Speel gericht op de hoeken; elke treffer = punt.
Analyseer richting, diepte en stuit.
Mikken in vakken met pionnen.
Oefenen met bounce-ballen (langzame ballen).
Laat spelers beslissen: “Ga ik voor diep of diagonaal?”
Draaien vanuit heupen, voeten in open stance.
a. Spelonderwijs – Hoeken = raken = controle.
b. Didactiek – Visuele doelen (pionnen).
c. Methodiek – Van grote doelen → kleine doelen.
d. Tactiek – Hoeken laten tegenstander lopen.
e. Techniek & Positionering – Lage voorbereiding, racket achter vroeg.
① Gerichte oefening: Stel een lesplan op: warming-up, techniek, tactiek, spelstrategie, cooling-down.
② Analyse: Observeer efficiëntie en effectiviteit van de sessie.
③ Spelverloop: Noteer welk onderdeel het meeste leerresultaat oplevert.
④ Vragen: Is de volgorde logisch en leerzaam?
⑤ Bewegingsleer: Demonstratie: voeten actief, kern stabiel, armen ontspannen.