Nicolaas Jouwe en Voedsel voor de haaien
Tijdens één van mijn bezoeken aan de Nederlandse club in Hollandia zag ik een kleine groep Papoea's met een aantal Nederlanders in gesprek. Onder hen was de agent van de KPM in Hollandia. Hij wenkte me en ik sloot me aan bij het gezelschap. Één van de Papoea's was Nicolaas Jouwe, kandidaat voor het presidentschap van het toekomstige onafhankelijke en vrije Nieuw-Guinea.
Hij sprak heel goed Nederlands en kwam als een bijzonder beminnelijk mens over. Hij was niet ver van Hollandia op een eilandje voor de kust geboren en moest tijdens zijn schoolopleiding iedere dag met een kano naar school geroeid worden.
Na het debacle van de mislukte onafhankelijkheid vertrok hij als een soort balling naar Nederland en kreeg een woning van de Nederlandse overheid in Delft. In die periode was De Quaij minister-president en Luns onze minister van Buitenlandse Zaken. Ik weet niet of Jouwe ooit het “verraad” van de Nederlandse regering heeft kunnen vergeven en misschien kon of durfde Nederland destijds niet anders handelen. Hoe het ook zij, het is en blijft een schandalige historische gebeurtenis, waarvoor ik mij als Nederlands staatsburger diep heb geschaamd. Schandelijk is toen de Papoeabevolking aan haar lot overgelaten. Soortgelijke gevallen hebben zich natuurlijk tientallen malen door de geschiedenis heen voorgedaan. Maar hier was Nederland direct bij betrokken en sprak het ook mij direct aan.
Na het laden en lossen van de lading in Hollandia vertrok de Kaloekoe opnieuw voor de terugreis naar Sorong via Biak. Op het eiland Biak bevond zich het hoofdkwartier van de Nederlandse strijdkrachten in Nieuw-Guinea. Die aanwezigheid was te merken aan het aantal voor anker liggende marineschepen en de hoeveelheid witte uniformen aan de wal. We vonden een plaats langs de kade en ´s middags nam ik een duik samen met één van de wtk´s in het glasheldere lauwwarme zeewater.
Biak
Op aanzienlijke afstand van de kade lagen enkele grote ankerboeien, bestemd voor grotere schepen als er geen plaats langs de kade was. Daar zwommen we naar toe. Bij de boei aangekomen, klommen wij erop om wat uit te rusten voor de zwemtocht terug. Terwijl we lekker lui van het zonnetje genoten, kregen we twee rugvinnen in de gaten op zo´n 10 meter van de boei. Langzaam kruisden ze heen en weer en heel duidelijk konden we de onderwatercontouren onderscheiden van twee haaien van naar schatting 2 tot 3 meter lang.
Opeens drong de dimensie tot ons door van de enorme stommiteit die we hadden begaan. Roepend en met de armen zwaaiend probeerden we de aandacht te trekken van een voorbijvarende patrouilleboot van de marine. Tot onze grote opluchting veranderden ze van koers om ons uit onze benarde positie te verlossen.
Na een goede afloop verandert een dergelijke situatie in een komisch gebeuren en de geinige opmerkingen waren niet van de lucht. Eenmaal terug aan boord van de Kaloekoe deden we het hele verhaal weer opnieuw uit de doeken en werd de boei steeds kleiner en de haaien steeds groter.
Nadien werd ik wel wat voorzichtiger bij het zwemmen in tropische wateren.