Krokodillenhuiden
Één van de passagiers die in Singapore aan boord was gekomen voor een rondreis naar Nieuw-Guinea, was een Chinese zakenman. Hij was samen met zijn familie eigenaar van een tassenfabriek in Singapore, gespecialiseerd in producten van krokodillen- en slangenleer. Het doel van zijn reis naar Nieuw-Guinea was de mogelijkheden te onderzoeken voor het importeren van krokodillenhuiden in Singapore. Hij ontpopte zich als een aardige vent, die tijdens de reis ook sociaal contact zocht met de bemanning. Hij sprak goed Engels en kwam vaak een praatje maken in het radiostation als hij telegrammen had te versturen of een drankje met ons kwam drinken in de messroom. Door dit bijna dagelijkse contact en de lange duur van de reis, ruim 2 maanden, ontstond er met hem een vriendschappelijke verstandhouding. Met veel belangstelling hoorde ik zijn verhalen aan over Singapore en zijn familie en van zijn kant liet hij ook zijn interesse blijken voor het leven in het westen in het algemeen en in Nederland in het bijzonder.
In Nieuw-Guinea was Tan Ghim Wah voortdurend bezig zijn voorraad krokodillenhuiden aan te vullen. Hij was tevreden over het resultaat van zijn reis. Het enige bezwaar was, dat hij ruim twee maanden afwezig was van de fabriek en dat was voor hem te lang. Op de terugreis naar Singapore deed hij mij een voorstel. Hij vroeg mij of ik eventueel bereid zou zijn, tijdens de volgende reis, in zijn plaats een aantal krokodillenhuiden in te kopen en naar Singapore te vervoeren. Dat zou hem veel tijd besparen en mij geen windeieren leggen. Er zou maar weinig tijd mee gemoeid zijn en voor een tiental dozen had ik meer dan genoeg ruimte in mijn hut en aan dek tussen de accukisten.
Tan zou dan samen met zijn broer bij aankomst van de Kaloekoe op de rede van Singapore de huiden in ontvangst nemen. Ik had daar in principe wel oren naar. Meer dan het idee om wat aan mijn verdiensten te kunnen toevoegen, zag ik iets avontuurlijks in de situatie. Dat daar eventueel wel eens haken en ogen aan konden zitten, kwam toentertijd nauwelijks bij mij op. Ik was nog steeds behoorlijk naïef en in de ban van de romantische schrijvers over het Verre Oosten zoals Kipling, Maugham en Conrad.
Tan liet me de inhoud van de dozen zien en legde me uit hoe één en ander in elkaar stak. De krokodillen werden gejaagd, gevangen en gedood. De huiden werden afgestroopt en per square inch in afmeting berekend. In kartonnen dozen van ongeveer 20x20x20 cm werden de rauwe huiden verpakt. Tussen twee huiden werd een laagje zand aangebracht om de huiden zo van elkaar gescheiden te houden. Tan zelf had gedurende de reis ongeveer 40 dozen via zijn leveranciers kunnen verzamelen en zou met 10 dozen voor de volgende reis meer dan tevreden zijn. Dat was niet veel meer dan een flinke kist en dat leek me geen bezwaar. “No problem. I can do it”, zei ik tegen Tan. Tijdens de volgende reis zou blijken, hoe één en ander zou aflopen.