De laatste reizen
Bij terugkomst van de Pericles in Amsterdam kreeg ik geen verlof, maar bleef aan boord voor de kustreis. Daarna zou ik nogmaals een reis naar het Caribische gebied maken. Patricia kreeg toestemming om de kustreis aan boord mee te maken en dat was voor ons beiden een buitenkansje en een leuke ervaring. Patricia genoot van de reis naar Antwerpen en Hamburg.
m.s. Pericles ter hoogte van IJmuiden
In Antwerpen deden we ons tegoed aan ongehoorde porties mosselen in de Rode Hoed en keken naar een paar pikante films. Kennelijk was België toen wat progressiever dan Nederland; die achterstand werd later snel ingehaald. Bij het vertrek uit Antwerpen raakte de Pericles tijdens dichte mist op de Schelde betrokken bij een lichte aanvaring met een ander schip. Het was niet meer dan een schaafwondje, maar het bracht even de herinnering terug aan de aanvaring van de Straat Malakka en de Quirinale bij Hongkong in 1964.
Na de kustreis was ik een dag thuis om daarna opnieuw te vertrekken naar Zuid-Amerika. Mijn ontslag was aangezegd bij Radio-Holland en mijn nieuwe baan bij Heemaf bevestigd door Ir.J. Het einde van mijn koopvaardij carrière kwam in zicht.
Deze nieuwe reis was nagenoeg een herhaling van de eerste, met dien verstande dat Mongo en Le Havre niet op het reisschema voorkwamen. Op de thuisreis maakten zware weersomstandigheden de overtocht over de Atlantische Oceaan ongemakkelijk met veel geslinger en paaltjes pikken. De Pericles meerde tenslotte veilig af aan de KNSM-kade in Amsterdam op 12 december 1965 en dat betekende Kerstmis en Oud en Nieuw thuis. Een ongekende en welkome luxe.
Vóór mijn definitieve afscheid mocht ik nog een korte kustreis maken op de Leiderkerk van de VNS naar Hamburg en Bremen. Op 14 januari 1966 vertrokken we in ijzig vriesweer uit Rotterdam om via de Nieuwe Waterweg het ruime sop te kiezen. Een straffe oostenwind met helder zicht begeleidde ons langs de Hollandse duinenkust en de waddeneilanden Vlieland en Terschelling. Ondanks de kou kon ik dik ingepakt in de luwte van de brug en en het sloependek urenlang genieten van het spel van de zon en de golven onder een helderblauwe winterhemel.
m.s. Leiderkerk
Er is, geloof ik, op deze aarde niets veranderlijker dan de zee. De zee verandert voortdurend van gezicht en van kleur. De zee leeft en is diep, zo diep dat je niet kunt weten wat er in hem omgaat. De zee heeft een wispelturig karakter, dat niet met zich laat spotten en dat altijd en overal respect afdwingt.
Op de terugreis naar Rotterdam zwierf ik nog wat rond aan boord; in de machinekamer, op de voorpiek, achteruit, op het sloependek, op de brug. Ik klom nog een keer naar het schavotje. Door de ijzige wind hield ik het daar niet lang uit, maar genoeg om het schip over zijn gehele lengte en breedte te kunnen bewonderen. De stijgende en dalende bewegingen van de voorpiek. De boeg die de witgekamde golven doormidden spleet en ze schuimend terzijde duwde. Het kielzog dat breed uitwaaierde door de draaiende, stuwende schroef. Achteruit was het geluid van de schroefas, de machinekamer, het bruisende water en de wind oorverdovend. Hier zag je wat je achterliet, waar je even daarvoor nog was. Het was voorbij en kwam niet meer terug. Ik probeerde het beeld vast te houden en het een plek in mijn geheugen te geven. De indruk van die momenten wilde ik bij me houden. Door de tijd worden ze later aan flarden gescheurd. Het wordt een herinnering aan een herinnering.
Ik loop terug van achteruit naar midscheeps en klim naar de brug. De wind en bewegingen van het schip krijgen vat op me. Ik kan me vasthouden aan de verschansing als ik dat zou willen, maar dat wil ik niet. Ik vertrouw op mijn beide benen en geef tegenwicht en probeer in balans te blijven, als een solide deel van het dek, alert en in harmonie met de bewegingen van het schip.
Geregeld wordt er een kruispeiling genomen om te zien of we zijn waar we denken te zijn. Nu en dan is er een koerscorrectie als dat nodig is.
Het is een aaneenschakeling van momenten, die je naar je bestemming dragen. Een aaneenschakeling van vervulde wensen en onvervulde wensen. Een oneindige keten.
De loods komt aan boord voor de Nieuwe Waterweg. Ik meld me af bij Scheveningen Radio. ”m.s. Leiderkerk from Hamburg now arriving Rotterdam”
Ik schakel zenders, ontvangers en alle resterende apparatuur in het radiostation uit en vul voor de laatste keer het journaal in. Voor een kustreis is er maar weinig in te pakken. M´n koffer is zó klaar.
Ik schud een paar handen tot afscheid. “Ik kom niet meer terug”, zeg ik. “Het zit er op”. “Veel succes aan de wal”, wordt me toegewenst.
“Het zal wel lukken”, is mijn antwoord. “Behouden vaart”.
In de trein van Rotterdam op weg naar Patricia en mijn zeilboot aan de Loosdrechtse plassen, denk ik: “Dit kon niet langer duren, hoe mooi het ook was”.
Het langste traject heb ik nog voor de boeg. De reis naar ITHAKA is nog maar nauwelijks begonnen.