Zwembad overboord
We zaten midden in de winter op het noordelijk halfrond en in de noordoost moeson periode, wat ons een ruwe overtocht tussen Japan en Hongkong opleverde.
In de Straat van Formosa, tussen Taiwan en het Chinese vasteland ter hoogte van Fu-Chou en Hsia-Men, met een zware van achter inkomende zee rolde het schip heel heftig van bakboord naar stuurboord en weer terug in omgekeerde richting. Zo nu en dan was deze beweging zó geprononceerd, dat het leek of het schip moeite had zich weer op te richten.
Achter mijn hut stond het geïmproviseerde zwembad opgesteld. Uiteraard zonder water en aan alle kanten goed verzekerd.
Vanuit de patrijspoort in de radiohut had ik een goed uitzicht op het dek waarop het zwembad was geplaatst en de wilde bruisende golven die torenhoog naast het schip oprezen. Op een gegeven moment zette het schip een rol in waaraan geen einde leek te komen en met een steeds groter wordende inclinatie, zodanig dat ik het gevoel kreeg dat het schip zou kunnen kenteren. Heel lang bleef het schip tenslotte hangen onder een veel te grote hoek, om zich daarna heel langzaam op te richten en een rol in te zetten in tegenovergestelde richting en met steeds toenemende snelheid. Tot drie keer toe kreeg de Straat Malakka een dergelijke serie rollen te verduren en bij de derde rol naar stuurboord zag ik het houten zwembad van zijn verankering losbreken en over de verschansing heen in de bruisende golven verdwijnen.
Diep binnen in het schip waren dreunende geluiden te beluisteren, alsof zware voorwerpen, losgeraakt en zonder controle, tegen de binnenkant van het casco bonsden.
Het liep uiteindelijk goed af, maar in al die jaren had ik nog nooit een dergelijk serie van rollen meegemaakt. Zulke momenten maken je weer even bewust van je kwetsbaarheid in de ontketende elementen.
De volgende dag kwam de Straat Malakka behouden in Hongkong aan en ging voor anker in de baai tegenover Kowloon.