Sjanghai
Het was begin april 1964 en in Hongkong kregen we te horen, dat onze volgende bestemming Sjanghai in Communistisch China zou worden. Sjanghai was voor de meesten van ons een nieuwe en onbekende bestemming en voor mij betekende het een eerste bezoek aan een land onder een communistisch regime.
De afstand tussen Hongkong en Sjanghai is ongeveer 900 zeemijlen, wat een vaartijd van ongeveer drie dagen inhield. Het traject voerde ons opnieuw door de Straat van Formosa. Het aanlopen van Sjanghai door een schip uit de kapitalistische westerse wereld was aan strenge voorwaarden onderworpen door de Chinese autoriteiten. Alle zeekaarten of afbeeldingen waarop Formosa-Taiwan voorkwamen, moesten worden afgeplakt, zodat de naam niet meer te zien was en de autoriteiten niet konden worden geprovoceerd. Tijdens de vaart op de rivier naar Sjanghai was het streng verboden foto´s te maken en voor al het opgenomen en uitgegeven geld in de Chinese munteenheid moest voor vertrek rekening worden afgelegd en eventuele onverantwoorde uitgaven zouden grote problemen kunnen opleveren.
Mijn verbindingen en berichtenwisseling met Sjanghai Radio verliepen zonder moeilijkheden in het Engels. Bij het lichtschip aan de monding van de rivier die toegang geeft tot Sjanghai namen we de loods aan boord en tevens enkele gewapende officieren van een Chinese patrouilleboot. Na enkele uren varen op de rivier vonden we een ligplaats langs de kade van de Bond.
De Bond is een lange straat langs de rivier, die zich kenmerkt door de imponerende gebouwen uit de periode dat Sjanghai werd overheerst door de Engelsen en bekend stond als het Parijs van het Verre Oosten. Sommige straatnamen in het Engels zijn nog te lezen op de gevels, hoewel men getracht heeft ze te verwijderen of er overheen te verven. We brengen een bezoek aan de langste bar ter wereld, waar zich voor de revolutie de wildste taferelen hebben afgespeeld. Veel van de Russische adel die de Oktoberrevolutie had overleefd, kwam in Sjanghai terecht. De stad werd een broeinest van internationale intriges en spionage. De Japanse bezetting en de Lange Mars van Mao Tse Toeng maakten tenslotte een einde aan dit westerse bolwerk in het Verre Oosten.
In de stad zelf rijden maar weinig auto´s. De overheersende kleuren zijn rood en blauw. Rood zijn de vlaggen die overal wapperen en blauw is de eenheidskleding, die iedere Chinees nog meer op elkaar doet lijken. De fiets is het algemene vervoermiddel. Blèrende luidsprekers spuwen onafgebroken propaganda uit en roepen op tot strijd tegen de westerse kapitalistische wereld.
Op grote reclameborden op pleinen in vele delen van de stad hangen de gepubliceerde kranten en mededelingen van het regime en daar scholen groepjes Chinezen samen om de teksten te lezen. Er is veel propagandamateriaal in gebrekkig
Engels in folders met felle rode en blauwe kleuren, die in hoogdravende taal de leiders van het communistische regime verheerlijken en niets overlaten van de kapitalistische vijand. Er moet een nieuwe mens gevormd worden in een nieuwe wereldorde en alle besmetting met westerse en kapitalistische ideeën moet voorkomen worden. Het leek toen nog tot de mogelijkheden te behoren. Maar het systeem faalde uiteindelijk grandioos door corruptie en omdat het niet in staat bleek een grotere en betere consumptiemaatschappij te realiseren dan het westen.
Alleen in daarvoor aangewezen winkels mogen we wat inkopen doen. Ik kocht in Sjanghai twee uit Fou Chou steen gesneden draken, die mij nog steeds als boekensteunen thuis dienen.
Met een kleine groep officieren bezoeken we een dierentuin. Daar trekken we de aandacht van schoolkinderen, die met hun onderwijzers de “Zoo” bezoeken. Ze zijn geïntrigeerd door onze westerse kleding en gelaatstrekken en vinden het prachtig ons aan te raken en onze ogen en neuzen van dichtbij te bekijken. Dit gaat gepaard met veel gelach en hilariteit. Zo worden we één met de uitstalling van exotische dieren. Maar het is best leuk met al die lachende en nieuwsgierige kinderen.
Na enkele dagen is het laden en lossen achter de rug en kunnen we voorbereidingen treffen voor het vertrek. Al het opgenomen geld moet worden verantwoord en tot op de laatste “yuan” kloppen. Met de loods aan boord en het radiostation verzegeld varen we opnieuw de rivier af naar het voor de monding liggende lichtschip.
Halverwege worden we geënterd door een patrouillevaartuig met gewapende matrozen die aan boord klimmen met de beschuldiging, dat vanaf de oever is geconstateerd dat er foto´s zijn genomen. Alle filmrolletjes moeten worden ingeleverd, de dader moet worden opgespoord en zal moeten bekennen. Na enkele uren geven ze het maar op en bij het lichtschip verlaat de loods en de bewaking het schip. We zijn bevrijd en de Sjanghai ervaring zit er op. De Straat Malakka zet opnieuw koers naar Hongkong.