Observeer hoe snel speler corrigeert.
③ Spelverloop: Noteer verschil in rallyprecisie na gerichte feedback.
④ Vragen: Focus ik op belangrijkste leerpunten of overstelp ik speler?
⑤ Bewegingsleer: Demonstratie: voeten actief, kern stabiel, armen ontspannen.