Langs de kust van Nieuw-Guinea 1
De duur van de reis van Singapore naar Sorong was ruim twaalf dagen en na een heel rustige overtocht doemden tenslotte de blauwe bergen in de Vogelkop van Nieuw-Guinea achter Sorong op. Nadat de loods aan boord was gekomen, meldde ik onze aankomst aan Hollandia Radio en aan Scheveningen Radio in Nederland. In de sidderende vochtige hitte maakte de Kaloekoe vast aan de houten steigers van Sorong.
In Sorong werden de meeste activiteiten bepaald door de Nigimij, de handelsmaatschappij die min of meer over een monopolie positie beschikte en de NNGPM, de Nederlands-Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij; een combinatie van Shell, Mobil en Chevron.
In Sorong werden door de KPM tientallen badjo´s gecontracteerd, Papoea werklieden die aan dek de kustreis langs de diverse bestemmingen aan de noord- en zuidkust van Nieuw-Guinea mee gingen maken en voor het laden en lossen van de lading werden ingezet.
Het was mijn eerste fysieke contact met het land en van het begin af aan kreeg ik de indruk aangeland te zijn in een gebied, dat nog in een oerstaat verkeerde en waar de westerse “beschaving” nog maar nauwelijks vat op had gekregen en dan nog alleen op enkele plaatsen langs de kust zoals Sorong, Biak en Hollandia en niet verder dan enkele kilometers landinwaarts. Tot voor kort behoorde Nieuw-Guinea tot één van de meest onbekende gebieden ter wereld.
Het eiland ligt bijna verloren tussen de Arafura Zee, ten noorden van Australië en de oneindigheid van de Stille Oceaan in het gebied van Melanesië. Voor een westerling is het een sprong terug in de tijd. Terug naar het stenen tijdperk als een spiegel van ons eigen verre verleden. Terug naar een wereld beheerst door geesten, magische rituelen en voorouders, die als sterren aan de nachtelijke hemel wonen. Alles in de tropen lijkt overdadig, overdreven. De flora, de fauna, de kleuren. Zelfs insecten kunnen zo groot zijn als vogels.
Het grootste deel van het land is een bijna ondoordringbare rimboe van regenwouden en moeilijk toegankelijke hooggebergten. Vier hoge toppen van meer dan 4000 meter zijn de hoogste bergen in een bergrug die als een ruggengraat het land in twee en drie delen splijt met daartussen nog nauwelijks verkende valleien, zoals bijvoorbeeld de Baliemvallei met de primitieve Dani bewoners, die nog in het stenen tijdperk leefden en kannibalisme en koppensnellerij bedreven.
Honderden stammen met eigen talen en dialecten bevolken het land. Ook de flora en fauna zijn uniek. De oorspronkelijke bewoners zijn waarschijnlijk afkomstig uit Australië, toen dat continent via de Torres Straat nog met Nieuw-Guinea verbonden was. Het Asmat gebied wordt doorsneden door moerassen, waar krokodillen en wallabees in grote aantallen voorkomen. Het gehele eiland bevindt zich in een zone slechts enkele graden ten zuiden van de evenaar.
Er zijn verhalen bekend over Nederlandse militairen die op slechts honderden meters verwijderd van het basiskamp volledig verloren raakten en slechts na intensieve en massale zoektochten gevonden en van een gewisse dood konden worden gered.
In de Nederlandse Club in Hollandia ontmoette ik leden van een Franse expeditie die Nieuw-Guinea van noord tot zuid hadden doortrokken. Volgens hen was hun exploratie tocht veel moeilijker en gevaarlijker gebleken dan verwacht en de terreingesteldheid gecompliceerder dan in het Amazonegebied.
Maar het was ook een land van een ongekende wilde schoonheid, alsof de schepping zojuist had plaats gevonden en de eerste mensen in een ongerepte tuin van Eden waren geplaatst.
Sorong was onze eerste bestemming na de oversteek vanuit Singpore. Van hieruit werd de verdere reis geprojecteerd langs de noordkust via Manokwari, Biak naar Hollandia en weer terug naar Sorong. Vervolgens kwam de zuidkust aan de beurt via de Radja Ampat (Vier koningen), Fak Fak, Kaimana naar Merauke bij de grens met Australisch Nieuw-Guinea en vandaar weer terug naar Sorong, vanwaar de terugreis naar Singapore werd ondernomen. Bij uitzondering stonden ook bestemmingen in het Australische deel in het vaarschema, zoals Wewak, Lae en Port Moresby. In het algemeen waren met een volledige rondreis acht tot negen weken gemoeid.
De KPM had drie schepen ingezet op de Nieuw-Guinea dienst vanuit Singapore en behalve de Kaloekoe waren ook de Karossa en Kasimbar hiervoor aangewezen. Alle drie schepen waren van hetzelfde type en tonnage en de dienst was zodanig geregeld, dat wanneer één schip de noordkust bevoer, één van de andere de zuidkust bediende en de derde zich in Singapore bevond. Het was een soort stuivertje wisselen met als resultaat, dat iedere bestemming op het reisschema zo om de twee weken door een KPM-schip werd bezocht voor bevoorrading, post en lading en daar werd altijd erg naar uitgekeken door de plaatselijke ambtenaren en de schaarse lokale bevolking. Andere Nederlandse schepen deden Nieuw-Guinea maar weinig aan en dat beperkte zich dan meestal tot Sorong, Biak en Hollandia.
De Nederlandse zending en missie deden erg hun best elkaar religieuze vliegen af te vangen in het binnenland en er waren scholen in de grotere plaatsen ten behoeve van de kinderen van de lokale bevolking en ambtenaren van het bestuur. Op het eiland Biak was het hoofdkwartier van de Nederlandse strijdkrachten gevestigd, waarvan verwacht werd het land te beschermen tegen eventuele vijandelijke acties gericht tegen de scheepvaart en infiltraties van Indonesische para´s aan de zuidkust.