Naar Zuid-Amerika met het m.s. Pericles
Begin augustus 1965 ontving ik een telegram van Radio-Holland waarin stond, dat ik op 16 augustus zou vertrekken met het m.s. Pericles van de KNSM voor een reis van ongeveer twee maanden naar het Caribische gebied, Venezuela, Columbia en Suriname. Na mijn recente huwelijk met een Colombiaanse lokte mij die bestemming natuurlijk aan, omdat ik misschien de gelegenheid zou krijgen met een deel van mijn aangetrouwde familie kennis te maken en tegelijkertijd de sfeer van het land te kunnen proeven.
Op de afgesproken datum meldde ik me aan boord van het schip, dat langs de Levantkade in de Amsterdamse haven lag afgemeerd. Het was een mooi gelijnd vrachtschip van bijna 6000 BRT met passagiersaccommodatie. Behalve een korte kustreis van nauwelijks een week op de Themis had ik verder geen ervaring met schepen van deze rederij. Referenties die ik van collega´s had ontvangen, beloofden niet veel goeds, vooral ten aanzien van het eten aan boord. KNSM stond voor Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Maatschappij, een hele mondvol en afgekort door de opvarenden tot Kan Niet Slechter Meer. Het viel achteraf natuurlijk wel mee, maar het was wel even wennen na mijn tijd bij de KPM en KJCPL.
m.s. Pericles
De reizen bij de KNSM waren relatief kort, te kort om echt los te raken van de banden met Nederland en dit had tot gevolg, dat men erg op zichzelf was en dat de sociale contacten aan boord wel bestonden, maar nogal afstandelijk bleven. Bovendien stond iedereen op z´n strepen en dat was onmiddellijk voelbaar en merkbaar. Afstand bewaren leek het motto. Ik was dit niet gewend, maar omdat mijn tijd bij de koopvaardij er zo goed als opzat, stoorde het mij maar weinig. Het verschil tussen wederzijds respect en dikdoenerij valt onmiddelijk op. Van dikdoeners moest ik als Amsterdammer niets hebben en ik heb altijd geprobeerd me daar niet schuldig aan te maken.
Op deze reis was een Colombiaanse dokter als passagier aan boord en na een paar ontmoetingen werd hij een welkome gast in mijn hut en het radiostation. Tot mijn verbazing werd ik na enige dagen door onze kapitein benaderd en deelde hij mij mede, dat het ongewenst was om contact met de passagiers te onderhouden. De “Ouwe” was een dik slonsig mannetje, dat bij voorkeur in een badjas en op sloffen rondliep en naar drank en sigaretten stonk. Ik vertelde het gebeurde later aan onze Colombiaanse passagier, die er de zin niet van in zag. We hielden normaal contact tot aan Barranquilla, waar hij het schip verliet.
Mijn beslissing om de koopvaardij de rug toe te keren was al gevallen, maar de houding van deze kapitein nam mijn laatste twijfels weg. Het werd tijd om op te krassen. Het voorval kwam natuurlijk de verstandhouding tussen de kapitein en mijzelf niet ten goede en toen ik hem in Barranquilla om toestemming vroeg om mijn schoonfamilie in Bogota te bezoeken, werd dit zonder meer afgewezen, hoewel daar meer dan genoeg tijd voor was. Daar kon ik niets tegen in brengen, hij was tenslotte de baas.
De afstand tussen Nederland en Curaçao bedraagt ongeveer 5000 zeemijlen (ruim 9000 km) en zou ongeveer 14 dagen in beslag nemen. Willemstad met de typisch Nederlandse geveltjes maakte direct een vertrouwde indruk en het sub-tropische klimaat was een balsem voor het lijf. Van Curaçao staken we over naar Venezuela, waar Puerto Cabello onze volgende bestemming was.
Ik had in Nederland een Linguaphone cursus Spaans aangeschaft en gebruikte ieder vrij moment om mijn woordenschat op een redelijk niveau te brengen. In de vele winkeltjes toetste ik de theorie aan de praktijk, hetgeen zo nu en dan aanleiding gaf tot veel hilariteit onder het winkelpersoneel. De sfeer in de meeste Zuid-Amerikaanse landen is vrolijk en ontspannen. Het mestizatie proces heeft een nieuw mensentype opgeleverd, waarbij het Zuid-Europese, negroïde en indianenras om de suprematie hebben gestreden, hetgeen zich manifesteert in kleurschakeringen van blank naar bruin en donkerbruin naar zwart. Altijd zijn er op de achtergrond of dichtbij de klanken van de Zuid-Amerikaanse ritmische muziek. Het is alsof de muziek en de dans niet de armoede maar wel de misère verdringt en helpt om maar met weinig gelukkig te zijn.Van onderlinge discriminatie vanwege kleur en ras is op eerste gezicht weinig te merken, de enorme contrasten tussen arm en rijk vallen meer in het oog.
Zoals in alle havensteden in Zuid-Amerika is het havendistrict rijkelijk voorzien van stampvolle kroegen, waar een zeeman zijn dorst kan lessen, een dansje maken en zijn libido tegen vergoeding kan activeren. Puerto Cabello is daarop geen uitzondering. Er was een prachtig wit zandstrand vlak bij de ligplaats van het schip. Met de derde stuurman ging ik een paar uur naar dit strand om te zwemmen en lekker bruin te bakken. Een met prikkeldraad afgesloten kokosnotenplantage grensde aan het strand en met geweren gewapende wachten te paard patrouilleerden voortdurend langs het prikkeldraad. Een en ander weerhield ons er niet van om zo nu en dan onder het prikkeldraad door te kruipen en ons van een sappige kokosnoot meester te maken. Een negerjongetje met een hakmes hielp ons de noten te kraken en het sap was koel en dorstlessend in de broeierige hitte.
Nadat in 1492 Columbus de nieuwe wereld had ontdekt en Spanje en Portugal, in samenwerking met de Paus in Rome, de buit hadden verdeeld, kon een begin worden gemaakt met de exploratie en kolonisatie. De bestaande civilisaties van Azteken, Maya´s en Inca´s werden onderworpen en de nieuwe ware religie, samen met de taal en de Zuid-Europese gewoontes en tradities over het hele continent verspreid. Miljoenen negerslaven werden later als goedkope arbeidskrachten uit Afrika naar Zuid-Amerika overgebracht. De Afrikanisering is duidelijker waarneembaar in landen als Venezuela, Colombia en Brazilië en veel minder of nauwelijks bestaand in landen als Argentinië en Chili.
In de 19e eeuw kwamen de kolonisten onder leiding van Simon Bolivar in opstand tegen het decadente Spanje en het centrale gezag in Madrid, wat tenslotte heeft geleid tot de onafhankelijkheid van de Zuid- en Midden-Amerikaanse republieken en de huidige geografische configuratie.
Onze volgende bestemming was Barranquilla in Colombia. Hier werd koffie geladen, een van de belangrijkste exportproducten van dit land. Onze Colombiaanse dokter verliet hier het schip om verder door te reizen naar Bogota. Ik had hem graag vergezeld, maar dat werd door de kapitein helaas afgeblazen. Vele jaren later zou ik Barranquilla in totaal andere omstandigheden bezoeken en een paar nieuwe facetten van de Colombiaanse politiek en weersomstandigheden ontdekken.
De volgende haven was Paramaribo in Suriname. Als ik me niet vergis, kreeg Nederland dit gebied in ruil voor Nieuw Amsterdam na één van de Engelse oorlogen. In Paramaribo lag de Pericles maar kort en het meest interessante van ons bezoek aan Suriname werd de tocht naar Mongo. Mongo ligt aan een rivier ver in het binnenland. Met een rivierloods aan boord voer de Pericles urenlang een slalomkoers stroomopwaarts op de nauwe door het oerwoud kronkelende rivier. Op sommige plaatsen was de rivier zó smal, dat de takken van de bomen aan de rivieroever de bovenbouw van het schip striemden. De vaart moest er in blijven om het schip niet uit het roer te laten lopen.
De Pericles was nog geen 6000 BRT en dus niet een schip met een grote diepgang, maar zo nu en dan was duidelijk te merken aan de plotseling afnemende snelheid, dat de bodem van het schip over de modderige bodem van de rivier schoof.
Na een urenlange vaart door het oerwoud werd tenslotte afgemeerd langs een houten steiger bij Mongo en onmiddellijk aanvang gemaakt met het laden van bauxiet. Ik kan Mongo niet anders beschrijven dan een “Hell Hole”, een stoffig in de hitte sidderend gat in de wereld. Het was best mogelijk, dat hier de mensen nog pogingen ondernamen om gelukkig te zijn, maar ik kon het me nauwelijks voorstellen.
De ruimen waren snel volgespoten met erts en de volgende dag snelde de Pericles, nu stroomafwaarts, alsof de duivel haar op de hielen zat, terug naar Paramaribo. Mongo was een plaats om snel te vergeten, maar dat was niet eenvoudig. Een gat in de wereld zie je niet iedere dag.
Kingston in Jamaica was meer naar onze smaak. Hier speelde ´s avonds aan het strand een steelband en werd de limbo gedanst. Steeds lager werd de lat geplaatst en steeds dieper moest je door de knieën en je rug naar achter buigen om onder de lat door te dansen zonder deze te raken. Geen eenvoudige opgave voor een groepje klompendansers uit het noorden. Met geen mogelijkheid konden we wedijveren met de lokale bevolking en er werd flink gelachen om onze dappere pogingen. Lege olievaten dienden als drums voor de steelband. Een populair liedje en dans was “The Big Bamboo” met een grappige en dubbelzinnige tekst. De rum was goedkoop en vloeide rijkelijk en zorgde er voor dat ieder van ons zich een virtuoze limbodanser waande.
Met Kingston kwam een einde aan het Caribische deel van de reis en werd koers gezet naar Le Havre in Frankrijk. Met de oversteek van de Atlantische Oceaan keerde de rust van de routine terug aan boord en het vooruitzicht om binnenkort weer met de familie herenigd te zijn, had een goede invloed op de stemming aan boord.
Le Havre bleek een geanimeerde havenstad en ik kreeg de gelegenheid om mijn schoolfrans aan de praktijk te toetsen. Frankrijk was nog altijd één van de belangrijkste exponenten van de Europese cultuur. Wie was in die tijd niet in de ban van Juliette Greco, Edith Piaf, Sartre, Aznavour, Truffaut en zo veel anderen? Was Parijs niet het het Europese centrum waar alles gebeurde? Sartre en Simone de Beauvoir waren met het existentialisme bezig. De beste jazzperformers traden daar op: Miles Davis, John Coltrane, Art Blakey, Sidney Bechet en ga zo maar door. De jaren bij de koopvaardij hadden mij de gelegenheid geboden de wereld buiten Nederland te leren kennen en mijn nieuwsgierigheid naar het Verre Oosten te kunnen bevredigen. Ik had dit als een voorrecht ervaren.
Maar nu voelde ik dat de tijd was genaderd om het roer om te gooien. De nieuwsgierigheid was er nog steeds, maar er was een drang naar nieuwe ervaringen en een carrière op zee behoorde daar niet langer bij.