Rio de Janeiro, Santos, Montevideo, Buenos Aires - Een uitstapje naar Brasilia
Na een verblijf van twee dagen in Rio werd de reis voortgezet naar de volgende bestemming, Santos. De “Brasil Current” hielp ons in de goede richting en een dag later lag de Tjisadane afgemeerd langs de kade in de haven van Santos.
Santos is een rommelige havenstad en het centrum van de koffie export. Hier wachtte mij een buitenkansje. Via de agent kwam ik in gesprek met een Braziliaanse bouwkundig-ingenieur, die betrokken bleek te zijn bij de bouw van de nieuwe hoofdstad Brasilia.
Oscar Niemeyer was de architect achter dit gigantische project, dat tot doel had de regering en administratie te verplaatsen van Rio de Janeiro naar deze gloednieuwe stad en daarmee een sterke impuls te creëren voor de ontwikkeling van Brazilie vanuit het binnenland.
De stad was in feite klaar om bewoond te kunnen worden; straten, gebouwen, pleinen, parken en vijvers waren aangelegd en wachtten nu op de verhuizing van het regeringsapparaat, ambtenaren en verder personeel, dat over enkele maanden moest plaats vinden. De toekomstige verhuizing stuitte op aanzienlijke tegenstand van een groot aantal ambtenaren, die met lede ogen moesten aanzien, hoe het gezellige leven van Rio hen dreigde te ontglippen.
Jao moest voor enkele uren naar Brasilia en nodigde mij uit hem de volgende dag te vergezellen. Als we de volgende dag vroeg zouden vertrekken, konden we tegen de avond weer terug zijn. Ik had daar natuurlijk best zin in en omdat de Tjisadane nog twee dagen in Santos zou blijven, vroeg ik Kreb om toestemming. Hij vond ook dat ik me dit buitenkansje niet moest laten ontglippen en dus vloog ik de volgende morgen met Jao naar Brasilia.
Het was een vreemde ervaring om enkele uren later in een lege, levenloze stad rond te rijden. Het was alsof een vreemde ziekte een einde had gemaakt aan het leven van de bewoners. Ruime boulevards verbonden de hoogbouwwijken en parken, terwijl vijvers en sportvelden het centrum van de stad met de nieuwe regeringsgebouwen omringden. Het was indrukwekkend en tegelijk nogal spookachtig; een dode stad die nog tot leven gebracht moest worden. Aan het eind van de middag vlogen we terug en na een maaltijd in het club-restaurant met Jao, stapte ik laat in de avond weer aan boord van de Tjisadane.
De meeste Japanse passagiers, voor het grootste deel emigranten, hebben het schip in Santos verlaten met eindbestemming Sao Paolo.
Montevideo en Buenos Aires zijn de volgende bestemmingshavens. Beide steden liggen aan de Rio de la Plata. De monding van de rivier is vele mijlen breed en de kleurverandering van de zee is een aanduiding dat we in de buurt van de rivierdelta komen. Het water wordt donkerbruin en vaalgrijs. Het is zomer en vochtig warm. Een onplezierig klimaat. In Montevideo liggen we slechts een dag en steken daarna de rivier over naar Buenos Aires. BA is een monumentale stad in een Spaanse bouwstijl. We blijven hier 4 dagen en krijgen tijd om iets van de stad te zien.
Met de metroverbinding bereiken we het hart van de stad, de Corrientes. Ik ben samen met de 3e en 4e stuurman. Bij de halte “Valle” stappen we uit en lopen door de smalle straatjes die op de “Corrientes” uitkomen. We zoeken naar de “Copper Kettle”, aanbevolen door wat meer ervaren collega´s, vanwege de gezellige sfeer, muziek, danspartners en alcoholische verfrissingen. We bestellen saté en bier. Als de bestelling wordt afgeleverd, blijken de sateetjes, enorme biefstukken aan het spit te zijn, een bewijs dat we in een authentiek vleesland zijn aangekomen. Buenos Aires is een wereldstad en de Spaans-Italiaanse invloed heeft gezorgd voor een Zuid-Europese sfeer. Overal klinken de tango´s en milongas uit de drukbezochte café´s en danssalons en ik hoor voor het eerst de namen van Carlos Cardel, Astor Piazzola en Borges.
Tijdens ons verblijf in BA worden we door onze shipshandler uitgenodigd om een internationale voetbalwedstrijd bij te wonen tussen Argentinië en Spanje. Bij Argentinië speelt Di Stefano, die jarenlang een sterspeler was bij Real Madrid en die bij deze wedstrijd afscheid neemt van zijn voetbalcarrière. Het stadion is een heksenketel en de wedstrijd eindigt met een 1-0 overwinning van Argentinië en de huldiging van Di Stefano.
De volgende avond is er een uitnodiging voor een privé feestje bij kennissen van een van de stuurlieden. Ik ga erheen met de stuurlui. Ons Spaans is nog steeds ontoereikend voor een behoorlijk gesprek. Met wat Engels en Duits wordt de situatie gered. Ik dans met een Argentijnse die zich beroemt op haar Duitse vader. Je vraagt je dan direct af hoe deze man in Argentinië is terecht gekomen. De oorlog lijkt nog niet zo ver weg. Ik vraag er maar niet naar. Het wordt steeds gezelliger en de wijn vloeit in overvloed. Een nieuwe gast dient zich aan, een prachtige Argentijnse met donker haar en blauwe ogen. Zoiets moois en exotisch heb ik nog niet gezien. Ze besteedt echter nauwelijks aandacht aan ons en raakt heel geanimeerd in gesprek met haar landgenoten. Ik hoor later van andere Zuid-Amerikanen dat Argentijnen vaak als behoorlijk arrogant kunnen overkomen, nogal overtuigd van hun superioriteit, enigszins vergelijkbaar met de Franse houding in Europa. Het is een gezellig feest en we zijn in een feestelijke stemming als we 's avonds laat in een taxi naar het schip terugrijden.
De nieuwe impressies en contacten met mensen uit andere culturen misten hun uitwerking niet op mijn eigen denkwijze en gewoontes en dat was eigenlijk precies wat ik had verwacht.