West-Afrika
Lüderitz in Zuidwest-Afrika, het tegenwoordige Namibië, werd destijds beschouwd als deel van de Unie van Zuid-Afrika. Het was enige tijd een Duitse kolonie, doch na de nederlaag van Duitsland in de eerste wereldoorlog kwam de kolonie onder Brits-Zuid-Afrikaans bewind.
De invloed van de Trek van de Boeren is nog steeds merkbaar in dit gebied, zowel in plaatsnamen, tradities, bevolking als taal. Diverse stammen hebben hier hun woongebied; de Owanko Kavango in het noorden bij de grens met Angola, de Bosjesmannen in de Kalahari woestijn, maar ook de Hottentotten en Bantoe-Herrero volken. Ook de naam “Oorlams”, gegeven aan een Khossa stam in de 19e eeuw, die de gewoontes en zelfs het Afrikaans van de Boeren overnam in de buurt van Windhoek, zonder dat zich een vermenging voordeed, wijst op die blijvende invloed. Er waren boeren die families stichtten met inlandse vrouwen. Die families werden “Basters” genoemd en spraken Afrikaans. Plaatsnamen zoals Windhoek, Walvis Baai, Grootfontein en Keetmanshoop laten zien hoe groot die invloed is geweest.
De Boers kwamen met musketten en bijbels, gedreven door hun geloof en overtuigd van hun gelijk en rechten op de veroverde gebieden. Ook zij waren verdreven uit hun habitat en nu waren de bewoners van deze gebieden aan de beurt. Zo ging dat.
Er is een verhaal bekend van een stamhoofd die de hulp van God tegen de indringers inroept. “Wij bidden U zonder ophouden om hulp en toch verliezen we alle veldslagen. Stuur niet Uw zoon, maar kom alstublieft zelf om ons te helpen. Er wacht ons een harde strijd.”
De eerste Europeanen die de Afrikaanse westkust en Namibië exploreerden, waren de Portugezen in 1485 met Diego Cao en Bartolomeo Diaz. In 1793 stichtten de Nederlanders Walvis Baai, omdat het een van de weinige toegankelijke havens was langs de woestijnachtige kust.
Namibië is rijk aan diamanten die zich dicht aan de oppervlakte bevinden en door strip-mining eenvoudig en zonder grote investeringen verkregen worden. De commercialisatie van deze diamanten is volledig in handen van “De Beers”. Door deze monopolie positie beheersen zij de prijsstructuur en beschikbaarheid van diamanten op de internationale markten.
Lüderitz zelf ligt direct aan zee in een kaal duinlandschap en ziet er uit als een gemoedelijk Duits-Nederlands dorp zonder hoogbouw. Samen met Engels en Duits is Afrikaans de voertaal . We zijn het enige schip langs de kade en verheugen ons in de belangstelling van de lokale blanke bevolking.
In Lüderitz is weinig te beleven en de komst van een Nederlands schip doorbreekt de eentonigheid van het dagelijks leven.
Na Namibië wordt koers gezet naar Angola, destijds nog een Portugese kolonie, zoals ook Mozambique aan de Afrikaanse oostkust. Sinds 1483 vestigden de Portugezen hier handelsposten langs de ruim 1500 km. lange kuststrook. Lobito en Luanda zijn nu de belangrijkste havens. Het zijn aangename plaatsen waar het goed toeven is, zoals in alle plaatsen in de wereld waar de Portugezen hun stempel op hebben gedrukt. In de gezellige restaurantjes met buitenterrassen konden we genieten van uitstekende visgerechten, die altijd in grote porties werden opgediend samen met de bekende Vinho Verde. Vooral populair waren de king-size garnalen en kip a la pirri pirri.
Na Luanda stond Matadi in Congo (nu Zaïre) op het vaarschema. De Congo rivier vormt een natuurlijke grens met Angola en Matadi ligt ongeveer 92 km stroomopwaarts. Zeven tot acht kilometer voorbij Matadi is de rivier niet langer bevaarbaar voor zeeschepen. Met de loods aan boord navigeren we in het diepste deel van de rivier. We varen als het ware Afrika binnen. De rivier is breed en wordt geflankeerd door dicht beboste heuvels aan beide oevers. Het donkerbruine water van de rivier kolkt in stroomversnellingen om het schip en het geeft je de indruk, dat de Straat Malakka zich op een terrein begeeft waar het eigenlijk niet thuishoort. Na vele uren varen komt Matadi aan stuurboord in zicht en maken we vast langs een schamele en verwaarloosde steiger, waar een serie roestende kranen staan die de klaar liggende boomstammen op het dek van ons schip moeten gaan plaatsen. Het laden gaat dag en nacht door en na twee dagen zijn we tegen de avond klaar voor vertrek. Maar eerst worden nog een paar verstekelingen ontdekt, die hun geluk elders in de wereld wilden beproeven. Enkele politieagenten halen ze hardhandig van boord en daarna kunnen we vertrekken.
De vallende avond op de Congo rivier met de laatste stralen van de ondergaande zon in de drukkende tropische hitte en de fantastische pastelkleuren aan de snel donker wordende hemel is een uniek en bijna mystiek schouwspel, dat ik niet graag had willen missen.
Uren later komen we aan bij de monding van de rivier en verlaat de loods het schip. Onze volgende bestemming is de Bonny River bij Port Harcourt in Nigeria, waar we anderhalve dag later voor anker gaan.