De middelbare school
In 1951 deed ik met nog 15 anderen van onze school toelatingsexamen voor de HBS. Ik bracht het er goed van af. Meester Bergerink schreef mij naar aanleiding van dat mooie resultaat een leuke brief, waarin hij schreef dat ik er wel zou komen als ik maar m´n best bleef doen.
In september begon mijn eerste jaar op de 3e vijfjarige HBS op de Mauritskade in Amsterdam. Gezien mijn antecedenten op de lagere school, dacht mijn familie dat ik dat wel even af zou maken. De werkelijkheid bleek anders. Ik was niet gewend aan huiswerk en gedisciplineerde studiemethodes. Daarbij kwam dat de huwelijkscrisis van mijn ouders onafgebroken voortduurde en steeds ernstiger vormen begon aan te nemen. De huiselijke spanningen die daar mee gepaard gingen werden ondraaglijk en vaak kwam ik met loden schoenen thuis in angstige afwachting van wat ik nu weer zou kunnen aantreffen. Wat precies de oorzaken van die situatie waren, wilde je als kind eigenlijk niet weten. Je hield van beiden en wie er nu verantwoordelijk was voor die gespannen toestand, deed er niet toe. Ik had geen broers of zusters en dat betekende dat je op jezelf was aangewezen om de situatie een plaats te geven in je leven en de schade zoveel mogelijk beperkt te houden. Bovendien schaamde ik mij tegenover mijn vrienden en buren. Ik gedroeg me alsof het probleem niet bestond. Het onderwerp was taboe en ik deed de deur op slot. Uit een soort lijfsbehoud wilde ik er verder niets meer mee te maken hebben. Zij hadden mijn respect verloren. Deze radicale beslissing kwam zo plotseling, dat ik van de ene dag op de andere besloot volledig m´n eigen gang te gaan en mijn ouders in niets meer te raadplegen. Het liefst was ik naar een pleeggezin gegaan, maar dat werd niet ter discussie gesteld. Kortom, het was een chaotische periode waarin sentimenten hoogte- en dieptepunten bereikten. Een storm op zee die pas tot bedaren kwam toen mijn ouders tot een scheiding besloten. Mijn vader verliet ten slotte het huis en ik bleef bij mijn moeder wonen.
In die periode begon mijn belangstelling voor de andere sekse te ontwaken. Hoe moest je daar nu weer mee omgaan? Ze waren zo anders dan wij jongens onder elkaar. Meestal hadden ze prachtig lang haar, mooie ogen en kleine oortjes in tegenstelling tot onze flaporen. Hun lange blote benen trokken altijd de aandacht en dan die opkomende zwelling van hun borsten! Veel verder durfde je niet te denken. Het was allemaal behoorlijk verwarrend, geheimzinnig en verleidelijk. Voor mij in de klas zat een Joods meisje, Ine was haar naam. Ze had bijna zwart haar en grote bruine ogen. De donshaartjes in de nek naast haar oortjes intrigeerden mij het meest. Ik zat zo dicht achter haar dat ik haar heel gemakkelijk zou hebben kunnen aanraken, maar nee, dat durfde ik nog niet.
Het ontdekken van de andere sekse en je eigen seksualiteit gebeurde spontaan zonder dat je daar eigenlijk op was voorbereid. Er bestond zo goed als geen voorlichting op dat gebied en zo het er al was, wist je niet goed hoe en waar dat te vinden. Thuis werd er niet openlijk over gesproken en dus moest je afgaan van wat je medeleerlingen er van wisten en de meest verbazingwekkende theorieën deden de ronde. De “natte dromen” die je ´s nachts begonnen te overkomen, waren voor mij onverklaarbaar maar niet iets om je druk over te maken. Alleen mijn moeder keek me wat vreemd aan als zij het bed opmaakte en de lakens afnam. Maar echt commentaar werd er niet geleverd. Alles wat met seksualiteit te maken had speelde zich achter de coulissen af. Toch geloof ik dat de meesten van ons, met wat vallen en opstaan, best goed door die chaotische kind-puber mutatie kwamen.
Toen ik een jaar of 15 was, viel ik van de ene verliefdheid in de andere. De danslessen waren een goede gelegenheid om met de andere sekse fysiek in contact te komen. Om je favoriete meisje ten dans te vragen en zo dicht tegen je aan te mogen houden was een sensuele ervaring die je niet onberoerd liet. We leerden de foxtrot en de rumba, maar het hoogtepunt was de tango. In de tango lag een spanning en passie opgesloten die bij de andere dansen afwezig waren. Jaren later zag en voelde ik dat bevestigd in Buenos Aires bij de muziek van Astor Piazzola en Carlos Cardel.
Jazz begon in die tijd een belangrijke plaats in te nemen in mijn beleven van muziek. De jaren 50 en 60 waren een glansperiode van jazz in al zijn facetten. In Nederland kon je luisteren naar de Dutch Swing College Band van Peter Schilperoort, Rita Reys, Wessel Ilcken, Ruud en Pim Jacobs en vele anderen. En er waren de grote Amerikanen die soms op tournee naar Europa en Amsterdam kwamen. Tientallen, nee, honderden namen waren er, allemaal even goed of de een nog beter dan de ander. Bij de muziek van Gerry Mulligan, John Coltrane, Chet Baker, Clifford Brown, Miles Davis, Lee Morgan, Shelley Manne, Billie Holiday, Ella Fitzgerald, Louis Armstrong en zovele anderen kon je niet stil blijven zitten. It don´t mean a thing if it ain´t got that swing. Cool was hot. Bij het horen van nummers zoals “Blues March”, “Moanin'” en “Night in Tunesia” tijdens een optreden van Art Blakey and his Jazz Messengers in het Concertgebouw van Amsterdam, sprong ik zowat uit m´n vel. Altijd is die muziek bij mij gebleven. Bill Hailey en Elvis Presley liepen daar ver achteraan. Maar niet iedereen hield van jazz. De moeder van een goede vriend van mij noemde Ella Fitzgerald een dikke schreeuwende negerin. Ik was diep verontwaardigd en gekrenkt en ik heb het haar nooit vergeven.
Stap voor stap begon ik mijn weg te vinden naar de literatuur. Meerdere malen per week fietste ik naar de Amsterdamse Stadsbibliotheek op een van de grachten in Amsterdam. Daar zat ik urenlang stuurloos te zoeken en te bladeren in boeken. Wie waren de echte schrijvers? Wat waren de boeken die echt de moeite waard waren om te lezen? Er waren duizenden boeken. Waar moest je beginnen?
Lezen kost tijd. Sommige boeken kregen snel een plaats in je verbeelding. “Muiterij op de Bounty”, Treasure Island, Robinson Crusoë, Moby Dick, Don Guijote, Im Westen nichts Neues. Ze zetten je op het spoor van latere ontdekkingen. Thomas Mann, Steinbeck, Hemingway, Proust, Faulkner, Dylan Thomas, Hugo Claus, Tolstoy, Dostojewski, Homerus, Herodotus, Whitman.
Ik las instinctief, me nog nauwelijks bewust van de rijkdom die binnen m´n handbereik lag. Als een spons absorbeerde je alles. Nooit was er genoeg tijd. Chaotisch was het langzaam volwassen worden. Onbewust was je bezig de basis te leggen voor je verdere leven. Niets was voorspelbaar, maar je was bezig het gereedschap te verzamelen voor later.
Met de hakken over de sloot maakte ik mijn studie aan de HBS af. Wiskunde en chemie waren niet mijn favoriete vakken en ik had er beter aan kunnen doen de A-kant in plaats van de B-kant te kiezen. Door ziekte was ik verhinderd zelf het diploma in ontvangst te nemen, dus mijn moeder nam de “honneurs” waar. Zij kwam later ontstemd thuis omdat de directeur, de heer Hoogerwerff, haar zoon een “avonturier” had genoemd.
Het was me volkomen onduidelijk in welke richting mijn toekomst zich zou moeten ontwikkelen. Verder studeren of gaan werken? Vragen die nu aan de orde kwamen. Ik zou echter snel gaan ontdekken dat toevallige omstandigheden hierin vaak een beslissende rol spelen.