Verlof in Nederland
Het was eind april en de lente was in aantocht. Ik woonde in Utrecht, waar ik was ingetrokken bij mijn moeder en haar nieuwe echtgenoot Ton. Al snel werd het me duidelijk, dat ook hier het huwelijksbootje water maakte. Ik hield me uiteraard afzijdig, maar de symptomen riepen oude traumatische herinneringen in mij op en die wenste ik zoveel mogelijk uit de weg te gaan.
Ton kocht een nieuwe auto en ik nam zijn rode Hillman over. Van mijn moeder kreeg ik de laatste nieuwtjes te horen. Zij vertelde me dat mijn Colombiaanse vrienden zo nu en dan op bezoek waren geweest en naar mij hadden geïnformeerd. Zij waren van Utrecht naar Putten verhuisd. Ze gaf me een visitekaartje met een telefoonnummer van vader Carlos. Na een telefoontje maakten we een afspraak in de Trechter aan de Oude Gracht in Utrecht, dezelfde plaats waar we elkaar twee jaar daarvoor hadden ontmoet.
De begroeting was heel hartelijk en het deed ons duidelijk plezier elkaar weer te ontmoeten. Ik was nieuwsgierig hoe het de familie was vergaan en hij vertelde me dat hij gescheiden was en nu met een Nederlandse vriendin in Scheveningen woonde. Zijn ex was met dochter Patricia naar Spanje vertrokken en ze woonden nu in Madrid. Zoon Ernesto probeerde nog steeds zijn landbouwstudie in Nederland te voltooien en hij zelf reed bijna dagelijks heen en weer tussen Scheveningen en Utrecht voor het geven van zijn colleges. Hij liet me weten dat Patricia het leuk zou vinden iets van mij te horen en hij gaf mij een adres en telefoonnummer in Madrid.
Tante Jo woonde in Amsterdam. Zij was de moeder van Hans en Dick, de twee neven die ik in Australië had teruggezien en waar ik verslag van moest uitbrengen. Ze verhuurde kamers aan studenten en meer dan een huisbaas was ze raadgeefster, moeder en kaartpartner. Tot laat in de nacht kon ze klaverjassen en bier drinken met haar “jongens”. Het was er altijd gezellig en ze had steeds een bemoedigend woord als iemand in de put zat.
Ik gaf haar de foto´s die ik met Hans en Dick in Australië had gemaakt. De tranen sprongen haar in de ogen. Onder een glas bier werden herinneringen uit de oude doos gehaald. Ze had maar weinig opleiding genoten, maar dat was geen belemmering om een wijze uil te worden. Op de een of andere manier nam ik de plaats van haar afwezige zonen in. Ik was wel lang weg, maar kwam tenminste iedere twee jaar nog eens terug. Bovendien was ik de zoon van haar liefste jongere zuster en ze kende onze familieproblemen als geen ander. Onze warme relatie wekte soms de afgunst op van mijn moeder en die vertelde ik dan maar niet dat ik op bezoek ging bij tante Jo.
Ik meldde me op het hoofdkantoor van Radio-Holland in Amsterdam, waar ik te kennen gaf voorkeur te hebben voor wat kortere reizen. Twee maal twee jaar leek mij genoeg en ik kreeg toegezegd, dat met mijn wensen rekening zou worden gehouden. Daarna bezocht ik de opleidingsschool en had een fijn gesprek met de heer Leijenaar, die daar nog steeds directeur was.
Hij was trots op het vak van radio-officier bij de koopvaardij en dat probeerde hij op de meest indringende manieren op zijn leerlingen over te brengen. Tijdens mijn studietijd had hij mij eens van school gestuurd vanwege een ernstig verzuim. Omdat ik een dag later een medaille won bij een interscolaire atletiek competitie, werd ik weer toegelaten en sleepte hij mij met die medaille alle klassen rond. Ik schaamde me behoorlijk voor mijn medestudenten. Maar voor Leijenaar had ik de eer van de opleidingsschool hoog gehouden en dat redde mij van de ondergang.
Hij wist zich die gebeurtenis nog goed te herinneren en toen ik hem vroeg of hij me ook weer zou hebben toegelaten zonder die medaille, zei hij met een knipoog: “Daar geef ik je geen antwoord op. Je was best een lastig ventje”. Het was dus een dubbeltje op zijn kant geweest. Weer zo´n voorbeeld hoe toevallige omstandigheden je toekomst kunnen bepalen.