Aanvaring bij Hongkong – Met verlof
Na aankomst in Hongkong kreeg ik bericht van Radio-Holland, dat ik in Singapore zou worden afgelost en voor verlof in Nederland in aanmerking kwam. Mijn term van twee jaar zat er bijna op. De laatste maanden begonnen me inderdaad wat zwaar te vallen en ik begon uit te zien naar mijn verlof.
Op vrijdag 3 april 1964 verliet de Straat Malakka in alle vroegte Hongkong met bestemming Singapore. Er heerste een dichte mist die het zicht zodanig beperkte, dat vanaf de brug de boeg nauwelijks was te onderscheiden. In dergelijke omstandigheden wordt onafgebroken gebruik gemaakt van de radarapparatuur. Het schip maakt maar heel langzaam voortgang en de machinekamer is voortdurend stand-by om de snelheid te verminderen en zelfs te stoppen, indien de veiligheid van navigatie dat vereist. Vlak na vertrek was ik nog even op de brug geweest om de werking van de radar te controleren. We bevonden ons te midden van een groot aantal houten vissersjonken, die tussen de eilanden bij Hongkong hun netten uitzetten. De vochtigheidsgraad van de lucht in dichte mist is zó hoog, dat de zeilen op vissersschepen heel veel vocht opnemen en dat kan moeilijk te definiëren echo´s op het radarscherm veroorzaken. Deze “clusters” noodzaken tot de grootste voorzichtigheid bij de navigatie.
Het voortdurend loeien van de misthoorn en het rinkelen van de telegraaf bij het langzaam vooruit en stop geven, hielden mij uit mijn slaap en in het ochtendgloren liep ik in mijn badjas het dek achter het radiostation op. Het begon juist enigszins te dagen en dat gaf in de dichte mist een spookachtige aanblik in de vage contouren van het schip. Ik liep van stuurboord naar bakboord en probeerde vanaf de verschansing door de dikke brei iets te kunnen zien. Zowel de boeg als de achtersteven waren nauwelijks te ontwaren in het diffuse licht dat de dichte mist doorliet. De machine sloeg achteruit om het laatste beetje vaart uit het schip te halen en ik kon het schroefwater midscheeps langs de huidplaten zien kolken.
Ik stond op punt om terug te lopen naar mijn hut, toen ik plotseling aan bakboord, op slechts tientallen meters afstand en op tegengestelde koers, de boeg en boeggolf van een schip uit de mist zag opduiken. Ik schatte de hoek waarop het schip ons naderde op 15 tot 20 graden ten opzichte van de lengteas van de Straat Malakka. Een aanvaring leek onvermijdelijk.
Als een haas rende ik naar mijn hut, greep mijn fototoestel en vloog weer naar buiten. Ik was juist op tijd om te zien hoe de boeg van het onbekende schip, hoog torend boven het dek waarop ik stond, zich met een krakend en scheurend geluid in de Straat Malakka boorde, bijna midscheeps juist achter de bemanningsverblijven aan bakboord en de davits van één van de reddingssloepen.. Als een blikje sardienen werd het dek opengereten. Op het laatste moment had het schip nog iets van koers kunnen veranderen en schampte als het ware langs ons heen om daarna weer snel in de mist te verdwijnen.
Ik herinner mij de plotselinge oorverdovende stilte, die volgde op het gekraak en gekreun van scheurend en brekend staal en de heftige trillingen van het dek, direct na de aanvaring. Ik had snel een serie foto´s van het opengereten dek en de zee onder het gapende gat aan bakboord genomen en ging daarna naar het radiostation in afwachting van orders van de brug. Derde stuurman G. kwam opgewonden van de brug en bonzend op de deuren van de hutten in de officiersverblijven, riep hij steeds herhalend: “Eruit, eruit! Aanvaring! Aanvaring! Allemaal stand-by!” Een dergelijke situatie zorgt voor een flinke adrenalinetoevoer in je bloedsomloop, die je plotseling super alert maakt. In het radiostation had ik de middengolfzender gestart en alle voorbereidingen getroffen om op de noodfrequentie 500 Kc/s verbinding te kunnen maken met Hongkong Radio en eventueel in de buurt zijnde schepen. Het wachten was op informatie van de brug omtrent de schade, de positie van het schip en eventuele verdere instructies. Intussen probeerde ik op de noodfrequentie contact te maken met het schip dat ons had aangevaren. Dat was eigenlijk zoeken naar een speld in een hooiberg, omdat noch de naam noch de roepnaam van het schip bekend was. Het schip was dicht in de buurt, maar door de mist buiten zicht en de radar gaf ook geen uitsluitsel door de vele valse echo´s. Ik weet niet of mijn collega aan boord van dat andere schip ook pogingen ondernam in die richting, maar het lukte in ieder geval niet een directe verbinding tot stand te brengen.
Na van de brug gegevens te hebben ontvangen over onze positie en schade, die na een eerste inspectie tot juist boven de waterlijn beperkt bleek te zijn, en de intentie om terug te keren naar Hongkong, nam ik contact op met Hongkong Radio om deze berichten door te geven. Op eigen kracht stoomde de Straat Malakka langzaam terug naar Hongkong en na enkele uren gingen wij opnieuw voor anker in de baai.
Daar lag op enige afstand ook de boosdoener voor anker. Een flink gat van enkele meters in de voorsteven verraadde zijn betrokkenheid. Het bleek de Quirinale te zijn, een Italiaans schip van ongeveer 10.000 BRT op haar maiden-voyage vanuit Italië.
Na een grondige inspectie bleek dat niemand gewond was geraakt en de schade bij ons beperkt was gebleven tot twee dekken boven de waterlijn en een flinke deuk onder de waterlijn, veroorzaakt door de bulbsteven van de Italiaan. De Quirinale had een gat van drie meter in de voorsteven en een flinke deuk in de bulb.
Er was dus gelukkig alleen sprake van materiële schade voor beide schepen en dezelfde dag ging de Straat Malakka in het droogdok voor reparatie.
Tijdens de doktijd liet ik de foto´s die ik van de aanvaring had kunnen nemen aan de wal ontwikkelen. Later aan boord, terwijl ik samen met eerste stuurman Chr. B. en derde stuurman G.., de foto´s bekeek, kwam ook de kapitein binnen om de foto´s te bekijken.
Voor hem was het bepalen van de schuldvraag over de aanvaring natuurlijk van groot belang en eigenlijk voor iedereen die op het moment van de aanvaring op de brug verantwoording droeg. Dergelijke gevallen worden beoordeeld door de Raad van Scheepvaart en vele belangen staan hierbij op het spel. Een belangrijke factor was, dat de Straat Malakka op het moment van de aanvaring gestopt lag, hetgeen de mogelijke schuldvraag geheel voor rekening van het Italiaanse schip zou brengen.
Terwijl onze kapitein, een nog jonge man die kapitein B. in Kaapstad had afgelost, de foto´s bekeek, greep hij plotseling met zijn hand mijn arm vast en zei: “Sparks, ik ben blij met die foto´s. Het is een bewijs dat we inderdaad gestopt lagen”.
Op één van de foto´s was duidelijk een deel van het verwoeste dek te zien, het schroefwater midscheeps van de achteruitslaande schroeven en een stukje van de achtersteven van de in de mist verdwijnende Quirinale.
Ook ik was blij dat alles zo goed was afgelopen en dat een en ander alleen materiële schade had opgeleverd. Een mogelijk nood- of spoedbericht was ons bespaard gebleven. Mijn verlof naar Nederland werd door deze gebeurtenis wat uitgesteld en dat was uiteindelijk voor mij het enige directe gevolg van de aanvaring. Maar wat maken een paar weken meer of minder op een term van twee jaar nog uit?
Op 21 april 1964 monsterde ik af van de Straat Malakka in Singapore na een gezellig afscheidsfeestje aan boord. Voor alle zekerheid keek ik daarna mijn gepakte koffers nog eens na om de inhoud te controleren. Het gerucht ging namelijk dat een derde stuurman, die een paar maanden geleden met verlof naar Nederland was vertrokken, bij aankomst op Schiphol een koffer vol lege bierflessen door de douane had proberen te smokkelen. Zijn collega´s hadden hem in Singapore geholpen met inpakken.
Dezelfde avond stapte ik aan boord van de KLM-machine voor de thuisvlucht naar Nederland.
Tijdens de lange vlucht had ik alle tijd om mijn gedachten de vrije loop te laten over wat ik zou gaan doen tijdens mijn verlof. Een snelle berekening liet zien dat ik bijna vier maanden verlof tegoed had en dat ik dus de zomermaanden in Europa zou doorbrengen.
Buiten mijn ouders was er niemand die speciaal op mij zat te wachten. Na zo´n vier jaar van onafgebroken afwezigheid worden relaties en vriendschapsbanden onvermijdelijk vager. In mijn gedachten liep ik het rijtje van vrienden en familieleden af, waarmee ik weer contact zou gaan zoeken. De lijst was verrassend kort. Mijn oude studiegenoten waren allen op zee en mijn vroegere vriendinnetjes zaten natuurlijk niet te wachten op iemand, die jaren achtereen uit het gezichtsveld verdwijnt.
Ik kwam tot de ontluisterende gevolgtrekking dat mijn leven langzamerhand aan de scheepvaart was gaan toebehoren en dat mijn beste vrienden en kennissen als pionnen over het schaakbord van de wereld werden geschoven. Ik was dan weliswaar op weg naar Nederland, maar was ik ook op weg naar huis? Mijn moeder was hertrouwd en woonde nu in een ander huis. Ik was daar weliswaar van harte welkom, maar toch......
Mijn vader was zwaar invalide en woonde in een verzorgingshuis in Heemstede.
Ik had eigenlijk geen thuis meer. Niet dat ik mij daar zorgen over maakte, maar het was wel min of meer de gevolgtrekking uit een serie van feiten en omstandigheden. In juli zou ik 25 jaar oud zijn. Op zo´n leeftijd staan alle deuren van de toekomst nog open. De opties lijken oneindig en alle mogelijke problemen eenvoudig oplosbaar. “Laat maar komen”, dacht ik. “Ik zie wel”.
Boven België wordt de daling al ingezet. We gaan landen op een postzegel, zo klein is het land waar je geboren en getogen bent. Vanuit de lucht ziet het eruit of alles onder water staat. Rode daken en nette geometrische patronen op de grond. Rood, groen en grijs zijn de kleuren van het land.
We vliegen tussen de wit-grijze stapelwolken en even later staan we aan de grond op Schiphol. Ik ben weer thuis in eigen land.