Terug in Japan
De afstand van Hongkong tot Yokohama is ruim 1800 zeemijlen (3.400 km). Het is januari en dus volop winter in Japan. Op een NNO koers stuurt de Straat Malakka door de Formosa Straat tussen Taiwan en het Chinese vaste land. De Kuro Shio current werkt in ons voordeel, maar we kunnen op deze route stormachtige winden uit noordoostelijke richting verwachten en stroom tegen wind betekent een lastige zeegang met veel "paaltjes pikken" en enkele ongemakkelijke dagen aan boord.
In dit deel van de wereld wordt het moeilijk in de kortegolf directe verbinding met Scheveningen Radio te maken en ik moet voor de communicatie met Nederland gebruik maken van de relaydiensten van schepen die als tussenstation kunnen functioneren.
Na vijf stormachtige dagen loopt de Straat Malakka de baai van Tokio binnen. Het schip is toe aan een grote beurt en we varen direct het Asano dok van Yokohama binnen. Het water wordt uit het dok gepompt en de romp wordt aan bakboord en stuurboord door zware bielsen gestut. Een loopbrug vanaf het schip voorziet in de verbinding naar de wal. Het is koud. Het sneeuwt zo nu en dan en de temperatuur daalt tot onder nul. De radiodienst komt volledig tot stilstand en ik krijg over veel vrije tijd te beschikken. Dat is maar goed ook, want het wordt een heksenketel aan boord.
De Straat Malakka in het Asano dok te Yokohama
Het casco wordt gezandstraald, hier en daar worden huidplaten verwijderd en vervangen door nieuwe, drilboren maken een oorverdovend lawaai, lassers en schilders zijn overal bezig. Het is een mierenhoop van gehelmde Japanse werklui aan boord van ´s morgens vroeg tot laat in de middag en de rust keert pas weer terug aan na zeven uur ‘s avonds, als de mierenhoop naar huis gaat om krachten te verzamelen voor een hernieuwde aanval de volgende morgen. De chaos aan boord lijkt compleet; overal op dek en in de gangen liggen kabels en apparatuur van allerlei soort. Maar binnen die chaos is een gedisciplineerd leger aan het werk. Lanterfanters lopen er niet bij en iedereen lijkt vakkundig.
Het geheime wapen van Japan: Gedisciplineerde en gehoorzame arbeidskrachten die hun vak verstaan. Om acht uur ´s morgens vangt het werk aan, maar een half uur daarvoor zie ik in de fabriekshal naast het dok honderden arbeiders collectief gymnastiekoefeningen uitvoeren onder leiding van een boss-man en na de oefeningen klinkt het uit volle borst meegezongen bedrijfslied. Zo´n land is natuurlijk niet klein te krijgen. De Amerikanen hadden er twee atoombommen voor over, maar de economische revanche is alweer in volle opmars.
Overdag maak ik mij zoveel mogelijk uit de voeten. Alleen of in gezelschap van collega´s, lopend, per taxi, trein of bus, verken ik Yokohama en omstreken. Tokio ligt op minder dan drie kwartier afstand met de trein. Ik beklim (met de lift) de Tokyo Tower, die natuurlijk net iets hoger is dan de Eifeltoren in Parijs. De Ginza, de hoofdstraat in het centrum van Tokio, is dag en nacht gevuld met een krioelende mensenmenigte. Overal kleurrijke neonreclames, theaters, bioscopen, restaurants, bars en pachinkozalen. Maar er is verder vertier in andere wijken, zoals Rappongi, Akasaka, Shibuya, Kabuhicho en Shinjuku.
De Japanner is een wellevend en beleefd mens met een duizendjarige cultuur achter zich. De kunsten nemen in het dagelijks leven een belangrijke plaats in en overal stuit je op voorbeelden van een verfijnde smaak. Een Japanse tuin kenmerkt zich door een ogenschijnlijke eenvoud en rust. Met simpele middelen worden poëtische effecten bereikt. Kabuki, de theeceremonie en het bloemschikken maken deel uit van het dagelijks gebeuren in de Japanse samenleving. De Japanse vrouw heeft een natuurlijke gratie en elegantie, waar hun westerse seksgenoten wel eens jaloers op zijn. De kleurrijke kimono als nationale dracht verhoogt hun charmante verschijning nog meer en op seksueel gebied bestaan er weinig taboes.
Ik breng een bezoek aan de Boeddha tempel van Kamakura, een bedevaartsoord voor de Japanse boeddhisten en doe mee aan een theeceremonie in Hakone, gelegen in het prachtige natuurpark Karuzawa. Op de achtergrond is altijd de besneeuwde top van Mount Fuji aanwezig als symbool van het spirituele leven in Japan.
Aan het Japanse eten raak je snel gewend. Soba, yakitori (satéstokje met prei en kip), sushi(vis), sashimi, tempura, sukiyaki zijn slechts een paar voorbeelden uit de Japanse keuken, altijd vergezeld van gekookte of gebakken rijst. Voor je het weet, geef je de voorkeur aan het eten met de eetstokjes (Ohashi). De oosterling beweert dat ons metalen eetgerei de smaak van het eten beïnvloedt en ik merk dat ze daarin gelijk hebben.
De Japanse sake (rijstwijn) past heel goed bij alle gerechten en wordt warm gedronken. De schenker die wordt gebruikt om de porseleinen kopjes te vullen, produceert tijdens het inschenken het gefluit van een vogeltje en dat brengt altijd een glimlach teweeg.
Japan is niet zomaar een land. Steeds weer word je verrast door de gastvrijheid, wellevendheid en de diepte van zijn cultuur en zijn moderniteit. De wreedheden tijdens de voorbije oorlog lijken bijna paradoxaal. In de oorlog en in de liefde zijn mensen zichzelf niet meer.
De nacht doorbrengen in een Ryokan, een soort Japanse herberg, zorgt ervoor dat alle mogelijke stress van je afvalt. Schoenen uit en op slofjes loop je door de gangen in een “Yukata”, de blauw-witte kimono. Geen westerse bedden maar tatamis op de grond, waarop een futon wordt uitgerold als je gaat slapen. Na je eerst gewassen te hebben, neem je plaats in een gemeenschappelijk warm bad, waar je met een vriendelijke glimlach en beleefde hoofdknikjes word begroet door de andere badgasten. En zo word je langzaam veroverd door de charme van dit land.
Ondanks de nederlaag in de tweede wereldoorlog bleef Japan een land waar eigen tradities behouden zijn gebleven. MacArthur kreeg na de capitulatie van Japan de vrije hand en legde het verslagen Japan een nieuwe en moderne constitutie op. De Keizer, die door de meeste Japanners als een godheid werd beschouwd, behield zijn status maar mocht zich verder niet met de politiek bemoeien. Drastische, vooral politieke en sociale hervormingen werden volgens het Amerikaanse model gedwongen opgelegd en natuurlijk niet met veel enthousiasme door de Japanse bevolking ontvangen. Maar de nederlaag liet ze geen andere keus en gehoorzaam en gedwee werden de hervormingen geaccepteerd en toegepast.
Ik krijg een Japans vriendinnetje en tijdens ons verblijf in Yokohama zijn we veel samen. Ze is mijn gids in Japan. Haar naam is Kimiko. Met Kimiko reis ik per trein naar Kioto en Nara, twee vroegere hoofdsteden van Japan. In Kioto is het keizerlijk paleis een exponent van de tradities en architectuur en rondom de stad staan nog veel meer tempels in dezelfde traditionele bouwstijl. Nara ligt op ongeveer 40 kilometer van Kioto en daar mogen we de Grote Boeddha van Nara en de Shintoschrijn Kasuga niet missen.
De twee hoofdreligies in Japan, het Boeddhisme en Shintoïsme liggen hecht verankerd in het spirituele leven van de bevolking, alhoewel de Shinto leer door haar extreme nationalistische inslag enigszins in diskrediet is geraakt na de nederlaag van Japan in de tweede wereldoorlog. Het Boeddhisme werd in de zesde eeuw in Japan geïntroduceerd en heeft tot nu toe haar fundamentele waarde behouden en is een bron voor culturele en esthetische inspiratie.
Het is koud in Yokohama en de faciliteiten aan boord tijdens de doktijd zijn minimaal. We proberen dus zo weinig mogelijk tijd aan boord te zijn en ´s avonds trekken we meestal naar de KJCPL stamkroeg, de Checkers Club. Langs de wanden hangen foto´s van RIL schepen en zelfs enkele reddingsboeien met de namen van diverse schepen. De “mamasan” heet iedere bezoeker persoonlijk welkom en aan de bar houden de in kimono geklede meisjes ons vrolijk bezig en zorgen ervoor dat de glazen gevuld blijven. De Checkers is het centrale punt waar we elkaar ontmoeten en de uitgaansavonden beginnen. Daar leren we ook de Tangabushi dansen en zingen. Het is een Japanse volksdans, die het oogsten of planten van de rijstplantjes uitbeeldt. Met veel geduld hebben de dames ons de tekst en de passen bijgebracht en op een signaal van de mamasan stellen we ons op op de dansvloer en zingen uit volle borst met de poppetjes mee. “Teta, Tetaa, Teta, Tetaaa! enz, enz. Het wordt lachen, gieren en brullen met onze Japanse vriendinnetjes.
Buiten de Checkers waren er nog tientallen andere gelegenheden van vermaak. Geregeld waren we te vinden in een bowling-alley, waar we ons uren konden vermaken met kegelen. In de Peanut Club vonden we altijd life music, shows en musicals van allerlei aard die voortdurend werden hernieuwd of herhaald.
In deze tijd van het jaar was het bitterkoud in Japan en zo nu en dan sneeuwde het licht. In sommige gelegenheden werden samowaars opgesteld, waar je op kousenvoeten in kleine groepjes omheen aan kon sluiten met je benen onder een deken en je voeten verwarmd door een afgedekt houtskoolvuurtje. Met zoveel positieve ingrediënten was het niet te verwonderen, dat Japan door iedereen als de favoriete bestemming werd beschouwd. Wie voelde zich nu niet thuis in een dergelijk land?
Na bijna veertien dagen in het Asano dok kwam een eind aan het lawaai van drilboren en hamerslagen. De Straat Malakka was netjes in de verf gezet, de machinekamer was “overhauled” en de meeste stutten van onder het schip verwijderd. Langzaam vulde het dok zich met zeewater, totdat het drijfvermogen van het schip de overhand kreeg en de Straat Malakka terugkeerde naar het element waarvoor ze was ontworpen en waar ze thuis hoorde. Twee sleepboten trokken het schip voorzichtig uit het dok en we komen voor het laden van stukgoed aan de kade te liggen.
De laatste sayonara in de Checkers Club
Het is mooi geweest. Te lang aan de wal maakt een zeeman onrustig. Het wordt tijd om te gaan varen en iedereen heeft er weer zin in. Nog even naar de Checkers voor een laatste “sayonara” en de bowling-alley voor een partijtje kegelen en daarna allemaal terug aan boord voor vertrek.
We nemen wel afscheid van Yokohama maar nog niet van Japan. Moji, Kobe, Osaka, Niigata en Shimonoseki staan op het vaarschema voor het laden van stukgoed. In een sneeuwstorm varen we door de Inland Sea naar onze laatste haven in Japan, Shimonoseki. De winter heeft nu lang genoeg geduurd en we beginnen uit te zien naar warmere streken. We weten dat de Straat Malakka vanuit Hongkong opnieuw een reis over de Indische Oceaan naar West-Afrika zal gaan maken via Shihanoekville in Cambodja en Singapore.