Een mysterieus doodshoofd
Het was op de rede van Fak Fak aan de zuidkust van Nieuw-Guinea, dat zich de volgende onverklaarbare gebeurtenis voordeed.
Op een ochtend verscheen voor de ingang van het radiostation een in vol ornaat traditioneel geklede Papoea, inclusief hoofdtooi. Het was een man van middelbare leeftijd met een fors postuur. Enigszins verrast door die plotselinge zwarte verschijning stond ik op en liep naar hem toe.
Hij stond daar kaarsrecht, zonder een woord te spreken en keek mij indringend aan. In beide handen hield hij een schedel van donkerbruine, bijna zwarte kleur. Toen ik voor hem stond, stak hij beide handen met de schedel naar voren en boog eerbiedig zijn hoofd. In mijn verrassing en zonder er verder bij na te denken, nam ik voorzichtig de schedel van hem over die mij zo plechtig werd aangeboden. Hij knikte met zijn hoofd, draaide zich om en verdween via een trap naar een lager gelegen dek. Geen woord was er tussen ons gewisseld en alles gebeurde heel snel.
Ik was verbaasd, maar niet geschokt door dit onverwachte vreemde geschenk. Niet geschokt, omdat de overhandiging zo ceremonieel en eerbiedig had plaatsgevonden. Maar waarom een schedel en waarom aan mij? Wat was de betekenis achter dit vreemde geschenk?
Aan beide zijden van de schedel, ter hoogte van de slaap, bevond zich een gat dat was opgevuld met een rode gedroogde bes van ongeveer anderhalve centimeter in doorsnede. Ik vermoedde dat het een schedel betrof van een hoofd, dat tijdens een sneltocht was buitgemaakt, maar ook daar kon ik niet zeker van zijn. Het was onverklaarbaar en dat is altijd zo gebleven. Maandenlang heeft die schedel op mijn bureau gestaan en niemand aan boord begreep, waarom ik die kop maar bleef bewaren. Maar die kop op mijn bureau stoorde mij in het geheel niet, integendeel, hij was mij in alle eerbied aangeboden en ik had de overdracht zonder meer geaccepteerd. De druk van mijn collega´s en m´n hutbediende werd echter steeds groter en een steeds wederkerend onderwerp voor gesprek in de messroom. Op een dag kwam de kapitein persoonlijk naar mijn hut. “Sparks, zei hij, "ik wil die schedel niet langer aan boord. Smijt dat ding maar weg”. Dicht onder de kust van Nieuw-Guinea zette ik de schedel eerbiedig over boord en kwam er een eind aan zijn fysieke aanwezigheid aan boord. Maar uit je herinneringen smijt je zoiets natuurlijk nooit meer weg en de gebeurtenis is mij door zijn onverklaarbaarheid altijd blijven intrigeren.
Bijna 50 jaar later, tijdens een gesprek in Zuid-Spanje met de Australische beeldhouwster en schilderes Gleny Köhnke, die in de binnenlanden van Australisch Nieuw-Guinea is opgegroeid en een enorme passie heeft voor de Papoea culturen, hebben we getracht een tipje van de sluier op te lichten.
Mogelijk betrof het hier de schedel van een gestorven of tijdens een sneltocht gedode Europeaan. De stam die in het bezit was van zijn schedel, had misschien besloten zijn geest weer te doen terugkeren naar zijn rasgenoten. De reden dat mij die keus trof, had misschien iets te maken met het magische medicijnman concept, dat de primitieve bevolking van het land aan mijn functie aan boord verbond. Hoe het ook zij, het raadsel is blijven bestaan.