Inspectie van het m.s. Keerkring in Biak
Enkele dagen na aankomst in Sorong, altijd de eerste aanloophaven voor de rondreis om Nederlands Nieuw-Guinea, was de Kaloekoe alweer op weg naar de Radja Ampat met nieuwe badjo´s aan boord.
Opnieuw werden het dagen van af- en aanvaren van de reddingsboten met de motorsloep tussen de eilandjes en het voor anker liggende schip. In lange rijen liepen de badjo´s met de zakken copra op de rug over het strand naar de boten, die gevuld met copra weer terugvoeren naar het schip, waar de laadbomen de gehele dag bezig waren de lading in de ruimen te deponeren. Dit gebeurde onder een verzengende zon, die het kwik tot boven de 40 graden Celsius deed oplopen. De avond kwam altijd in fascinerende kleuren en een welkome bries, die voor verkoeling zorgde.
Na de Radja Ampat was het “anker op” en werd koers gezet naar onze volgende bestemming Biak.
Daar lag langs de kade afgemeerd het m.s. Keerkring van de KPM, dat tijdelijk in bruikleen was afgestaan aan de Nederlandse marine en luchtmacht en fungeerde als opslagschip en transit-verblijf voor manschappen. De radio-officieren van de drie K-boten op de Nieuw-Guineadienst hadden tot taak bij ieder bezoek aan Biak een technische inspectie van het radiostation uit te voeren en dus was het nu mijn beurt me daar mee bezig te houden.
De Keerkring lag op slechts korte afstand van de Kaloekoe en omstreeks 10 uur in de ochtend liep ik, ondanks het vroege uur, in de alweer trillende hitte naar de gangway van de Keerkring. Na me geïdentificeerd te hebben bij een op wacht staande marinier, mocht ik aan boord en klom via diverse trappen en dekken naar het hooggelegen radiostation. Na het beproeven van de apparatuur, dat naar behoren bleek te functioneren, besloot ik nog een blik te werpen op de radarscanner die op het schavotje boven de brug stond geplaatst.
m.s. Keerkring
In gedachten verzonken liep ik de brug op naar de trap, die naar het schavotje leidde en daar stuitte ik onverwachts op een achttal wat oudere marineofficieren (oud was alles boven de veertig in die dagen), die gezeten rondom een goedgevulde tafel met bier en snacks in druk gesprek waren gewikkeld. Zoveel goud bij elkaar op de schouders had ik nog nooit bij elkaar gezien. Kennelijk was het Nederlandse opperbevel in Nieuw-Guinea in conclaaf bijeen en het gezelschap zat precies voor de trap naar het schavotje.
Mijn eerste impuls was op de vlucht te slaan en het veld te ruimen, maar daar was het duidelijk te laat voor. Alle verbaasde blikken waren gericht op die onverwachte indringer. In een flits schoten vele gedachten door mijn hoofd en een vlucht leek me geen eervolle oplossing. Bovendien had ik als geboren Amsterdammer weinig traditie van ontzag voor autoriteiten meegekregen. Ik was hier uiteindelijk om mijn werk te doen en een opdracht uit te voeren en dus raapte ik al mijn moed bij elkaar voor de aanval en begon met: “Goedemorgen, heren. Ik ben de radio-officier van de Kaloekoe en heb opdracht van de KPM (Radio-Holland liet ik er maar buiten, misschien was die club ze niet bekend) inspectie uit te voeren van het radiostation. Als ik van te voren had geweten, dat u hier een bijeenkomst had, zou ik mijn bezoek hebben uitgesteld voor later. Mijn verontschuldigingen dus. Het radiostation is getest en ok. De radarscanner is een dek hoger (ik wees naar de trap naast de tafel) en met uw toestemming zou ik daar graag nog even naar kijken”. Het was eruit en nu maar afwachten wat er ging gebeuren.
Zij schenen ook enigszins van hun verbazing te zijn bekomen en ik zag hier en daar een glimlach verschijnen en er werd niet onwelwillend naar me gekeken. Een van hen stond op en zei tegen z´n tafelgenoten: “Zullen we Sparks maar even zijn gang laten gaan?” Ze stonden op en schoven de tafel en stoelen wat opzij. Ik liep langs de erehaag en vloog de trap op naar het schavotje en haalde daar een paar keer diep adem. De scanner interesseerde me eigenlijk nog maar weinig. Ik had andere prioriteiten. Ik was weer snel beneden en zei: “Alles in orde. Hartelijk dank voor uw medewerking”. Ze keken elkaar lachend aan en een van hen zei: “Bedankt Sparks”. “Graag gedaan en prettige dag verder, heren”.
Terug op de kade voelde ik niet de hitte, maar wel een gevoel van voldoening in mij opkomen. Deze dag kon niet meer stuk.